Kledingakkoord een goed begin

ANP, Tanveer Shahzad

Het kledingconvenant dat vandaag is gesloten is een goed begin dat vraagt om een vervolg, betogen Gerard Oonk en Mark Wijne.

Zestig Nederlandse bedrijven tekenden vandaag bindende afspraken over verantwoord geproduceerde kleding. Voor het eerst, in Nederland en wereldwijd, verplicht een groot aantal Nederlandse bedrijven zich ertoe misstanden in de productieketen van hun kleding aan te pakken. Dat betekent niet dat consumenten de kleding van Wehkamp, We Fashion, C&A en tientallen andere merken vanaf nu met een gerust hart kunnen kopen. Het heeft tijd nodig voordat de complexe keten volledig vrij zal zijn van kinderarbeid en andere misstanden. Het betekent wél dat deze bedrijven hun uiterste best moeten gaan doen om dat zo snel mogelijk te realiseren. Een heel goed begin!

Het stoppen van kinderarbeid in de productie van textiel en kleding is een van de belangrijke thema’s uit de overeenkomst, naast de aanpak van slechte werkomstandigheden, te laag loon, milieubelasting en dierenleed. Gefaciliteerd door de Sociaal-Economische Raad (SER) werkten maatschappelijke organisaties, brancheorganisaties en de overheid aan het convenant.

Unicef Nederland en de coalitie Stop Kinderarbeid, eveneens betrokken bij de totstandkoming van het convenant, verwachten dat het akkoord het startpunt is van concrete verbeteringen in het leven van kinderen in textiel-producerende landen. Want ondanks eerdere afspraken is het nog steeds zo dat talloze kinderen in India of Bangladesh moeten werken in plaats van naar school te gaan.

Kinderarbeid is volgens het kinderrechtenverdrag en ook in veel landen door nationale wetgeving verboden. Toch zijn aan nagenoeg alle kleding op de markt –ook in Nederland– ergens in de productieketen kinderhanden te pas gekomen. In de katoenteelt bijvoorbeeld, of in spinnerijen en weverijen is veel minder controle dan in de fabrieken waar een merk op de kleding komt. Nieuw aan het kledingconvenant is dat de deelnemende bedrijven zich ertoe verplichten hun hele keten, van grondstof tot kleding, door te lichten op misstanden.

Wanneer merken stuiten op kinderarbeid is actie nodig, zo staat in het convenant. Het simpelweg ontslaan van kinderen of het beëindigen van de samenwerking met de leverancier waar kinderarbeid is aangetroffen, is geen oplossing. Families verliezen dan hun inkomen en zullen genoodzaakt zijn hun kinderen in andere sectoren onder soms nog slechtere omstandigheden te werk te stellen. Kinderen zijn dan juist de dupe.

Werkende kinderen moeten ondersteuning krijgen om naar school te gaan. Daarvoor is onder meer ‘brugonderwijs’ nodig, dat ex-werkende kinderen voorbereidt op deelname aan het onderwijs in een klas op hun leeftijdsniveau. Toegang tot kwalitatief goed basis- en vervolgonderwijs, inclusief beroepsopleidingen voor oudere kinderen, alsmede tot gepast werk voor tieners zijn de belangrijkste oplossingen voor kinderarbeid.

Ook adequate gezondheidszorg 
–zeker bij opgelopen beroepsziektes en trauma’s– is essentieel. Merken worden betrokken bij het creëren van ”kinderarbeidvrije zones”, waar de hele gemeenschap zich inzet om kinderen van werk naar school te begeleiden. Bedrijven maken hier bijvoorbeeld expliciete afspraken met alle onderaannemers om geen kinderen aan te nemen. De dorpsraad controleert of elk kind op school zit.

Om kinderarbeid te voorkomen, worden verschillende maatregelen van de merken verwacht. Door methoden voor leeftijdsverificatie wordt gesjoemel met leeftijden onmogelijk. Ook de toegang tot goede kinderopvang moet beter, zodat werknemers niet vrij hoeven te nemen om op hun kinderen te passen en de inkomsten van oudere kinderen in het gezin niet nodig zijn. Wanneer kinderen niet langer thuis of op straat rondhangen, zoals nu veel gebeurt, lopen ze minder risico in kinderarbeid te verzeilen.

De grote druk op levertijden van kleding –zoals in de ”fast fashion”-industrie– is ook een risicofactor voor kinderarbeid. Onder druk vallen producenten namelijk vaak terug op de inzet van onderaannemers in de informele sector –zoals illegale naaiateliers– waar geen controle is op kinderarbeid of arbeidsomstandigheden. Afgesproken is dat bedrijven hun productie zo plannen dat dit zo goed als uitgesloten is.

Bedrijven die hun verplichtingen niet nakomen kunnen via een speciale commissie aan hun afspraken worden gehouden.

Het belangrijkste is dat via dit convenant bedrijven met vakbonden, maatschappelijke organisaties en de overheid gaan samenwerken om misstanden in de kledingindustrie, zoals kinderarbeid, gezamenlijk aan te pakken. Dit moet een standaard worden voor de sector.

Deze start met zestig bedrijven is kortom een mooi begin. Aansluiting van andere kledingmerken in Nederland en daarbuiten is echter nodig om consumenten te kunnen garanderen dat kleding echt kinderarbeidvrij is. Laat de overheid daarom zorgen voor voldoende „wortels en stokken”, zodat alle kledingbedrijven mee gaan doen. Pas dan kan de consument echt met een gerust hart naar de winkel.

De auteurs zijn respectievelijk werkzaam voor de coalitie Stop Kinderarbeid en Unicef Nederland.