„Regenboogsymbool tekent doorgeslagen tolerantie”

beeld ANP ANP

LEEUWARDEN. Regenboogvlag, regenboogzebrapad, regenboogstoplicht, regenboogtrap. De ene na de andere stad beijvert zich om met dergelijke symbolen tolerantie richting homoseksuele inwoners te tonen. Daar is niet iedereen blij mee.

Regenboogvlaggen werden door de eeuwen heen gebruikt door uiteenlopende groepen: indianen in Zuid-Amerika, boeren tijdens de Duitse Boerenoorlog in 1524/1525, de vroegere Joodse Autonome Republiek in Rusland, de coöperatieve beweging en de vredesbeweging.

Bij de homobeweging is de vlag sinds 1978 in gebruik, aanvankelijk in Amerika, maar vanaf de jaren negentig verving hij in Europa de roze driehoek die tot die tijd vooral als symbool werd gehanteerd. De beweging wil met de regenboogvlag de ruimte voor veelkleurigheid en voor diversiteit van levenswijze laten zien.

Naast de zeven kleuren van de regenboog had de ontwerper ook een roze baan bedacht. Die kleur bleek bij massaproductie van de vlag niet altijd beschikbaar. Dus werd juist de kleur geschrapt die tot die tijd in de homobeweging veel was gebruikt.

De Protestantse Kerk in Amsterdam wil van 23 juli tot 7 augustus, als het homo-evenement EuroPride in de hoofdstad wordt gehouden, de bezoekers welkom heten door bij elk kerkelijk gebouw de regenboogvlag uit te steken.

De vlag wappert op steeds meer plaatsen. En daar blijft het niet bij. In Leeuwarden onthult wethouder Feitsma morgen een regenboogtrap. De Friese hoofdstad is de zoveelste plaats in korte tijd die symbolisch duidelijk maakt dat hij homo’s accepteert.

Inmiddels besloten steden als Maastricht, Rotterdam, Utrecht, Tilburg, Leiden, Arnhem, Zwolle en Helmond een homozebrapad aan te leggen. De veelkleurige oversteekplaats in Zwolle moet op 11 oktober, de Internationale Coming-Outdag, worden geopend. Het idee is afgekeken van buitenlandse steden als Sydney, Hollywood, Vancouver en Brighton.

Utrecht was niet alleen –in 2013– de eerste stad in Nederland met zo’n zebrapad, maar nam afgelopen maart ook de eerste drie ‘homostoplichten’ van het land in gebruik. Twee poppetjes van hetzelfde geslacht worden daarop tegelijk rood of groen. De verkeerslichten moeten de aandacht vestigen op de „acceptatie en zichtbaarheid van lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders.” Ook dat was niet origineel: Wenen had die lichten vorig jaar al. Helmond wil ze ook.

Bezwaren

Herman van Wijngaarden, staflid van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) en auteur van het boek ”Oké, ik ben dus homo”, zegt dat hij „niets heeft” met publieke uitingen zoals een regenboogzebrapad of een homostoplicht. „Ze hebben vooral te maken met politieke correctheid. Ik zie er de noodzaak niet van in en denk dat er andere groepen zijn die meer in aanmerking komen voor zo’n statement, zoals vluchtelingen en asielzoekers. Met de homohaat in Nederland valt het wel mee.”

In de praktijk zijn regenboogsymbolen volgens Van Wijngaarden vaak verbonden met een „doorgeslagen tolerantie: Doe maar wat je wilt, ik zal er niets van zeggen. Als ik zo’n zebrapad tegenkom, heb ik echt niet het gevoel: Wat fijn, ik word hier getolereerd.”

Dat uitgerekend de regenboog, in de Bijbel het teken van Gods verbond met Noach, wordt gebruikt, betreurt Van Wijngaarden.

„Het is jammer dat het Bijbelse symbool van hoop door de homobeweging is gekaapt. Vroeger had je de evangelisatieactie ”Er is hoop”, die de regenboog als symbool had. Dat zou in deze tijd niet meer kunnen, gezien de associatie die dit oproept.”

Stoplichten weggehaald

Kritiek klinkt er ook uit andere hoek. In het Oostenrijkse Linz werden eind vorig jaar de homostoplichten weggehaald. „Verkeerslichten zijn er om het verkeer te regelen en mogen niet misbruikt worden om een advies te geven hoe we ons leven moeten leiden”, zei de nieuwe wethouder die het besluit van zijn voorganger terugdraaide.

Ook de zebrapaden roepen weerstand op. Verkeerspsycholoog Tertoolen wees er vorige maand op dat een zebrapad volgens de wet uit witte strepen moet bestaan. Speelsheid kan, maar de situatie moet wel duidelijk blijven, stelde hij. Het gevaar is volgens hem dat verkeersdeelnemers niet goed meer kunnen inschatten of ze wel of niet met een zebrapad te maken hebben. Als er op een andersgekleurd pad een ongeval plaatsheeft, kan dat vervelende juridische consequenties hebben: het is feitelijk geen zebrapad en dus is het de vraag of een auto wel verplicht is te stoppen.