Discussie over referenda toe aan upgrade

„De Tweede Kamer moet de regie voeren over de nieuw te vormen referenda-agenda. Deze agenda bevat onderwerpen die referendabel zijn, waarbij ook de bevolking onderwerpen kan aanleveren.” beeld ANP, Bas Czerwinski

Het is tijd dat we de discussie over referenda een niveau hoger tillen, betogen dr. Rutger van den Noort en dr. Thierry Baudet. Ze trekken de lijnen voor een referenda-agenda 2018.

Zoals veel politieke discussies, is ook de discussie rond het houden van referenda totaal gepolariseerd. De nieuwe politieke partij Forum voor Democratie is voor het houden van bindende referenda, terwijl de SGP tegen iedere vorm van volksraadpleging is. Vernieuwing van het referendaproces is nodig om de kloof met de bevolking te verkleinen en gedragen beslissingen te nemen.

De reden om net als in Zwitserland af en toe een referendum te houden is dat tijdens Tweede Kamerverkiezingen vrijwel geen enkele Nederlander het volledig eens is met alle standpunten van de gekozen partij. Het komt dus voor dat (ondanks dat de kiezer het gemiddeld eens is met een partij) op cruciale standpunten de mening van de bevolking afwijkt van de Kamersamenstelling. Op sommige thema’s leidt ons getrapte democratische systeem dus tot een andere uitkomst dan de zogenaamde ”popular vote”: de meerderheid van de stemmen. Alle reden dus om af en toe de bevolking te bevragen op cruciale thema’s.

Meer opties

Het is een illusie dat grote vraagstukken zoals een referendum over de nexit met een simpel ja of nee kunnen worden beantwoord. Tegenstanders van referenda gebruiken dit als argument om zo’n vraagstuk niet voor te leggen aan de bevolking. De eerste vernieuwing van het proces wordt hierbij zichtbaar. Het moet mogelijk worden om referenda te houden met meer dan twee antwoorden. Zo kunnen bijvoorbeeld in de discussie over de nexit er vijf opties worden voorgelegd, uiteenlopend van een verdere versterking van de EU tot het volledig vertrekken uit de EU. Ook teruggaan naar een EEG+-scenario kan dan een van de opties zijn.

Bij een referendum met meerdere opties ontstaat, net als bij bijvoorbeeld de Franse presidentsverkiezingen, de behoefte aan een tweede ronde, waarin de twee meest gekozen opties opnieuw worden voorgelegd aan de bevolking. Als in dit voorbeeld over de nexit de meest gekozen optie is dat Nederland zich losmaakt van de EU, dan neemt deze optie het op tegen de op één na meest gekozen optie: terug naar een handelsunie. De burgers die voor een verdere versteviging van de EU zijn, zullen dan in de tweede ronde massaal op de handelsunie stemmen, omdat dit in hun ogen een gunstiger alternatief is voor een volledig nexit.

Het resultaat is een gedragen besluit, waarbij de Tweede Kamer tussen de eerste stemming en de tweede stemming voldoende tijd moet hebben voor een inhoudelijke discussie en een stemadvies richting de bevolking. De uitkomst van de tweede ronde moet uiteraard bindend zijn.

Tweerichtingsverkeer

In de verte horen we tegenstanders bezwaren opwerpen over de complexiteit van het proces. Dit is pertinente onzin met de ervaring van afgelopen Tweede Kamerverkiezingen. Iedere Nederlander had namelijk de keus uit 1116 kandidaten op het stembiljet, een feest van de democratie. Iedere Nederlander, jong of oud, getalenteerd of niet, heeft de juiste keus gemaakt. Een ander bezwaar is dat de complexiteit van zo’n beslissing beter door experts kan worden genomen. Het is ontegenzeggelijk waar dat de voor- en nadelen van een ingrijpende beslissing duidelijk gecommuniceerd moeten worden, maar in een democratie is het ook belangrijk dat juist de proteststem en de stem van de straat worden meegenomen in een beslissing.

De stem van een hoogopgeleide politicus is niet belangrijker dan die van een gewone Nederlander die iets vanuit zijn onderbuik vindt. Sterker nog: een dienende elite betrekt juist deze stem in zijn uiteindelijke beslissing. Overigens is dit laatste tweerichtingsverkeer. Het is luisteren en bevragen, matig beargumenteerde stellingen serieus nemen, maar ook verwachten dat er wordt doorgedacht over indirecte gevolgen van een besluit. Populisme is vanuit dit oogpunt goed, maar het vraagt wel om verantwoordelijkheid.

Regie in Den Haag

Het is een schande dat D66 als de drijvende kracht achter referenda nu zijn handen aftrekt van referenda. Het principe van een referendum wordt alleen verdedigd als de uitkomst in lijn ligt met de mening van het partijkartel. Van de andere kant moeten activistische groepen stoppen met het dreigen met een referendum over ieder onderwerp waarmee een groep in de samenleving het niet eens is.

Hiermee komen we bij een volgende stap naar volwassenheid. De Tweede Kamer moet de regie voeren over de nieuw te vormen referenda-agenda. Deze agenda bevat onderwerpen die referendabel zijn, waarbij ook de bevolking onderwerpen kan aanleveren. In veel buitenlanden wordt driemaal per jaar een rijtje beslissingen voorgelegd aan de bevolking, zonder dat iedereen in een stuip schiet. Bij het vaststellen van de agenda voor het jaar kan dan worden besloten of een referendum enkelvoudig is of gaat lopen over twee ronden, afhankelijk van de complexiteit van het onderwerp.

Ons voorstel is dat in het lopende jaar deze discussie gaat worden gevoerd in de Tweede Kamer met als doel tot een agenda voor 2018 te komen. Zonder vooruit te lopen op de inhoud van de agenda: het verdient aanbeveling dat de Tweede Kamer de intentie uitspreekt volgend jaar een aantal vragen voor te leggen aan de bevolking.

Aan het eind van 2018 kan dit proces geëvalueerd worden. Een van de vragen tijdens het laatste referendum zal helder moeten krijgen in hoeverre Nederlanders referenda willen. Ook hier dient een aantal opties te worden gegeven. Dit metaproces (een referendum over het referendumproces) is tenslotte ook onderdeel van het volwassen maken van dit proces.

Rutger van den Noort werkt in de VS voor een Nederlandse multinational. Thierry Baudet is Tweede Kamerlid voor Forum voor Democratie.