Promoties over God ervaren én kwijtraken

Promotie Van der Kamp. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
6

AMSTERDAM – De piëtistische beleving van God in het hart en de afwezigheid van de God in de moderne cultuur. Het waren de onderwerpen van twee promoties die maandag vlak na elkaar plaatsvonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Twee promovendi stonden voor de taak hun dissertatie te verdedigen. Verschillend in afkomst, persoon en onderwerp. De jonge Jan van de Kamp (27), lid van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, promoveert op een historische studie over Duitse vertalingen van stichtelijke werken en de netwerken die daarin een rol speelden. Hij is de eerste promovendus bij prof. dr. W. J. op ’t Hof en vormt ook de eerste promotie binnen het Hersteld Hervormd Seminarie. Velen uit deze achterban bezoeken de plechtigheid.

Drs. W. Dekker komt uit een heel andere hoek. Hij is protestants predikant, verbonden aan de missionaire organisatie IZB, en staat met zijn 61 jaar aan het eind van zijn actieve leven. Hij promoveert op de áfwezigheid van God en is een van de laatste promovendi van de geëmeriteerde prof. dr. A. van de Beek.

Piëtisme en vroomheid zijn begrippen die voortdurend tijdens de eerste promotie vallen, maar ook een enkele keer tijdens de tweede. Uit de studie van Van de Kamp blijkt dat er sprake was van een Europese beweging van piëtisme die streefde naar persoonlijke en maatschappelijke vroomheid. In zijn inleidend praatje wijst hij op de vertaler Philipp Erberfeld (1639-1709), die ontdekte dat hij slechts een naamchristen was en vervolgens een radicale bekering beleefde.

Maar waarom bijvoorbeeld de mystieke Jacob Boehme buiten je studie gehouden, vraagt een hoogleraar. „Want ook in de kring van boehmisten werden piëtisten graag gelezen, hoewel zij niet bepaald orthodox waren.”

Van de Kamp gaat er niet echt op in, maar zijn conclusie is wel dat de piëtistische vroomheid toch interconfessioneel was.

Netwerken, is dat niet een modern woord, vraagt een andere hoogleraar. Hij wijst op het feit dat je tegenwoordig als hoog­leraar netwerken nodig hebt om je publicaties bekendheid te geven. Netwerken zijn ook onder piëtisten sterk vertegenwoordigd, antwoordt Van de Kamp, waarbij hij verwijst naar hun correspondentie. „De brieven werden meestal gelezen door meerdere mensen dan alleen door de ontvanger.”

Na een succesvolle verdediging, die vooral op details inzoomt, krijgt Van de Kamp voor zijn proefschrift het predicaat ”met lof”. Prof. Op ’t Hof houdt een laudatio, prijst de bescheidenheid van de promovendus en roept hem ertoe op vooral door te gaan met serieus bronnenonderzoek. „Dat is beter besteed dan het bezoeken van congressen.” Prof. Op ’t Hof is echter dermate lang van stof dat decaan prof. W. Janse hem maant om nu „echt te stoppen.”

Het volgende publiek stroomt naar binnen. Nu geen achterban van de Herstelde Hervormde Kerk en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, maar van de Gereformeerde Bond, diverse missionaire organisaties en de Evangelische Omroep. Duidelijk een vollere zaal.

Het begrip piëtisme valt ook een paar keer in drs. Dekkers betoog. Hij is bezorgd over een situatie waarin de mens „piëtistisch gesticht kan zijn in zijn geloofsleven”, maar waar de verbinding van geloof en het dagelijkse leven zoek raakt.

Waar blijft het werk van de Geest, vraagt prof. dr. J. Hoek, bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit in Kampen. „Het is die Geest Die ook in deze tijd mensen God doet ervaren.” Dat klopt, zegt drs. Dekker, maar hij zou graag meer willen weten over de sporen van God in de werkelijkheid, in plaats van alleen maar piëtistisch ‘God in de ziel’.

De docent praktische theologie dr. H. de Leede ziet de crisis van de kenbaarheid van God evenzeer in de christelijke gemeente, waar „zovele Franca Treurs met weinig lawaai vertrekken.” Afwezigheid van God, is dat niet een wésters probleem, vraagt prof. Stefan Paas, hoogleraar kerkplanting aan de VU. Hij vindt het opvallend dat de drie personen die drs. Dekker behandelt (Miskotte, Pannenberg en Houtepen) alle drie „westerse volkskerktheologen” zijn. „In het overgrote deel van de wereld speelt deze ervaring helemaal niet. Zijn deze drie theologen niet deel van het probleem?”

Prof. A. van de Beek prijst in zijn laudatio de persoonlijke gedrevenheid van de onderzoeker. „Uw levensweg is uw onderzoeksweg en omgekeerd.” Het thema van drs. Dekker is hoe we het Evangelie ter sprake kunnen brengen in een geseculariseerde cultuur. En daarvoor komt de promovendus volgens prof. Van de Beek uit bij Miskotte. „Als we God leren kennen, hebben we dat aan God te danken. Het antwoord komt van Zijn kant.” Deze piëtistische waarheid slaat toch weer een brug tussen beide promoties.