Theologenblog: Avondmaal en ambt

Opinie
ds. Wim de Bruin. beeld RD

In het klooster reflecteert Wim de Bruin op het verlangen dat er leeft om het avondmaal thuis zonder ambtsdragers te vieren.

Het is halfnegen ‘s ochtends. Al voor het ontbijt heb ik de eucharistie meegemaakt. Hier in Abdij Nazareth (Brecht, België) vieren de zusters elke ochtend om zeven uur de eucharistie. Een dagelijkse viering die zeker niet alledaags is. De viering is ingebed in een doordachte liturgie. Er wordt met eerbied omgesprongen met brood en wijn. Gebeden worden uitgesproken. Mijn hart opent zich voor de Heer.

De laatste jaren maak ik steeds vaker mee dat christenen op allerlei alledaagse momenten met elkaar het avondmaal vieren. Een liturgie is er niet. Soms klinken de instellingswoorden ook niet. Als er al ambtsdragers aanwezig zijn, vervullen ze geen bijzondere rol; alle gelovigen zijn immers priesters. Het lukt mij moeilijk om mijn hart te openen tijdens deze vieringen.

Op de achtergrond staat een ‘lage’ sacramentstheologie. Alle nadruk ligt op het symbolische karakter van brood en wijn en de herdenking van Christus’ offer. Als we eten en drinken voltrekken we in ons hoofd de gedachte dat Christus ons werkelijke voedsel voor de geest is. Hoe lager de sacramentstheologie, hoe informeler de viering, hoe meer nadruk op onze gelovige activiteit.

Het omgekeerde is ook zichtbaar: hoe ‘hoger’ de sacramentstheologie, hoe meer nadruk op het werkelijk ontvangen van het lichaam en bloed van Christus door het sacrament, hoe liturgischer de viering en des te meer nadruk op onze gelovige passiviteit, die bestaat in het ontvángen van het lichaam van Christus.

Als ik het avondmaal vier en de instellingswoorden van Jezus hoor: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt’, overkomt mij de ervaring dat lichaam en bloed van Christus me geschonken worden, door Hemzelf, via iemand die door Hem gezonden is.

In het Grieks zou je zeggen: via een apostel. Dat is een vertaling van een Hebreeuwse woord (sjaliach), dat in het jodendom staat voor een wettelijke vertegenwoordiger. Jezus zegt tegen zijn apostelen: ’Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij’ (Mat. 10:40). Oftewel: in de apostelen heb je met de Heer zelf te maken.

De instelling van het avondmaal verricht Jezus in de kring van zijn apostelen. Zij krijgen de bijbehorende opdracht om het telkens te herhalen (Luc. 22:14,19). Eerder schakelde Jezus zijn apostelen al in bij het uitdelen van het brood aan vijfduizend mensen (Luc. 9:10-17). Een maaltijd die vooruitwijst naar het avondmaal. Mensen worden door de apostelen in overzichtelijke groepen van vijftig verdeeld. Jezus breekt de broden en de vissen, en de apostelen zorgen dat het uitgereikt wordt aan de mensen. De kleine groepen mensen worden via de apostelen verbonden met de Heer, uit wiens hand dit brood komt.

Er is daarom veel voor te zeggen het avondmaal te laten bedienen door een ambtsdrager, die het lichaam van Christus doorgeeft aan de gelovigen. Een ambtsdrager vertegenwoordigt daarin Christus.

Wie dit van tafel veegt als een latere ontwikkeling moet de brieven van bisschop Ignatius eens lezen. Hij was al in het jaar 70 bisschop van Antiochië. In zijn brief aan Smyrna schrijft hij: ‘Slechts die viering van de eucharistie is betrouwbaar te beschouwen die onder leiding van de bisschop of degene die hij dat toevertrouwt plaatsvindt’. De achterliggende gedachte daarbij is dat de bisschop de katholieke (bovenplaatselijke) kerk vertegenwoordigt. En waar de katholieke kerk is, is Christus. Als een bisschop je de eucharistie uitreikt, word je zo verbonden met Christus én met zijn wereldwijde lichaam. Zo toont juist het ambt dat we in de viering niet alleen met het door ons uitgekozen deel van het lichaam van Christus verbonden zijn, maar met het door Hem uitgekozen wereldwijde lichaam.

Zo borgt een ambtelijke viering twee belangrijke dingen: Christus ontvangen doe je in gelovige ontvankelijkheid; en dat verbindt je met het héle lichaam van Christus.

De wens het avondmaal op allerlei momenten thuis te vieren is goed. Het is alleen wel nodig om die praktijk in te bedden in een goed ambtelijk en liturgisch kader.

Ds. Wim de Bruin is predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk Zutphen. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de theologische universiteiten in Apeldoorn en Kampen. Hij is daar als buitenpromovendus bij betrokken.