Column: Open riolen

Beeld ANP, Erik Haverhals

Wie de opkomst van sociale media zoals Facebook, Twitter en Pinterest louter als een zegen beschouwt, moet de laatste tien jaar in een grot hebben geleefd.

Natuurlijk is er veel goeds over die media te vertellen. Ze hebben de communicatie tussen mensen en groepen stukken vereenvoudigd. Daarover geen kwaad woord. Mensen komen dankzij de sociale media op het spoor van lotgenoten. Geadopteerde kinderen komen langs deze weg in contact met hun biologische ouders. Christelijke organisaties zien kans hun boodschap te verspreiden onder mensen die anders onbereikbaar zouden zijn.

Of, om een heel ander voorbeeld uit mijn directe omgeving te noemen: plotseling werkten de medicijnen niet meer en dat was een ramp want het ging om een pittige aandoening. Na het posten van een bericht volgde een reactie op Facebook van iemand die hetzelfde was overkomen. Er bleken twee soorten medicijnen te zijn: één met hulpstof x en één met hulpstof y. Die hulpstof bepaalde bij sommige mensen de werkzaamheid. En inderdaad, toen via de huisarts het oorspronkelijke medicijn was betrokken, hielp het middel weer als vanouds.

Maar nu de andere kant. De sociale media zijn tegelijk open riolen van haat, pesterijen, intimidaties, wraakporno en nepnieuws. Het is al zover gekomen dat de baas en oprichter van Facebook het toezicht stukken strenger wil maken, ook al kost dat hem veel klanten.

Duitsland wil het moment van verscherpt toezicht niet afwachten. Justitie heeft torenhoge boetes aangekondigd tegen socialemediabedrijven die haatberichten en nepnieuws niet snel genoeg van hun sites halen en de identiteit van de haatzaaiers niet doorgeven.

Helemaal prima, wat mij betreft. Pak ze maar aan, de uitbaters van de sociale media. Toch zou ik ook graag antwoord hebben op de vraag waar het verknipte gedrag van hun clientèle vandaan komt.

In de tijd van de papieren media was dat ongeremd uitbraken van innerlijke vuiligheid een tamelijk onbekend verschijnsel. Bij elke krant kwamen en komen rare brieven binnen, maar die hoeveelheid verbleekt bij de scheepsladingen vol bagger die zich via de sociale media verspreiden. Er spreekt een agressie uit die me doet denken aan die van de daders die vorige week een homostel in elkaar sloegen, aan die van dronken lui die ambulancepersoneel bekogelen en aan losgeslagen tuig dat treinconducteurs molesteert. Beboeten, dat soort lui, en niet te zuinig. Maar de grote vraag waar ik mee blijf zitten, is waar die fysieke en digitale agressie vandaan komt. En hoe valt die te rijmen met het gegeven dat wij Nederlanders een van de meest tevreden volken van de wereld zijn? Het zal best kloppen, maar velen weten het uitstekend te verbergen.