Theocratie: niet door kracht of door geweld

VEENENDAAL - Het onverkorte Artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is primair een kerkelijke belijdenis die de overheid een spiegel voorhoudt. Dat stelde drs. P. Verhoeve zaterdag op een studiemorgen van de Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR).

De stichting houdt de komende maanden haar jaarlijkse wintercursus. Er zijn zes bijeenkomsten gepland over kerk en wereld, onder het thema: ”Nadere Reformatie in overheid, kerk en samenleving”. Zaterdag startte de cursus met een lezing van drs. Verhoeve, docent geschiedenis op het Wartburg College (locatie Marnix), over Fredericus de Vry en de theocratie.

In het eerste deel van zijn lezing schetste Verhoeve het leven van Fredericus de Vry, een godvrezende man met verschillende politieke functies, waaronder het burgemeesterambt van Amsterdam. „De Vry wenste niet alleen de vroomheid te betrachten in zijn eigen leven, maar ook in het maatschappelijke leven.”

De pogingen van De Vry om dit via de politiek te verwerkelijken, duurden echter niet lang. „De maatschappij, de politieke elite in het bijzonder, houdt niet van scherpslijpers. De Vry werd niet herkozen en legde zich op het laatst van zijn leven toe op het publiceren van bevindelijke boeken.”

Verhoeve ging in zijn lezing ook in op de verhouding democratie en theocratie. „In de gereformeerde gezindte wordt soms onzuiver gedacht over de verhouding tussen democratie en theocratie,” zo gaf hij aan. „Een ouderling maakte zijn stembiljet ongeldig door de opmerking: ”God regeert” erop te schrijven.”

Daarnaast heeft de maatschappij een verwrongen beeld van de reformatorische zuil, aldus de geschiedenisdocent. Velen denken dat als de SGP aan de macht komt, de staatsstructuur veranderd zal worden. „Dit moet ons tot nadenken zetten.”

Over één ding zijn de meeste denkers het volgens Verhoeve wel eens: Theocratie is geen staatsvorm. „Je kunt theocraat zijn in een democratische rechtsstaat, in een republiek of in een monarchie. De verhouding tussen theocratie en een staatsvorm is te vatten in de metafoor van een muziekinstrument. Op de lessenaar staat met eerbied gesproken Gods Woord, maar de manier waarop het klinkt en uitgevoerd wordt, kan verschillen.”

Vanuit het calvinistische gedachtegoed zijn er lijnen te trekken naar het heden, zei de inleider. Zo moet de macht niet bij één persoon komen te liggen. Kerk en staat moeten ook onderscheiden worden. Calvinistische theocraten hebben daarnaast altijd respect gehad voor het persoonlijke geweten. En in de vierde plaats ontkrachten theocraten de gedachte van een neutrale overheid. „Een samenleving mag gerust geordend worden vanuit Gods geboden. De spelregels van de democratie geven daar ook ruimte voor. De Hugenoten experimenteerden al in 1573 met volksstemmingen.”

De overheid moet echter terughoudend zijn in het opdringen van een bepaald geloof, stelde Verhoeve. Artikel 36 heeft dan ook in de eerste plaats iets te zeggen voor de kerk, zo benadrukte hij in antwoord op een vraag. „Moeten wij termen als ”weren” en ”uitroeien” gebruiken in een tijd waarin de islam met zoveel geweld in opkomst is? Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.”

Dr. R. Bisschop, leider van de wintercursus, is het hiermee eens. „Artikel 36 moet niet op het bordje van de overheid neergelegd worden. Het gaat expliciet over het ambt van de kerk en impliciet over dat van de overheid. Het is onze schuld als de overheid haar taak op dit terrein niet kan uitoefenen, omdat de kerk zo schandelijk verdeeld is.”

De Bijbel geeft wel een zinvolle moraal waar een politicus iets mee kan doen, gaf Verhoeve aan. „Vrees God en houd zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. De Heere Jezus preekte zachtmoedigheid, rentmeesterschap, barmhartigheid en een radicale breuk met openbare zonden. Zou een politicus daar niets mee kunnen doen?”