Radicale verlichting verbant God

4

Nederland is zendingsland geworden. Mede dankzij de radicale verlichting, waarvan de grondslag al werd gelegd door de Nederlandse filosoof Spinoza (1632-1677) en die na 1945 volgens de Britse historicus Jonathan Israel „eindelijk heeft getriomfeerd.”

In Nederland „heerst een spirituele armoede die erger is dan de armoede in Afrika”, constateert de Kameroener George Epie in het julinummer van OneWorld, een tijdschrift over ontwikkelingssamenwerking. „Nederlanders bezitten alles wat ze willen, maar vanbinnen is er niets.”

De in Amsterdam –ooit de woonplaats van Spinoza– werkzame zendeling uit de pinksterkerk ervaart vaak weerstand als hij op straat over religie begint. „Nederlanders denken: Ik heb controle over mijn leven, ik heb God niet nodig.”

Zijn ervaring onderstreept de triomf van het gedachtegoed van de radicale verlichters dat Israel in zijn boek ”Revolutie van het denken” met veel passie beschrijft.

De radicale verlichting –de ”hardcore”-variant die dé verlichting representeert– speelde volgens Israel „de hoofdrol bij de vorming van de meest fundamentele maatschappelijke en culturele waarden van de westerse wereld in de postchristelijke tijd.”

Door een aanhoudende reeks publicaties, gebaseerd op principes zoals vrijheid van levensstijl, volledige vrijheid van denken en uiten, uitschakeling van religieus gezag in wetgeving en onderwijs, en volledige scheiding van kerk en staat, zorgden radicale verlichtingsfilosofen als Diderot, d’Holbach en Helvétius rond 1770 bij delen van de samenleving voor een revolutie in het denken.

Onmiskenbare dreiging

Ook al hebben die waarden op veel plaatsen (denk aan Afrika) nauwelijks voet aan de grond gekregen, volgens Israel „hebben ze in een groot deel van de wereld na 1945 toch eindelijk getriomfeerd.”

De voorbeelden liggen, alleen al op politiek terrein, voor het oprapen: abortus, euthanasie en homohuwelijk zijn gelegaliseerd, winkels mogen op zondag open, de rituele slacht was bijna verboden, godslastering zou niet strafbaar moeten zijn, gewetensbezwaarde trouwambtenaren hangen aan een zijden draadje, evenals het christelijk bijzonder onderwijs.

Ad de Bruijne, hoogleraar ethiek aan de Theologische Universiteit Kampen, waarschuwde onlangs in het ChristenUnieblad Denkwijzer voor de „onmiskenbare dreiging” die voor orthodoxe christenen van het triomferende verlichtingsdenken uitgaat. „Zoals eens de Franse revolutie, aangejaagd door radicale verlichtingsidealen, uitliep op geweld, zo moeten wij ook vandaag oog krijgen voor de verborgen gewelddadige trek van het laatmoderne liberalisme.” Hij doelde onder meer op de democratische dictatuur van een seculiere meerderheid.

„Christelijke publieke bezinning en actie dienen daarom vandaag de 19e-eeuwse strijd te hernemen en voort te zetten”, betoogde De Bruijne. „Niet zozeer om christelijke belangen te beschermen of alsnog een christelijk publiek domein na te streven, maar wel om de hele samenleving te bewaren voor deze bedreiging.”

De Bijbel leert evenwel dat de triomf van de verlichting een pyrrusoverwinning zal blijken. Ook mr. Groen van Prinsterer zag de toekomst zonnig in. „Dat de revolutie tot staan zal worden gebracht, is zonder twijfel”, schreef hij in 1847 in ”Ongeloof en revolutie”.

Beslissende scheiding

Israel bespreekt in zijn boek diverse ideeën van radicale verlichters over democratie, economie, moraal en vrede. Steeds benadrukt hij dat er een onoverbrugbare kloof zit tussen de ideeën van radicale verlichters en van gematigde verlichters als Locke, Voltaire en Rousseau, die nog in een voorzienigheid geloofden en die naast de rede ook de traditie hoogachtten. Die splitsing acht hij wezenlijk voor een goed begrip van de geschiedenis.

Wat Israel miskent, is dat de beslissende scheiding niet loopt tussen radicale en gematigde verlichters, maar tussen revolutionairen en ”evangelischen”. „Wie niet voor Mij is, is tegen Mij”, zei het Licht der wereld. Die antithese geldt niet alleen het geestelijke, maar ook het materiële leven.

Van de radicale verlichting is volgens Israel de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza een van de twee aartsvaders. Spinoza was dé „bedenker van de strikt seculiere morele waarden en de cultuur van persoonlijke vrijheid” die de basis vormen van het moderne, seculiere denken.

Een van Spinoza’s hoofdwerken, ”Ethica” (1677), is onlangs in een nieuwe vertaling verschenen. De teksten liegen er niet om. Godsdienst is verzonnen door mensen die de godheid zo ver wilden krijgen hen boven anderen te verkiezen, zodat ze hun „blinde begeerte en onverzadigbare hebzucht” konden uitleven.

Spinoza ontkent het bestaan van God zoals Hij Zich in de Bijbel openbaart. God en de natuur zijn volgens hem hetzelfde.

De hoogste zaligheid van de mens ligt in de vervolmaking van de rede. Hoe meer iemand probeert en in staat is naar zijn eigen belang te streven, des te meer deugd hij volgens Spinoza heeft. De beste manier van leven is zijns inziens zo veel mogelijk plezier te beleven aan zaken zoals eten, drinken, muziek, sport en schouwburgbezoek.

Verboden boeken

Protestanten zullen zich voluit herkennen in het besluit van de Rooms-Katholieke Kerk om ”Ethica” meteen na verschijning op de lijst met verboden boeken te zetten.

Een origineel manuscript van het Latijnstalige boek (het is daarnaast alleen overgeleverd via andere boeken) kwam in de bibliotheek van het Vaticaan terecht. Daar dook het in oktober 2010 op. Uitgeverij Boom liet het vertalen en maakte er een mooi boek van.

De inhoud ervan is, los van de goddeloze teneur, bepaald geen eenvoudige kost. ”Revolutie van het denken” leest veel makkelijker weg. Dat boek, gebaseerd op reeks colleges van Israel, biedt een korte samenvatting van diens belangrijkste stellingnames en een goed gedocumenteerd inzicht in de filosofie van de radicale verlichting die de hedendaagse cultuur zo krachtig heeft beïnvloed.

Ook christenen kunnen, volgens De Bruijne in Denkwijzer, „affiniteit” voelen met veel in het christendom gewortelde idealen van de atheïstische radicale verlichting.

Maar, zegt de Kamper hoogleraar, de radicale verlichting „forceert” die idealen „los van Christus in het heden. In het licht van de Bijbelse eschatologie herkennen wij daarom in de radicale verlichting een volgende en misschien wel laatste gestalte van de antichrist. Het bederf van het beste is het slechtste.”

De christelijk geïnspireerde idealen van de radicale verlichting kunnen volgens De Bruijne „alleen door Christus voluit worden verwerkelijkt op een nieuwe aarde.” Nederland, concludeert ook zendeling Epie in het tijdschrift OneWorld, „heeft God hard nodig.”


Boekgegevens

”Ethica”, Spinoza; uitg. Boom, Amsterdam, 2012; ISBN 978 94 6105 753 2; 320 blz.; € 39,90;
”Revolutie van het denken”, Jonathan Israel; uitg. Van Wijnen, Franeker, 2011; ISBN 9789051944105; 240 blz.; € 25,-.