Roman Coetzee over kind met bovenmenselijke talenten

”De kinderjaren van Jezus” lijkt op grond van de titel een roman over de jeugd van Jezus te zijn. Dat is echter niet het geval.

Voor de verhouding tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament is de term ”prefiguratie” van groot belang. Het Oude Testament wijst door middel van prefiguraties, aankondigende beelden en gebeurtenissen, vooruit naar Jezus Christus. De middeleeuwen hanteerden de prefiguraties als sleutel om het Oude Testament uit te leggen in zeer sterke mate. Voorbeelden zijn de bloeiende staf van Aäron en de stadspoort van Jeruzalem die uitsluitend voor de koning is bestemd. Beide zouden verwijzen naar de ontvangenis van Maria door de Heilige Geest. Ook getallen, zoals het aantal dagen van Jona in de walvis, houden vanuit deze manier van verstaan verband met Christus.

De term postfiguratie is een broertje van prefiguratie, zij het zonder dezelfde status. Postfiguratie verwijst naar verhalen, drama’s en romans die elementen van het leven van Jezus Christus bevatten. Het kan gaan om literaire figuren die door hun lijden gemodelleerd zijn naar het voorbeeld van Christus. In de zeventiende eeuw, de baroktijd, komt de postfiguratie veel voor, bijvoorbeeld in de tragedie ”Carolus Stuardus” van Andreas Gryphius.

Gevlucht

Ook in de roman ”De kinderjaren van Jezus” van de Zuid-Afrikaanse auteur J. M. Coetzee treffen we het verschijnsel van de post­figuratie aan. De titel van de roman is misleidend. Wie het boek koopt uit nieuwsgierigheid naar de levensfase van Jezus die in de evangeliën niet wordt beschreven, komt bedrogen uit. De roman gaat over het vijfjarige jongetje David die met Simón, de man die zich over hem heeft ontfermd, op een boot zijn vaderland is ontvlucht en aankomt in de haven Novilla in een niet nader genoemd land. David heeft trekken van Jezus.

De roman beschrijft hoe Simón werk als sjouwer in de haven van Novilla vindt en daarnaast koortsachtig op zoek is naar Davids ouders. De brief van deze ouders met allerlei informatie is tijdens de boottocht in het water gevallen en verdwenen. Simón en David krijgen als vluchtelingen woonruimte en kunnen hun leven inrichten en vormgeven. Maar Simón kan toch niet leven met het idee dat David geen moeder heeft. Vanuit een waanvoorstelling dringt hij het kind aan de ongetrouwde vluchtelinge Inés op. Inés is geen aangename vrouw en iedere lezer zal het ergste vrezen van deze manoeuvre.

Maar, Inés ontpopt zich als een toegewijde, in wezen te toe­gewijde moeder, die van David een verwend kereltje maakt. Wanneer de onderwijsinspectie van Novilla David in een inrichting voor moeilijk opvoedbare kinderen wil plaatsen, vluchten Inés, Simón en David weg naar een ver van Novilla verwijderde stad in dit mythisch aandoende land.

Kleine schokken

Het boek krijgt een ingewikkeld karakter door de verwijzingen naar Jezus Christus en het Nieuwe Testament. Wie de titel verder buiten beschouwing laat of de Bijbelse taal niet kent, zal over de woorden heen lezen die bij de wel geïnformeerde lezer telkens een kleine schok veroorzaken. Het raffinement van deze roman ligt in de verwachting die vertrouwde begrippen en uitdrukkingen wekken.

Het gaat om woorden als ”verlosser”, ”neerdalen uit de hemel”, ”een reusachtig licht”, ”de hemel indragen”, ”opwekking uit de dood”, ”Ik ben de waarheid” en ”je hoofd te ruste kunnen leggen”, alsmede om betekenisvolle symbolen als de duif. Ook de duivel is hier aanwezig, zij het in een zeer ambivalente rol.

Het belangrijkste van alle elementen die steeds opnieuw de associatie met Jezus Christus oproepen, is het bijzondere karakter van het kind David. Hij beschikt over talenten die bovenmenselijk zijn, zowel qua vaardigheden als met betrekking tot kennis van het innerlijk van de mensen rondom hem. De mensen in zijn omgeving voelen dat dit een heel bijzonder kind is en de dieren weten dat ook. Aan de andere kant is David stug, ongehoorzaam en zeer kinder­lijk.

Ongemakkelijk

De lezer die de titel serieus neemt, bevindt zich in een ongemakkelijke situatie. David is geen Jezus Christus in Zijn kindertijd, dat is duidelijk. Maar er zijn niettemin momenten die de bereidheid van de lezer om trekken van Jezus te herkennen, activeren. Groeit deze bereidheid om te herkennen uit tot gretigheid om een duidelijk patroon in de hele roman te zien, dan is de onvermijdelijke teleurstelling des te groter. Wat overblijft is een gevoel van leegte, gemengd met bitterheid.

Het waardevolle van het boek ligt in de toewijding van Simón jegens het voor hem vreemde kind. Daarom zijn het begin van de roman, over de problemen om in een vreemd land vaste grond onder de voeten te krijgen, en de zorg voor het kind ontroerend. Tot de mooie gedeelten behoort de beschrijving van het werk van de sjouwers in de haven. Simón verzet zich tegen de conservatieve levensinstelling van de haven­arbeiders. Hij verwerpt de volksuniversiteit waar zijn collega’s ’s avonds heengaan. Simón loopt tijdens de eerste de beste filosofieles het lokaal uit, omdat hij in de filosofie de aansluiting bij het ware leven mist. Hij oordeelt zonder de filosofie een redelijke kans te hebben gegeven. Zijn leergierige kameraden begrijpen zijn stuursheid niet. Tot echte vriendschap tussen Simón en de andere arbeiders kan het niet meer komen.

Simóns innerlijke strijd is een boeiend gegeven in deze roman. Het zou overtuigender zijn geweest wanneer Coetzee dit centrale gegeven verder had uitgewerkt.


John Maxwell Coetzee

John Maxwell Coetzee, geboren als John Michael Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940), is een Zuid-Afrikaanse schrijver. Hij heeft zijn doopnaam later veranderd. Op 2 oktober 2003 werd hem de Nobelprijs voor literatuur toegekend. Hij was de tweede Zuid-Afrikaanse schrijver die deze eer ten deel viel. Coetzee wordt beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers van deze tijd. Hij schreef diverse romans, waarin vaak het thema terugkeert van de eenling die zich staande moet zien te houden binnen een groep. Ook behandelt hij in zijn romans vanuit verscheidene invalshoeken grote menselijke thema’s, zoals liefde, geluk, eenzaamheid, angst, verdriet, goed en kwaad, of bijvoorbeeld de meer concrete vraag of mensen die geen kinderen hebben iets wezenlijks missen in het leven (zoals in ”Langzame man”).


Boekgegevens

”De kinderjaren van Jezus”, J. M. Coetzee (vert. Peter Bergsma); uitg. Cossee, Amsterdam/Boekencentrum, Zoetermeer, 2013; ISBN 978 90 5936 388 5; 318 blz.; € 19,90.