Prof. Baars voor SSNR: Omgang met God zichtbaar in het leven

De Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR) belegt dit seizoen weer een wintercursus in Veenendaal. Links voorin cursusleider en SGP-Kamerlid dr. R. Bisschop met zijn vrouw. Achter het spreekgestoelte prof. dr. A. Baars. Foto RD RD

VEENENDAAL – Puriteinen als Lewis Bayly legden grote nadruk op de eeuwigheid en het leven voor Gods aangezicht. „Liggen in het missen daarvan in onze tijd misschien de wortels van de opstekende storm van secularisatie?” Dat vroeg prof. dr. A. Baars zich zaterdag af tijdens een bijeenkomst van de Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR) in Veenendaal.

De SSNR organiseert vanaf 1995 wintercursussen over thema’s die verband houden met de Nadere Reformatie, een Nederlandse vroomheidbeweging uit de zeventiende en de achttiende eeuw. De cursus, onder de naam ”Genade zo oneindig groot”, gaat dit seizoen over de praktijk van het geestelijk leven bij de puriteinen, een beweging in de Angelsaksische landen die verwant was aan de Nadere Reformatie. Tijdens de eerste bijeenkomst stond Lewis Bayly (circa 1575-1631) en zijn boek ”De praktijk der godzaligheid” centraal. Later komen John Wall, Stephen Charnock, Joseph Alleine, John Newton en William Cowper aan de orde.

Prof. Baars, hoogleraar ambtelijke vakken aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, stelde aan het begin van zijn lezing dat de naam van Lewis Bayly nu niet meer bekend is. Dat was echter anders in de zeventiende eeuw. Van diens ”The Practice of Piety” verschenen tientallen drukken, niet alleen in Engeland maar ook in Nederland en vele andere landen. Het in 1620 in het Nederlands vertaalde boek was in ons land in de zeventiende eeuw een van de meest herdrukte prozageschriften uit de zeventiende eeuw. Het is overigens nog steeds verkrijgbaar in een nieuwe editie.

In het Engelse taalgebied was het boek na ”De Christenreis” van John Bunyan het meest herdrukte en verspreide stichtelijke werk in de zeventiende eeuw. Bunyan heeft het boek ook gelezen, zei prof. Baars. De man was straatarm toen hij trouwde. Zijn vrouw had twee boeken, een daarvan was het boek van Bayly. Prof. Baars zei dat het geschrift in het leven van Bunyan doorgewerkt heeft en dat vooral in diens vroege geschriften echo’s uit het werk van Bayly terug te vinden zijn.

Bayly groeide op in Wales en werd in 1611 predikant te Shipston-upon-Stour. Later werd hij hofprediker en bracht hij het zelfs tot bisschop van Bangor. Prof. Baars noemde ook zijn gebreken. „Als bisschop bevoordeelde hij duidelijk familieleden en vrienden als het ging om kerkelijke benoemingen. Enige partijdigheid en oneerlijkheid viel hem niet te ontzeggen. Hieruit blijkt dat ook belangrijke theologische en geestelijke auteurs uit het verleden zondige mensen zijn die alleen door genade zijn wat ze zijn.”

”De praktijk der godzaligheid”, zijn enige werk, schreef Bayly in zijn tweede gemeente, Evesham. Het boek gaat terug op zijn preken en gebeden die hij in de eredienst en tijdens de huisgodsdienstoefeningen heeft uitgesproken. De uitgave bestaat uit drie gedeelten. Het eerste stuk is een dogmatische verhandeling over de drie-enige God en zijn eigenschappen. Het tweede gedeelte gaat over het verschil tussen de natuurlijke mens en de wedergeboren mens. In het laatste deel staan voorbeelden van gebeden, meditaties en gesprekken met de ziel.

Prof. Baars karakteriseerde het boek als „een stichtelijk handboek voor de praktijk van de godzaligheid, waarin een dringende oproep wordt gedaan tot een godzalig leven tot eer van de drie-enige God”.

De hoogleraar ging vooral in op het tweede deel. Hij noemde het fragment over het sterven van een zondaar een echo van de middeleeuwse literatuur over stervensbegeleiding. „Bayly beschrijft het proces van het sterven in zijn strenge onverbiddelijkheid. Hij tekent het sterven in de kleuren en met de beelden van de ondergang van de wereld op de oordeelsdag. De stervende hoort de aanklachten die tegen hem worden ingebracht en ziet alle zonden van zijn leven voor ogen. De duivelen zijn uit de hel gekomen om zijn ziel weg te voeren. In zijn angst vraagt hij zijn ogen, oren, tong, voeten, handen en hart of ze hem kunnen helpen, maar helaas het is te laat.” Daartegenover stelt Bayly de gelukzaligheid van hen die Christus kennen.

Prof. Baars vindt de grote nadruk op de eeuwigheid en het leven voor Gods aangezicht in het werk opvallend. Hij stelde dat ook andere puriteinen dat hadden en vroeg vervolgens of wij dat tegenwoordig niet zijn kwijtgeraakt.

Tijdens de vragenbeantwoording voegde hij eraan toe dat de omgang met God gestalte moet krijgen in het leven. „De christenen uit de vroege kerk waren leesbare brieven van Christus en droegen een geheim met zich mee. In de loop van de Nadere Reformatie heeft zich een verinnerlijking voorgedaan, waardoor religie vooral iets persoonlijks geworden is. Ik hoop dat de vreze des Heeren meer in het leven van alledag gestalte mag krijgen, dat daarvan iets te zien mag zijn in de samenleving en dat de kerk weer mag worden wat ze moet zijn.”