TTIP? Legalisering van oneerlijke concurrentie

Tot voor kort liepen vooral antiglobalisten te hoop tegen TTIP, maar nu trekken ook vakbonden, milieu- en consumentenorganisaties en parlementariërs aan de bel. beeld AFP AFP

WAGENINGEN. Ineens heeft iedereen het erover: TTIP, het vrijhandelsakkoord waarover momenteel wordt onderhandeld tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dat onderhandelen gebeurt achter de schermen, om het proces niet te verstoren. Maar het leidt tot toenemende argwaan bij het publiek.

Waren het tot voor kort vooral antiglobalisten die te hoop liepen tegen TTIP, nu trekken ook vakbonden, milieu- en consumentenorganisaties en parlementariërs aan de bel. Met de ”chloorkip” als boegbeeld.

Een aantal kritische organisaties uit het Wageningse studenten­milieu had gisteravond op de universiteit een debat belegd. Centraal stonden de gevolgen van TTIP voor de Europese en vooral de Nederlandse landbouw. Tot een echt debat, een uitwisseling van argumenten, kwam het niet. Onder de tachtig aanwezigen waren nauwelijks boeren en al helemaal geen voorstanders van TTIP.

De Nederlandse regering lijkt vooral de voordelen van TTIP te zien, maar erkent dat in sommige sectoren banen zullen verdwijnen doordat de internationale concurrentie toeneemt. Een van die sectoren is de vleessector. En die laatste was erbij in Wageningen. Varkenshouder Ingrid Jansen, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders, en vleeskuikenhouder Bart Janssen, voorzitter van de vakgroep pluimveehouderij van LTO Noord, maakten gehakt van TTIP. Nederlandse boeren én consumenten dreigen volgens hen de dupe te worden.

Ingrid Jansen zei dat er, als TTIP doorgaat, een enorme berg Amerikaans varkensvlees op de Europese markt komt. Normen voor dierenwelzijn en milieu kennen ze in Amerika nauwelijks, terwijl die in Europa en vooral in Nederland juist heel streng zijn. Daardoor kunnen de Amerikaanse varkenshouders goedkoper produceren dan hun Nederlandse collega’s. „Wij zijn dus aan twee kanten verliezer: we krijgen meer concurrentie, terwijl onze kostprijs hoger is”, zei Jansen.

Ook de kwaliteit en de voedselveiligheid van vlees zijn in het geding. Bart Janssen legde uit dat er simpelweg sprake is van twee verschillende systemen. In Europa wordt de manier van produceren geborgd. Dat begint, in het geval van vleeskuikens, al bij de selectie van geschikte rassen. „Die worden bijvoorbeeld getest op salmonella. Van bovenaf wordt vervolgens de hele productie­keten opgeschoond. Daardoor kunnen wij garanderen dat ons kippenvlees vrij is van salmonella.” In de VS laten controleurs kippenboeren ongemoeid. Het vlees wordt pas in de slachterij (uitwendig) beoordeeld op kwaliteit en daarna standaard met een chemisch middel ontsmet, vandaar de ”chloorkip”.

Ook met dierenwelzijn is het aan de overkant van de Atlantische Oceaan maar droevig gesteld. „Je weet niet wat je ziet”, zei Janssen, die er collega-vleeskuikenhouders bezocht.

Jansen en Janssen vinden dat de Europese normen uitgangspunt voor TTIP moeten zijn. Weliswaar gaven ze toe dat Nederlandse boeren stevig geprotesteerd hebben tegen alsmaar strengere regels, maar nu die er eenmaal zijn willen ze op „eerlijke” basis de concurrentie met de Amerikanen aangaan. Dat is ook de mening van Sieta van Keimpema, voorzitter van de kleine melkveehoudersorganisatie Dutch Dairymen Board. „TTIP betekent legaliseren van oneerlijke handel. Onze familiebedrijven zullen kapotgaan”, stelde zij. Van Keimpema stipte de hormoonkwestie aan. Hormoonbehandeling is in de vlees- en melkveehouderij in Amerika heel gebruikelijk, terwijl dat in Europa verboden is. „Tachtig procent van de Amerikaanse melk komt van koeien die behandeld zijn met BMST (melkgiftstimulerende hormoon, TR). Aan de melk kun je dat niet zien en daarom heeft de wereldhandelsorganisatie WTO Europa verboden om Amerikaanse zuivel vanwege BMST tegen te houden. Tot nu toe doen we dat via importtarieven toch, maar als TTIP doorgaat, is dat afgelopen. De consument kan die melk in de winkel niet herkennen en dus ook niet kiezen.”

Keimpe van der Heide, bestuurslid van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, vreest dat het verdwijnen van de huidige bescherming van de Europese markt voor landbouwproducten zal leiden tot vermindering van de voedselproductie in Europa doordat „onze” boeren de concurrentie niet aankunnen. „Het gesleep met voedsel over de wereld zal toenemen. Dat is niet duurzaam. Bovendien worden we afhankelijk van import”, stelde hij. Van der Heide vindt dat voedsel­productie buiten TTIP moet blijven. „Voedselveiligheid en voedselzekerheid zijn te belangrijk om aan de vrije markt over te laten.”

De sprekers werden regelmatig onthaald op applaus van de studenten. Maar is dan de hele landbouw tegen? Voorman Albert-Jan Maat van de overkoepelende brancheorganisatie LTO Nederland schreef deze week in dagblad Trouw toch juist een positief stuk over TTIP, wist iemand uit de zaal.

Een pijnlijk punt. „Dat is een zwakte van LTO: de organisatie moet rekening houden met alle deelsectoren. Maar de pluimveehouders zijn het niet met Maat eens”, zei (LTO-bestuurder) Bart Janssen.


„Minder regels, meer welvaart”

TTIP –spreek uit: tie-tip– staat voor Transatlantic Trade and Investment Partnership (trans-Atlantische samen­werkingsovereenkomst inzake handel en investeringen). Onderhandelaars van de EU en de VS zitten sinds de zomer van 2013 om de tafel. Doel is de onderlinge handel tussen deze twee grote wereldeconomieën te vereenvoudigen. De Nederlandse regering lijkt vooral voordelen te zien. Op de website van de overheid is te lezen dat TTIP zal leiden tot lagere kosten voor bedrijven, meer banen en meer koopkracht voor de burgers. En dat allemaal doordat importtarieven vervallen, belemmerende regels worden afgeschaft en standaarden over en weer worden erkend. Straks hoeft bijvoorbeeld dezelfde auto niet langer twee keer op veiligheid te worden getest, een keer voor Amerika en een keer voor Europa. Niet alles wordt gelijkgetrokken: „het bestaande niveau van bescherming voor consumenten, ondernemers en milieu” blijft behouden, verzekert de overheid.