Column: De blonde man en de keffertjes

Met schel gekef en baldadig gedrag stormden de hondjes op de nietsvermoedende heren af. Ze scheurden aan pantalons, zetten hun tandjes venijnig in stevig gereformeerd vlees en bezagen daarna met boosaardig plezier de aangerichte ravage. „Dat zulke kleine mormeltjes zo gemeen tekeer kunnen gaan”, stamelden de geteisterde slachtoffers.

Het was eigenlijk de schuld van de man met dat wonderlijk geblondeerde kapsel. Hoewel ieder hem verachtte, schoven de meesten behoedzaam steeds een stukje dichter naar hem toe. Negeren was beter, maar dat wakkerde zijn oorlogsstemming des te harder aan. Op meesterlijke wijze bespeelde hij zijn publiek. Brandde men hem te luidruchtig af, dan boekte hij onmiddellijke winst. Begrijpelijk dat zijn tegenstanders zich zo nu en dan bezondigden aan plagiaat en zijn mantra’s voorzichtig kopieerden. Ieder wilde immers op 15 maart zo goed mogelijk scoren in de race om het regeringspluche. Dat daarbij niet alle middelen geheiligd zijn, werd algemeen erkend, maar men dacht dan steevast aan de ander en niet aan zichzelf.

Waren de slachtoffers van de bijtgrage keffertjes ook onder de indruk gekomen van de successen van de blonde man? Of was het de druk van de publieke opinie, van de achterban, of oprechte zorg, ingegeven door de wrede actualiteit? Er verscheen een manifest over de islam. Het leek een strategische zet. Maar toen waren ook de rapen gaar. De keffertjes gingen ermee aan de haal. Er werden parallellen getrokken met het naziregime. Een nieuwe holocaust dreigde. Nu vernietigingskampen voor moslims.

Een weleerwaard Kamerlid, annex partijleider, maakte lang geleden een ernstige inschattingsfout en een forse theologische uitglijder. Zijn graf werd gelicht. Hij stond immers aan de wieg van die zonderlinge club van onverdraagzame zwartkijkers. Met ongeremde felheid en grimmige kritiek wierp een vechtlustige hondenmassa zich op de verre nazaten van de dominee. De partijgeschiedenis werd ernstig versimpeld. Nog altijd is niet duidelijk of het onheilig vuur werd aangestoken door een twitterend theoloogje van links, of dat er een Russische leugenfabriek achter zit. Ondertussen stormde ook een gebelgde rabbijn het oorlogsveld op. „Eerst de roomsen, toen de Joden, nu de moslims”, bulderde de godgeleerde.

En de afloop? Men zegt dat de rabbijn in Den Haag op de thee kwam, en dus niet op de koffie. Zelfs een bos verzoenbloemen kreeg. En het keffertje dat met duivels plezier gangmaker was geweest? Die kreeg een joviale aai door zijn kwajongenskuif. „Bengel”, zei meneer Kees. Het kereltje kleurde en beloofde beterschap.