Niet alle uitdrukkingen in onze taal zijn even netjes. ”Joost mag het weten”, bijvoorbeeld. Joost komt van het Javaanse woord ”joos”, een aanduiding voor een Chinese god. Later kreeg het de betekenis van duivel. Want, zo zegt het Groot Uitdrukkingenwoordenboek: „De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere.” Een waarheid als een koe.

Ook andere uitdrukkingen worden in christelijke kringen vermeden, alleen al om de klank. ”Een broertje dood hebben aan iets”, bijvoorbeeld. De betekenis ervan is niet moeilijk te gissen.

Er zijn echter ook gezegdes die iedereen gebruikt, terwijl de herkomst ervan niet zuiver op de graat is. ”Van likmevestje” bijvoorbeeld. Klinkt niet zo ernstig, ware het niet dat het ”vestje” waarschijnlijk afkomstig is van het Franse woord ”fesse”. Een woord dat je waarschijnlijk niet leert door goed op te letten tijdens de Franse les.

En was je vroeger een buitenbeentje, dan was je een buitenechtelijk kind. Of wat te denken van de klos en de pineut zijn? De woorden hebben geen negatieve gevoelswaarde voor de meeste mensen. Maar pas op: beide verwijzen hoogstwaarschijnlijk naar het mannelijk geslachtsorgaan.

De Nederlandse taal kent veel uitdrukkingen die naar de dood verwijzen, zoals iemand de das omdoen. Dat is geen lekkere warme wintersjaal, maar het gaat hier om de strop. En mocht je het bij een wedstrijdje hardlopen moeten afleggen tegen je tegenstander, weet dan dat deze uitdrukking voor het eerst gebruikt werd als verwijzing naar het sterven.

Een voorbeeld van een uitdrukking rond het thema ”dood” die veel mensen niet snel zullen gebruiken, maar waar een historisch verhaal achter zit, is ”Iemand om zeep brengen”. De uitdrukking verwijst naar de tochten van zeelui naar landen aan de Middellandse Zee om Spaanse, uit olijfolie gemaakte zeep te halen. De tochten waren gevaarlijk: vaak keerden de zeelieden niet heelhuids terug.

Sommige uitdrukkingen komen uit roomse kokers. Neem ”advocaat van de duivel spelen”. Deze advocaat is de persoon die bij zalig- en heiligverklaringen in de Rooms-Katholieke Kerk kritische vragen stelt over de heiligheid van de kandidaat, aldus Onze Taal.

Tot slot zijn er ook uitdrukkingen die niet netjes klinken, maar die heus zo erg niet zijn. ”De gedoodverfde winnaar zijn”, bijvoorbeeld. Doodverf is een term die afkomstig is uit de schilderswereld en volgens taalkundige F. A. Stoett niets meer betekent dan grondverf. Een schrikreactie bij ”Het loopt als een tiet”, is ook niet nodig. Tiet slaat niet op een vrouwenborst, zoals vaak gedacht wordt, maar is dialect voor kip.

Mocht je het na deze hele rij uitdrukkingen in Keulen horen donderen, schrik dan niet. Vroeger betekende deze uitdrukking slechts dat iets zo ver van je bed plaatsvond, dat het je koud liet. Niets om je zorgen over te maken dus. Behalve voor de Puntuitredactie dan. Want de serie over uitdrukkingen en gezegdes heeft je dan blijkbaar maar weinig geïnteresseerd.

Dit is het laatste deel in de gezegdenserie. {Hier zijn alle uitdrukkingen nog eens na te lezen#www.puntuit.nl/uitdrukking}