Site met puriteinse boeken Pietas online

Drs. F. W. Huisman, redacteur van Pietas. Dinsdagmiddag ging de site met 3500 puriteinse werken online. Foto Dijkstra Dijkstra

AMSTERDAM – De site met puriteinse boeken Pietasonline.nl onthult niet alleen de populariteit van deze literatuur, „maar ook het internationale karakter en geeft zicht op uitgaven die niet of nauwelijks bekend zijn omdat ze in particuliere bibliotheken staan.”

Dat zei prof. dr. A. A. den Hollander, hoofdconservator van de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit (VU) dinsdagmiddag tijdens de presentatie van een database met puriteinse geschriften. In een zaal van de Vrije Universiteit ging de website pietasonline.nl met circa 3500 boeken van Engelse oudvaders online. De database is een initiatief van drs. F. W. Huisman, gastonderzoeker aan de VU en redacteur van Pietas. Hij werkt sinds 1996 aan het overzicht.

Het bijzondere aan Pietas is dat oud en nieuw samenkomen, zei Huisman dinsdag. „Oude boeken worden met nieuwe middelen en technieken ontsloten.”

De Belgische boekhistoricus dr. Goran Proot van de Universiteit Antwerpen uitte gisteren zijn enthousiasme over Pietas als bibliografisch onderzoeksinstrument. Proot is blij dat Huisman en de VU voor een structuur hebben gekozen die de werelderfgoedorganisatie van de VN, de Unesco, als een soort wereldstandaard voor archieven en bibliotheken heeft ontwikkeld. Dankzij die structuur zijn wetenschappers die Pietas gebruiken in staat om tal van dwarsverbanden te leggen die volgens Proot nog interessant ontdekkingen kunnen opleveren.

Het onderzoek naar de vroomheidsliteratuur kan een verdieping krijgen als wetenschappers meer doen met het netwerk rond uitgevers en drukkers. Dat stelde oud-conservator van de Universiteitsbibliotheek dr. W. Heijting dinsdagmiddag. „We moeten meer doen dan alleen het schrijven, de productie, de consumptie van een boek volgen.” Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld uitzoeken waarom de uitgever een boek aan een bepaalde persoon opdroeg, vaak waren er dan volgens Heijting al goede contacten.

Heijting illustreerde zijn conclusie door de zeventiende eeuwse Dordtse uitgever François Boels naar voren te halen. „Van hem zijn alleen de kale levensfeiten bekend”, zoals geboortedatum, huwelijk en sterfdatum.

De publicatie van de besluiten en acta’s van de grote synode van Dordrecht kon alleen een consortium van uitgevers en drukkers aan. „Boels participeerde daarin en daardoor had zijn zaak een vliegende start.”

Boels had goede contacten in diverse netwerken. Zo behoorden direct of indirect machtige stadsbestuurders, Engelse puriteinen, maar ook kopers van boeken tot zijn netwerk. Al die namen en personen vertellen iets over Boels, aldus Heijting.

Prof. dr. W. J. op ’t Hof presenteerde dinsdagmiddag resultaten van nieuw onderzoek over de persoonlijke betrekkingen tussen puriteinse auteurs en hun Nederlandse vertalers en instigators. „Persoonlijke relaties tussen de Engelse auteurs en de vertalers in de Nederlanden speelden maar een zeer geringe rol”, concludeert de kenner van het piëtisme. De vertalers waren meestal predikant, ontdekte de hoogleraar. „Alleen Eewout Teellinck, de broer van ds. Willem Teellinck, is daar een uitzondering op. De onderzoeksresultaten verschijnen binnenkort in een uitgave van de Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR).

VU-onderzoeker J. van de Kamp MA gaf dinsdag aan dat Pietas veel kan vertellen over vertalingen van puriteinse geschriften naar bijvoorbeeld het Duits. Vaak waren die boeken eerst naar het Nederlands vertaald en daarna naar het Duits.