Voor geduld is moed nodig

Opinie
De Waalse Kerk in Den Haag. beeld RD, Henk Visscher

In de Waalse kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Dinsdag sprak Carola Schouten (CU).

Lankmoedig zijn, daar is moed voor nodig. Want het kan soms intens moeilijk zijn. Ik moest eraan denken toen begin dit jaar de film ”Silence” uitkwam in Nederland. Hierin wordt het waargebeurde verhaal verteld van de christenvervolging in Japan in de zeventiende eeuw. Twee priesters gaan op zoek naar hun mentor, die in Japan verdwenen is. In het land worden ze geconfronteerd met de gruwelijke vervolging van hun broeders en zusters, die gemarteld, gekruisigd, verdronken of levend verbrand worden.

Het verhaal speelt zich lang geleden af, maar is nog even actueel. We horen dezelfde verhalen over onze geloofsgenoten in Afghanistan of Noord-Korea. Christenen zijn nu de meest vervolgde groep mensen op aarde. Wat betekent geduld dan nog? Is er dan nog de moed om vol te houden?

De Bijbel is geen boek waarin alleen geduldige mensen worden opgevoerd, die hun lot zonder klagen dragen. De Bijbel is hier heel realistisch in. David schreeuwt het in Psalm 13 uit. Hoelang nog, Heer, zult u mij vergeten? Hoelang verbergt u voor mij uw gelaat?

Ook wij mogen het uitschreeuwen. Hoe lang nog, Heer? Wanneer komt er een einde aan dit onrecht? Wanneer komt U terug op aarde? God gruwt van onrecht, zo lezen we telkens weer. Maar Hij heeft ook geduld met deze wereld.

Cyprianus, een oude kerkvader, zei eens: „Geen mens kan over geduld iets zinnigs zeggen, tenzij hij het geduld van God heeft leren kennen. In God heeft alle geduld zijn oorsprong en vanuit Gods geduld krijgt alle menselijke geduld haar schittering en waardigheid.”

Paulus houdt ons in zijn brief aan de Efeziërs een spiegel voor. Zijn ongeduld om het evangelie te verspreiden zal groot zijn geweest. En toch spreekt hij over lankmoedigheid als een vrucht van de Geest. Juist Paulus wist heel goed hoeveel geduld God met hem had. In Timotheüs 1 schrijft hij: „Ik was de eerste aan wie God Zijn grote geduld betoonde, zodat ik een voorbeeld ben voor allen die in Hem geloven en het eeuwig leven ontvangen.” Paulus, de man die christenen had vervolgd, was gered door het geduld van God. Zoals het volk Israël ook zo vaak was gered door het geduld van God.

Onze jachtige maatschappij wordt eerder gekenmerkt door ongeduld dan geduld. We zijn het niet meer gewend lang te wachten. Soms laten we juist met de beste bedoelingen van de wereld ons ongeduld prevaleren. In de politiek is dat een grote valkuil. Om eerlijk te zijn, merk ik het ook aan mezelf. Je wilt zo graag je ideeën ten uitvoer brengen. Mensen bijvoorbeeld de waarde van het leven laten inzien, van het eerste begin tot aan het einde van het aardse leven. Het belang van onze mooie schepping laten zien, en duidelijk maken dat we gevraagd zijn daarvoor te zorgen. Het is zo verleidelijk om te denken dat ons handelen dat allemaal kan bewerkstelligen. Dat we in de politiek ervoor kunnen zorgen dat deze wereld een beetje beter wordt.

Als je het nieuws van vandaag hoort, zou je juist bijna moedelozer worden over de toestand in de wereld. Wanneer we horen van bombardementen op vluchtelingenkonvooien en gifgasaanvallen op kleine kinderen in Syrië. Wanneer er grote dreiging is rond Noord-Korea. Wanneer er in Afrika miljoenen dreigen te sterven van honger. Op die momenten is het enige wat je dan soms nog kunt uitbrengen: Heer, ontferm U.

Moeten we dan met onze armen over elkaar gaan wachten totdat ons geduld beloond wordt? Nee. Gods hand omvat de wereld, maar wij worden geroepen in deze wereld het goede te doen. We mogen zaaien en oogsten. Telkens afwachten op wat er weer komt. Maar in het vaste vertrouwen dat wat er ook gebeurt, God bij deze wereld is en zal blijven.

Ik kom nog terug op de film ”Silence”, waar ik in het begin over sprak. De priesters gaan op zoek naar hun mentor en worden geconfronteerd met de christenvervolging in Japan. Er is echter een manier voor christenen om de marteling en dood van henzelf, maar ook van anderen, te voorkomen. Ze moeten daarvoor op een zogenaamde fumie trappen. Een houten plank met daarop het gelaat van Christus. Een van de priesters komt voor het moment te staan dat hij de marteling en uiteindelijke dood van een aantal christenen kan voorkomen door dit te doen. Hij wordt gekweld door het idee. Is wanhopig. En dan hoort hij de woorden: „Trap maar. Trap maar. Ik ken de pijn in je voet het allerbeste. Trap maar. Ik ben in deze wereld gekomen om door jullie vertrapt te worden.”

In alle moeite, verdriet en ongeduld is dat de grootste hoop. God heeft Zijn geduld met ons niet verloren. Integendeel. Hij is ons ongeduld tegemoetgekomen. Hij heeft Zijn Zoon aan ons gegeven en de dood is overwonnen. Dat maakt dat wij lankmoedig kunnen zijn. In afwachting van Zijn wederkomst.

De auteur is lid van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie.