Prof. Meester: Evolutie vaak ideologie

Prof. dr. Ronald Meester. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
2

Kritiek op de evolutieleer roept vaak felle en emotionele reacties op, merkt professor Ronald Meester. „De evolutieleer is voor sommige wetenschappers kennelijk meer dan een gewone theorie: het is een ideologie geworden, een levensbeschouwing die álles moet verklaren.”

Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsleer aan de VU, speelde al langer met de gedachte een nieuw boek uit te brengen over wetenschap en levensbeschouwing. Het resulteerde in zijn boek ”Arrogant. Waarom wetenschappers vaak minder weten dan ze denken” dat op 16 januari verschijnt bij uitgeverij Ten Have.

Een publicatie en een promotie gaven de hoogleraar stof te over. „Interessant vind ik hoe wetenschappers vorig jaar reageerden op het boekje ”Mind and Cosmos”. De Amerikaanse auteur Thomas Nagel is overtuigd atheïst, maar toont aan dat Darwin het menselijke bewustzijn niet kan verklaren.” Hij kreeg de wind flink van voren.

„Ik vond het grappig om te zien dat de promotie van evolutiebioloog Joris van Rossum een vergelijkbare reactie opriep.” Van Rossum promoveerde eind vorig jaar bij Meester en René van Woudenberg, hoogleraar kennisleer aan de VU. Ook hij leverde kritiek op de evolutietheorie.

Dat was tegen het zere been van een viertal evolutiebiologen. Eind januari namen Gerdien de Jong van Universiteit Utrecht en de drie Wageningers Duur Aanen, Rolf Hoekstra en Arjan de Visser de promotie onder vuur in een brief aan Lex Bouter, rector magnificus van de VU. De promovendus zou „niet op de hoogte zijn van de literatuur, noch van de natuur.” Doordat Van Rossum natuurlijke selectie niet goed doorgrondt, komt hij tot een ongefundeerde stelling, namelijk dat natuurlijke selectie seksuele voortplanting niet kan verklaren, aldus de biologen.

„Ik vind hun reactie beneden alle peil”, reageert Meester, die zich flink ergert aan de arrogante toon van de vier criticasters. „Wetenschappelijk gezien slaan ze de plank helemaal mis. Ze beweren dat Van Rossum zou stellen dat wezens die zich geslachtelijk voortplanten niet aan natuurlijke selectie zouden kunnen blootstaan. Maar dat is onjuist; de promovendus stelt alleen op filosofische gronden dat het darwinistische mechanisme het ontstaan van seks niet kan verklaren.” (Zie webadres onder aan dit artikel.)

Onvoorstelbaar

Ook qua collegialiteit is de hoogleraar niet gelukkig met die brief. „Het kale feit dat ze een brief naar de rector sturen, vind ik onvoorstelbaar. Ik had liever gezien dat ze contact met ons hadden gezocht.”

Bovendien is Van Rossum niet de naïeve onbenul die de vier biologen hebben neergezet in hun brief. „Hij is zeer goed op de hoogte van de relevante literatuur en weet als evolutiebioloog echt wel waarover hij het heeft”, aldus Meester.

Van Rossum diende zijn criticasters destijds stevig van repliek. „De fundamentele kritiek op mijn werk lijkt ingegeven door een onnauwkeurige lezing en een slecht begrip van mijn werk. De felheid en de grote stelligheid van de kritiek zijn derhalve allerminst gerechtvaardigd”, schreef hij op de website van het universiteitsblad Ad Valvas van de VU. Hij heeft overwogen in debat te gaan met De Jong, maar haar toon en felheid maakten dat hij ervan afzag.

Van alle beschuldigingen en verdachtmakingen die de biologen in de brief hebben geuit, bleef er ten slotte slechts één overeind, vervolgt Meester. „Wij hebben destijds gekozen voor twee promotoren: een wiskundige en wetenschapsfilosoof. Het is te verdedigen om daar bij een vergelijkbare promotie een bioloog naast te zetten, zoals ook de rector magnificus in zijn brief verwoordde. Overigens zat er wel een evolutiebioloog –professor Nico van Stralen– in de leescommissie. Die heeft groen licht gegeven voor deze promotie.”

Ook Piet Borst, emeritus hoogleraar klinische biochemie aan de Universiteit van Amsterdam, mengde zich onlangs in de discussie: het proefschrift zou een typisch product zijn geweest van de intelligentdesignbenadering, schreef hij in het zomernummer van kwartaalblad Skepter. Intelligent design of ID is de wetenschappelijke opvatting dat bepaalde complexe structuren in de natuur niet vanzelf kunnen zijn ontstaan en dus een intelligente ontwerper moeten hebben.

Meester zou „een ID-paladijn van het eerste uur” zijn, sneert Borst. „Borst kletst uit zijn nek”, reageert Meester. „En dat weet hij heel goed. Ik ben nooit een voorstander geweest van ID. Maar uit die hoek komen wel gedachten die interessant en zinvol zijn. Als je die wilt afserveren, doe dat dan op basis van argumenten. Maar druk niet als een kip zonder kop iemand in een hoek omdat die persoon vindt dat er een intelligent designer moet zijn.”

Van Rossums proefschrift heeft evenmin iets van doen met ID, al insinueert Borst dat wel. „Ik heb wel met promovendus Van Rossum te doen. Lang nadat de ID-strapatsen van zijn promotoren zijn vergeten, zit hij nog met dat proefschrift. Treurig”, schrijft de Amsterdamse emeritus hoogleraar.

Heeft Borst gelijk?

„Ik laat die uitspraken voor zijn rekening. Elke wetenschappelijke bewering is wat mij betreft voor discussie vatbaar. Er is echter geen enkel steekhoudend argument aangeleverd dat de conclusies van Van Rossum omver heeft gegooid: die staan nog steeds als een huis. En dat is geen klein succes na al die commotie.”

Dus Van Rossum is terecht gepromoveerd?

„Absoluut. Daar kan geen twijfel over bestaan.”

Wat is de reden dat de vier biologen hem zo hard hebben aangepakt, denkt u?

„Angst of onzekerheid of een combinatie van beide. En dat moet vrij diep zitten. Ergens moet Van Rossum iets hebben geraakt waardoor de evolutiebiologen zo boos zijn geworden. Als hij een onwaarheid zou hebben geuit, kan ik dat nog begrijpen. Maar wanneer je kritiek op de evolutietheorie ziet als bedreiging voor de wetenschap of als pleidooi voor God, is er iets anders aan de hand.”

Wat dan?

„Over een valide theorie kun je uitstekende discussies voeren. Maar een theorie die overal antwoord op moet geven, kan geen wetenschappelijke theorie meer zijn; dat is een ideologie, een levensbeschouwing geworden. In zo’n situatie zie je dat de geringste kritiek op de evolutietheorie dit soort felle reacties oproept; commentaar op de theorie voelt dan onmiddellijk als een persoonlijke aanval. Van zo’n wetenschapsopvatting moeten we ver vandaan blijven.”

Dit is het tweede deel in een vierdelige serie over wetenschappers en levensbeschouwing. Op 15 januari prof. dr. André Aleman.



Commotie over promotie

Het proefschrift van Van Rossum is geen promotie waard, vindt dr. Gerdien de Jong. De evolutiebiologe van de Universiteit Utrecht reageert op het interview met prof. dr. Meester, terwijl ze die tekst niet vooraf heeft ingezien. Het proefschrift is volgens haar gebaseerd op „vermijdbare misvattingen” van de evolutiebiologie van Dawkins en van Darwin. „Die zijn veroorzaakt door onnauwkeurig lezen en onvoldoende begrip van de evolutiebiologie.”

Van Rossum beweert dat natuurlijke selectie seksuele reproductie vooronderstelt; vervolgens stelt hij dat natuurlijke selectie geslachtelijke voortplanting niet kan verklaren, meent De Jong.

„Ook suggereert Van Rossum dat natuurlijke selectie volgens Dawkins werkt op het niveau van het gen. Geen enkele evolutiebioloog heeft dit ooit beweerd. Niemand behoort te promoveren omdat hij zijn onderwerp niet snapt.”

De promotoren Meester en prof. dr. René van Woudenberg hadden volgens haar moeten controleren of de stellingen van Van Rossum in overeenstemming zijn met wat evolutiebiologen zeggen. „Zij hebben dit nagelaten; anders waren zij hun promovendus niet gevolgd in zijn misvattingen. Het proefschrift is alleen aanvaard omdat het aansluit bij de buitenwetenschappelijke vooroordelen van de promotores.”

Ook op de handelwijze van de leescommissie uit De Jong kritiek. Zo zou prof. dr. Jan Boersema, lid van de leescommissie, de Wageningse hoogleraar evolutiebiologie Rolf Hoekstra hebben gevraagd om advies over het proefschrift. Boersema heeft dit advies niet gevolgd. „Heeft Meester Boersema overgehaald met de verdediging in te stemmen?”

Ronald Meester reageert verontwaardigd wanneer hem deze vraag wordt voorgelegd. „Een schandalige suggestie. Op geen enkel moment heb ik op enig lid van de leescommissie druk uitgeoefend, en mijn medepromotor evenmin.”

Ook Boersema ontkent overgehaald te zijn om in te stemmen met de promotie. „Laat staan dat ik me erdoor zou hebben laten beïnvloeden. Ik had voordat ik het advies van Hoekstra binnenkreeg mijn oordeel ”toegelaten tot de verdediging” al gegeven, omdat ik vond dat het een ambitieuze onderneming was over een echt belangrijke vraag. Dat maak je te weinig mee aan de universiteit. Ik vond dat de promovendus had bewezen een doctorstitel waard te zijn.”

De suggestie van De Jong is volgens Boersema gebaseerd op een vermoeden en bovendien onjuist. „Ze laat een bedenkelijke attitude zien. De Jong ziet overal en nergens onheuse en religieus gemotiveerde aanvallen op het evolutionisme. Ook nu heeft ze alles uit de kast gehaald om dit werk en de procedure in een kwaad daglicht te stellen en de integriteit van de promotores in twijfel te trekken. Dat alles is volstrekt buiten proportie. Het heeft de VU, de promovendus en de wetenschap geen goed gedaan.”


Prof. dr. R. W. J. Meester

Ronald Meester (50) is hoogleraar waarschijnlijkheidsleer en hoofd van de afdeling wiskunde van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij publiceert geregeld over de relatie tussen wetenschap en levensbeschouwing. Kerkelijk is hij aangesloten bij de oecumenische Leidse Studenten Ekklesia, een vrijzinnige geloofsgemeenschap.


Lees ook in Digibron

Interview met Van Rossum, Reformatorisch Dagblad 16 januari 2013

Nieuwsartikel over promotie, Reformatorisch Dagblad 16 januari 2013

Reactie van evolutiebiologen, Reformatorisch Dagblad 2 februari 2013

Reactie van Van Rossum, Reformatorisch Dagblad 7 februari 2013

Reactie VU, Reformatorisch Dagblad 12 februari 2013