Bedreigde burgemeester kreeg Wilders op visite

Voormalig burgemeester Jacobs van Helmond.  beeld ANP, Robin Utrecht
3

Het gemeentehuis in Waalre was in 2012 doelwit van een aanslag. Vermoedelijk door toedoen van boze woonwagen­bewoners. Zonneklaar is dat de onder­wereld een zorgwekkende greep heeft op de bovenwereld, betogen Volkskrantjournalist Jan Tromp en bestuurskundige prof. dr. Pieter Tops in hun deze week verschenen boek ”De achterkant van Neder­land”.

De stormbal hijsen ze, Tromp en Tops. „Veel meer dan wij, brave burgers in onze keurige woonbuurten, vermoeden, zijn in Nederland boven- en onderwereld met elkaar verstrengeld geraakt. Is het erg? Ja, het is echt heel erg”, noteren ze in hun boek over ondermijning in de samenleving.

Ze richten de kijker met name op Brabant, waar hennepteelt en xtc-productie voortwoekeren en uitgroeiden tot een miljardenindustrie. Zeker drie groepen bezorgen de autoriteiten buikpijn: leden van motor­bendes, kampers (woonwagenbewoners) en Turkse drugscriminelen.

De pennenvrucht van Tromp en Tops deed burgemeester Jorritsma van Eindhoven maandag verzuchten dat de strafrechtelijke aanpak van criminelen effectiever moet.

Dollarregen

Tilburg. In deze Brabantse stad heeft de georganiseerde criminaliteit een stevige vinger in de pap. De jaarlijkse omzet van de hennep­teelt bedraagt naar schatting 800 miljoen euro.

De Vogeltjesbuurt in Tilburg. In deze „hechte volkswijk”, voor een belangrijk deel bevolkt door voormalige woonwagenbewoners, doppen ze hun eigen boontjes. Ze hebben vaak lak aan de overheid.

Legendarisch is het in het boek opgetekende verhaal over de dollarregen in de Vogeltjesbuurt. Bij sloopwerkzaamheden in de wijk in 2013 stuitte een graaf­machine op een geheime bergplaats, vermoedelijk in een spouwmuur. Ineens dwarrelden dollarbiljetten door de lucht. De buurt kwam erop af, mensen graaiden naar de bankbiljetten. Van wie was al dat geld, misschien wel ter waarde van 2 miljoen euro? Er ontstond een vete tussen twee concurrerende families, het liep maar net goed af.

Leden van de omstreden motorclub Satudarah die in de Vogeltjesbuurt wonen, controleerden of het geld niet in handen was gevallen van lui die daar volgens de buurt niet voor in aanmerking kwamen. De bestuurder van de graaf­machine die zich snel wat biljetten had toegeëigend, werd gedwongen zijn buit terug te geven. Voor alle zekerheid werd de volgende nacht zijn machine in brand gestoken.

De politie stuitte op een muur van stilzwijgen. Een buurt­bewoner in het boek: „Ze wilden weten waar het geld vandaan kwam. Dan is het gewoon mondje dicht, begrijp je wel. Ze krijgen het nooit te horen. Van niemand niet, in de hele buurt niet. Iedereen weet dat hij z’n mond moet houden.”

Zoldertje

Tekenend is ook het verhaal van de Tilburgse, altijd in trainingspak gestoken beroepscrimineel Corin Denis (1979), die jaren in de cel doorbracht. In de Vogeltjesbuurt ontsnapt weinig aan zijn aandacht. Geld verdienen met hennep­teelt? Denis ziet er het kwaad niet van in, vertelt hij in het boek. „Bij ons in de buurt was het gewoon: daar is nog een zoldertje, de mensen die er wonen hebben geen geld. Ik kwam daar, ik zei: Buurvrouw, 2000 in de maand. Nou, die mensen blij en ik had ook mijn geld. Onder elkaar een regeling in een volksbuurtje. Ik zie daar het kwaad niet van in.”

Denis heeft zo z’n eigen normen. Als iemand „tien moorden heeft gepleegd, maar als hij goed is voor mij, ben ik goed voor hem. Behalve natuurlijk als-ie aan kinderen heeft gezeten”, vertelt de crimineel in het boek, dat deels is gebaseerd op eerder gepubliceerde reportages in de Volkskrant.

Dozen sjouwen

Niet alleen in Brabant, ook in een stad als Rotterdam heeft de georganiseerde misdaad wortel geschoten. Burgemeester Aboutaleb wil dat burgers ondermijning niet langer pikken. Zij moeten in het geweer komen.

Het boek beschrijft een wijkavond eind mei 2016 in het Hoornbeeck College aan de Carnisse­singel in Rotterdam. Aboutaleb, die ondermijning als „onzichtbaar betonrot” omschrijft, spreekt op de school de burgers toe. Hij rept van een straat met dertien bruidsmodezaken, waar echter geen klanten komen. Kortom: de winkels doen dienst als dekmantel voor duistere praktijken. Hij spreekt van complete families die in de drugs­business zitten. De autoriteiten hebben de hulp van de goedwillende burgerij nodig, pepert Aboulateb zijn gehoor in. „Wij vragen u om dingen te melden. Als mensen bijvoorbeeld op rare tijdstippen dozen naar boven sjouwen. Als u geluid hoort op etages waar niemand woont. U zwoegt voor uw vakantie, zij gaan met hun geld nog veel langer op vakantie. Dat is oneerlijk.”

In Rotterdam-Zuid probeert een speciaal politieteam, samenwerkend binnen een zogeheten staf grootschalig en bijzonder optreden (SGBO), de wijdverbreide drugsmisdaad de kop in te drukken. Een taai gevecht. Het stadsdeel is een „handelscentrum voor Turken die diep in de cocaïne en heroïne zitten.” Een leider van het politieteam verzucht: „Er zit zo veel geld achter, zo veel macht, zo veel geweld ook.”

Lief

Alarmerend is ook de noodkreet van een Brabantse burgemeester die in het boek anoniem (uit angst voor vergelding vanuit het criminele milieu) zijn zorgen uit over ondermijning. Misdadigers steken hun geld in vastgoed in Brabant. „Die lui krijgen zo veel macht, dat is om bang van te worden.”

Kwaadwillenden nestelen zich in een raadsfractie om persoonlijk gewin, stelt de burgemeester. Bijvoorbeeld om een onroerendgoedproject van de grond te krijgen. Zo’n nieuw raadslid met een dubbele agenda weet standpunten van een fractie om te turnen, waarschuwt hij. „Ze bedreigen mensen niet. Ze komen lief binnen, ze helpen iedereen. Dan begint het doorduwen. Het wordt steeds brutaler.”

Verkeerde voorbeeld

Wat is hét middel in de strijd tegen infecterende, ondermijnende misdaad in Nederland? Natuurlijk moeten autoriteiten (zoals justitie, gemeenten en fiscus) de handen ineenslaan. Toch red je het niet, betogen de auteurs, met „alleen een technische strijd tegen criminaliteit.” Nodig is vooral een moreel offensief. „Het is vooral een maatschappelijk project, dat directe relaties heeft met de uitwassen van de neoliberale samenleving: opkomen voor jezelf, zo veel mogelijk geld verdienen, snel rijk worden, als het niet verboden is, mag het. De maatschappelijke elite heeft op dit punt vaak het verkeerde voorbeeld gegeven. Aanpak van ondermijning is daarmee ten diepste ook een vraagstuk van maatschappelijke ordening en individuele moraliteit.”

Kortom, de auteurs zeggen het niet hardop, maar hun conclusie komt er wel op neer: naleving van de Tien Geboden is tot heil van het volk.

Burgemeester: Ze spraken over mannen met raketwerpers 


Een van de meest ernstige vormen van ondermijning is de bedreiging van burge­meesters. De auteurs Tops en Tromp spraken in februari 2016 met voormalig burgemeester Jacobs van Helmond. Hij moest in 2010 onderduiken.

De kennelijke bedreigingen vanuit de onderwereld zetten het leven van Jacobs op zijn kop. Op bevel van justitie verliet hij wekenlang zijn woning. „Ze vertelden dat niet alleen mijn persoon werd bedreigd, maar ook onze woning. Ze spraken zelfs over mannen met raketwerpers.”

Samen met zijn vrouw verschanste hij zich in Turkije. „We hebben dagen niet geslapen. Je bent alle dagen met jezelf bezig. We werden hartstikke gek. Je zit op een plek waar je niet wilt zijn, op een moment dat je niet zelf gekozen hebt, je hebt je werkplek in de steek gelaten, je bent weg.”

Als ze in Turkije aan het golfen waren en ze hoorden de sirene van een politieauto, stonden ze stijf van schrik. „Als ze echt op zoek zijn naar je, dan vinden ze je ook.”

Mogelijk had de bedreiging te maken met het drugsbeleid van de gemeente destijds, maar helderheid hierover kreeg Jacobs naar eigen zeggen nooit, tot zijn frustratie.

Na de onderduikperiode in Turkije werd de toenmalige burgemeester in Helmond maandenlang streng beveiligd. „Ik heb zeven maanden lang constant negen man om me heen gehad. Je bent nooit meer alleen. Met mitrailleurs bewapende politiemensen posteerden zich voor en rondom de woning. De voordeur werd bepantserd. Er kwamen twee gescheiden alarmsystemen in de woning. Op de bovenverdieping lagen touwladders gereed.”

In die periode is PVV-leider Wilders, die al jarenlang streng wordt beveiligd, bij Jacobs op visite geweest. Wilders zelf vroeg, zo schrijven de auteurs, of hij „onder vier ogen” ervaringen kon uitwisselen met de Helmondse burgemeester. Jacobs: „Tegen Geert zei ik: „Geert, ik had me voorgenomen: ze zullen mij er niet onder krijgen, ik ga geweldig mijn best doen.” Maar achteraf heb ik gemerkt dat ik niet 100 procent scoorde. Jouw contact met je omgeving wordt een ander contact, je werkelijkheid wordt een andere werkelijkheid.”

Toen haakte Wilders af, zegt Jacobs in het boek. „Geert wilde het niet onder ogen zien. Het was meteen over, hij sloeg dicht. Geert wilde niet zien dat de wereld van vóór zijn beveiliging een andere was dan de wereld waarin hij nu leeft. Hij stond op en vertrok. Ik heb nooit meer contact met hem gehad.”

„In een Veense leeft iets van een zigeuner”

Stevige noten kraken de auteurs van het dinsdag verschenen boek ”De achterkant van Nederland” over het „door het door gereformeerde” Brabantse dorp Veen, dat geregeld het nieuws haalt wegens rellen met oudjaar.

„Een echte Veense is geen vriend van de fiscus. Veensen hebben überhaupt niets op met de overheid. Ze zorgen liever voor elkaar dan dat ze de hand ophouden bij het loket. Wie het niet breed heeft, vindt van tijd tot tijd een envelop op de deurmat. De muren worden hoog opgetrokken in Veen. Als stijve protestanten zijn ze van de theocratie: het zwaard van het gezag rust niet bij de burgemeester of de politie, maar bij de Here.”

Martien Timmermans komt aan het woord. „Martien Timmermans, die in het fruit zit, noemt men de godfather (boegbeeld, JV) van Veen. Er worden lelijke dingen over hem gefluisterd. Hij heeft het breed en hij laat het breed hangen. Aan de telefoon zegt Martien Timmermans dat hij niets te zeggen heeft: „Aan niet-Veensen is dat toch niet uit te leggen wat dat is, Veens. De lezer zal het niet begrijpen, de burgemeester begrijpt het niet, de politie ook niet. Het is een gevoel. Dat er iets van een zigeuner in ons leeft. Wij zijn onrustig, het is de bloedsoort in onze aderen. Ik ben een Veense, en daar blijven ze van af. Wij hebben de drang in ons om van 10 cent 20 cent te maken. Hoe, dat maakt niet uit. Het hoeft niet door een econoom te zijn voorgerekend. Toen wij op school economieles kregen, zaten we achterstevoren in de bank. Iemand die op school niet zijn best doet, dat is een echte Veense.”