Presentatie digitale versie Müllerorgel Bavo Haarlem

Jos van der Kooy in de Philharmonie in Haarlem. Beeld Wim Eradus Wim Eradus
4

De grootste orgels van Nederland kunnen als digitale replica in de huiskamer worden bespeeld: Kampen, Rotterdam, Utrecht, Doesburg. Sinds zaterdag 6 december voegt het internationaal beroemde drieklaviers orgel (62 stemmen) van de Sint-Bavo in Haarlem zich daarbij. Marien Stouten van Voxus Virtual Organs presenteerde in de Haarlemse Philharmonie hun nieuwste aanwinst: de Hauptwerk-sampleset van dit Müllerorgel. Een impressie van een druk bezocht evenement.

„Haarlem is het orgelmekka van Nederland, misschien zelfs van de hele wereld”, zei Stouten. „Dit orgel heeft altijd grote indruk op mij gemaakt. Daarom wilden we juist ook dit orgel zo graag samplen.” Het was een enorme klus. „Dertig nachten zijn we bezig geweest om elke toon te samplen. Van elk pijpje registreerden we minstens acht seconden de klank, en wel vanaf verschillende posities in de kerk. Ook de nagalm namen we daarbij op.” Ongeveer 3500 werkuren waren daarna nodig om de geregistreerde klanken te zuiveren van ongewenste bijgeluiden, zoals het geruis van de windmotor, en daarna via Hauptwerk-software bespeelbaar te maken.

Met dank memoreerde Stouten de constructieve samenwerking met de beide organisten van het Müllerorgel, Jos van der Kooy en Anton Pauw. Als kenners van het klankkarakter van het monumentale instrument gaven zij de nodige feedback bij de opbouw van de klankreproductie. Deze zaterdag kan de stereo-uitvoering door beiden worden bespeeld, hoewel er nog enkele kleine correcties moeten worden doorgevoerd. „Maar eind van dit jaar is deze set echt leverbaar”, belooft Stouten. „En de quadrafonische versie, die met vier kanalen nog ruimtelijker klinkt, hopen we volgend jaar te kunnen leveren.”

Voordat Jos van der Kooy de inspeling begint met de Fantasie over ”Wachet auf, ruft uns die Stimme” van Piet Kee, de voormalige bespeler van het Müllerorgel, vertelt hij dat hij thuis naast zijn fraaie Kloporgel met houten pijpen ook een Hauptwerksysteem heeft aangeschaft. „Ik kan daarmee nu ook deze nieuwe Bavosampleset bespelen. Thuis de registraties klaar te kunnen maken is een uitkomst. Neem bijvoorbeeld een groot werk van Reger: daar ben je een hele dag mee bezig. En om dat in de winter in de kerk te doen, is geen pretje. Een ander voordeel van de samplesets is dat je zo ook, spelenderwijs, kunt kennismaken met heel verschillende orgelculturen. En dat allemaal thuis.” Glimlachend: „Het leven van een organist wordt steeds gemakkelijker.”

Van der Kooy ziet deze samplesets als realistische afspiegelingen van pijporgels. „Dat vind ik heel waardevol, maar ze kunnen nooit in de plaats komen van het origineel. Het is net als een flightsimulator voor piloten, je kunt er goed mee leren vliegen.”

Anton Pauw neemt als vertrekpunt de verre voorgeschiedenis van het orgel. „Het orgel stond oorspronkelijk in een oude middentoonstemming. Het effect daarvan is nu in de kerk moeilijk te realiseren, dan zou het hele orgel moeten worden omgestemd. Maar in Hauptwerk is het kiezen van de gewenste stemming geen probleem.” Dat demonstreert hij overtuigend met Psalm 116 van Anthoni van Noordt, een stuk dat in de middentoonstemming veel ouder en vooral reiner klinkt.

Na de Hauptwerksessie in de Philharmonie volgt ’s middags een kort openbaar orgelconcert in de Bavo, waar Jos van de Kooy onder meer de Fantasie over ”Wachtet auf, ruft uns die Stimme” van Max Reger ten gehore brengt en Anton Pauw besluit met de overbekende Toccata en Fuga in d van J. S. Bach.

Tot slot brengt Van der Kooy, op het podium van de Philharmonie gezeten achter de speeltafel van Mixtuur Virtual Organs en –nogal contrasterend– in het zicht van het statige Cavaillé-Collorgel, werken van Bach, Reger en Messiaen ten gehore. „Dit trio is voor mij de Alfa en de Omega van de orgelmuziek.”

Vergelijking en waardering

Door zowel het originele instrument als de digitale reproductie vlak na elkaar te beluisteren, wordt een voorzichtige vergelijking en waardering beter mogelijk. Zeer overtuigend is de klankschoonheid van de losse stemmen, met name die van de tongwerken. De afzonderlijk opgenomen tremulantversies van de samples dragen daar zeker aan bij. Ook niet al te grote registraties klinken voortreffelijk.

Maar plenumklanken vallen, zoals bij elke sampleset, toch wat tegen. Het is moeilijk te omschrijven, maar klank krijgt dan iets hards, iets staalachtigs, en heeft niet de grote graviteit van het origineel. Hier spelen zeker de beperkingen door de klankweergave middels luidsprekerboxen, niet al te fors voor de grote ruimte, een rol. Wellicht dat meer vermogen en vooral een groter aantal weergavekanalen –een van de mogelijkheden van Hauptwerk– nog verdere verbetering geven.

Opvallend was dat de nagalm van het gesamplede orgel dominanter was dan in de kerk zelf, ter hoogte van de preekstoel. De galm komt bij de stereoweergave uit dezelfde luidsprekers, uit dezelfde richting als de orgelklank en krijgt daardoor de neiging er een verlengstuk van te vormen. Ondanks dat klinkt het polyfone klankweefsel transparant; alleen na het slotakkoord verraadt de nagalmstaart zijn elektronische herkomst. Voor een meer realistische beleving moet de galm van alle kanten op de luisteraar afkomen, en zeker niet alleen uit de richting van het orgel. Maar daar werkt Voxus Virtual Organs nog aan met de quadrafonische versie met vier weergaverichtingen, die voor volgend jaar is gepland.

Meer informatie: www.voxusorgans.com