In dogmatiek gaat de Bijbel open

De systematische theologie zit vandaag de dag in de verdrukking. Maar wie zoekt naar sporen van Gods Drie-eenheid in het Oude Testament, ontdekt het kloppende hart van de dogmatiek, betoogt prof. dr. A. Huijgen. Kerk en theologie mogen elkaar vinden in de kernvraag: Wie is God in Christus?

De plaats van de dogmatiek (ook wel systematische theologie genoemd) is in de huidige academische, maatschappelijke en kerkelijke context, niet om direct vrolijk van te worden. Wat de academische context betreft: de theologie, lang geleden ‘koningin der wetenschappen’ genoemd, is al lang van haar troon gestoten en heeft tegenwoordig eerder de status van paria. De dominantie van de natuurwetenschappen drukt hoe langer hoe meer de geesteswetenschappen en ook de theologie naar de marge, en dan vooral de dogmatiek. Dogmatiek komt immers met waarheidsclaims over God, die in natuurwetenschappelijk perspectief grotendeels in de lucht hangen, omdat ze niet meetbaar, controleerbaar en herhaalbaar zijn.

Cynische klimaat

Naast deze nogal moderne academische kritiek op theologische waarheidsclaims is er ook maatschappelijke, meer postmoderne kritiek. In westerse samenlevingen worden de moderne idealen van waarheid, rationaliteit en universaliteit hoe langer hoe meer verlaten ten gunste van particulariteit en irrationaliteit. Waarheid is dan ook maar een mening en feiten kunnen naar believen door alternatieve feiten worden vervangen. In dit cynische klimaat is waarheid niet meer dan een kwestie van smaak, en daarmee van macht en dus van geld. Ook universiteiten laten zich steeds meer door financiële motieven leiden; zij zijn verregaand gefunctionaliseerd tot diplomafabrieken. Het is evident dat dit negatieve effecten heeft voor de theologie.

Nu is het niet zo vreemd dat academie en samenleving niet staan te juichen bij dogmatiek. Dat sommigen in de kerk de waarde van samenhangend en verantwoord nadenken en spreken over God niet meer zien, is ernstiger. Toch hebben kerk en theologie elkaar hard nodig. Zonder theologie dreigt de kerk de scherpte te verliezen om het Evangelie in de huidige context te verstaan en te verwoorden in rapport met de tijd. Paradoxaal genoeg dreigt de kerk dan in de verkeerde zin van het woord dogmatisch te worden. Andersom verliest een theologie die loszingt van de kerk aan concreetheid en relevantie. Zoals Luther al zei word je geen theoloog door veel uren in je studeerkamer door te brengen, maar juist als je de volle laag van de aanvechting krijgt.

Juist daarom is het op een bepaalde manier wel passend dat systematische theologie in de verdrukking zit. De context maak ons niet vrolijk en het komt aan op de overtuiging dat de levende God ons niet heeft verlaten. We worden teruggeworpen op de kernvraag wie God in Christus vandaag voor ons is. De verdrukking is een goede christelijke uitgangspositie.

Aan de Theologische Universiteit Apeldoorn schamen we ons niet voor de nauwe verbinding van kerk en theologie, en in dat verband zie ik het als mijn schone taak om niet alleen te laten zien dat je leer nodig hebt om stevig in je schoenen te staan, maar ook om het levende karakter van de dogmatiek en het Bijbelse karakter ervan te betogen. Bijvoorbeeld door sporen van Gods Drie-eenheid in het Oude Testament te zoeken.

Bewijsplaatsen

Waar kerkvaders nog onbekommerd allerlei ‘bewijzen’ van de Drie-eenheid aanwezen in het Oude Testament, was Calvijn al veel terughoudender, en modernere theologen ontkenden dat er sporen van de Drie-eenheid in het Oude Testament te vinden zouden zijn, omdat deze leer in het Oude Testament onbekend was. Toch bewegen Bijbelwetenschappen en dogmatiek de laatste tientallen jaren weer naar elkaar toe. Het is dan ook een spannende vraag, of vandaag de dag in het Oude Testament sporen van de Drie-eenheid aan te wijzen zijn die voor exegeten niet ongeloofwaardig zijn.

Naar mijn overtuiging is dat mogelijk, maar zijn juist de ‘klassieke’ bewijsplaatsen het minst overtuigend en is er meer te vinden in de theologische dieptestructuur van het Oude Testament. Die klassieke bewijsplaatsen zijn bijvoorbeeld de drie regels van de aäronitische zegen, het driemaal ”heilig” in Jesaja’s visioen en de drie mannen die bij Abraham kwamen. Voor elk van deze teksten zijn alternatieve, meer logische verklaringen voorhanden dan de trinitarische. Ook schijnbare personificaties van God, zoals de Wijsheid, het Woord, en ook de Engel des Heeren zijn ten hoogste dubbelzinnig: het is niet duidelijk dat deze personificaties ook God zelf aanduiden. De route via enkele teksten en fenomenen leidt dus nog niet bijzonder veel verder: deze teksten en fenomenen zouden kunnen wijzen op de Drie-eenheid, maar over het algemeen wordt deze verklaring niet het meest waarschijnlijk gevonden.

Als we echter naar het geheel van Gods openbaring kijken, zien we zowel dat God hoog verheven boven de schepping is als dat Hij werkelijk diep afdaalt in de geschapen werkelijkheid. Onder invloed van Griekse filosofie heeft men wel geprobeerd het neerdalen van God, Zijn werkelijke communicatie met mensen en Zijn berouw weg te verklaren als onechte manieren van spreken, maar het Oude Testament heeft met deze spreekwijzen kennelijk geen moeite. Om geloofwaardig vol te houden dat God zowel hoog is als laag, is juist de leer van de Drie-eenheid dienstbaar van belang. Deze verwoordt immers dat God Zich zowel werkelijk in Jezus Christus openbaart, als boven Zijn schepping staat. De Geest is zichtbaar in de dynamiek van de geschiedenis, waarin God telkens een nieuw initiatief neemt nadat Zijn volk ontrouw is geworden. Langs deze lijnen laten zich sporen van de Drie-eenheid in het Oude Testament aanwijzen.

Trinitarische interpretatie

Vervolgens is de vraag: als God dan werkelijk drie-enig is en er sporen van Zijn Drie-eenheid in het Oude Testament te vinden zijn, wat betekent dit dan voor de manier waarop wij het Oude Testament lezen? Is er een echt trinitarische hermeneutiek mogelijk? In de theologie van Oepke Noordmans vind ik daarvoor waardevolle aanzetten. Allereerst in de spanning tussen Vader en Zoon, die zich volgens Noordmans niet verhouden als Maker en Hersteller, maar als Schepper en Lijder, en die zó altijd tegenover elkaar staan. Deze spanning, die in het kruislijden zijn hoogtepunt bereikt, is ook onder het Oude Testament bepalend. Zo geeft Noordmans niet alleen ‘messiaans’ klinkende teksten een plaats, maar ook de weerbarstigheid van Job, Rizpa en de Prediker.

Daarnaast spreekt Noordmans over de dynamische verhouding van gestalte en Geest. De Geest gebruikt gestalten in de verschillende fasen van Israëls leven, om de geschiedenis in beweging te brengen. De werkelijkheid van het Oude Testament is drievoudig bewogen door de drievuldige God die in zichzelf bewogen is.

Al is er op Noordmans zeker ook kritiek te oefenen, zijn aanzetten voor een trinitarische lezing van het Oude Testament bieden perspectief om zowel de letter van het Oude Testament recht te doen als het in trinitarisch licht te interpreteren.

De auteur werd op 13 december 2016 geïnstalleerd als hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Vanmiddag vond zijn inauguratie plaats in de christelijke gereformeerde Barnabaskerk onder de titel ”’Drievoudig bewogen. De innerlijke samenhang van Triniteit en Oude Testament”. Dit is een selectie uit zijn oratie.