Bijbel geen mythe, maar historisch

Weerwoord
beeld ANP, Remko de Waal

Wetenschappers beweren dat het Nieuwe Testament is uitgedacht door religieuze mensen. Heeft de Jezus van de Bijbel ooit echt bestaan? Berust het christelijk geloof op Egyptische en Griekse mythen?

JA

Dat het christelijk geloof geen feitelijke historische grondslag heeft, is een gedachte die ook in kerken speelt. Diverse predikanten in de PKN kwamen de afgelopen jaren in opspraak. Gemeenten en orthodoxe collega’s reageerden geschokt. Dat is begrijpelijk. Wie als dominee het belijden van de kerk in het openbaar weerspreekt, moet reacties verwachten. Wie daarbij bronnen gebruikt die door de huidige academische consensus niet gewaardeerd worden, krijgt het verwijt van onwetenschappelijkheid.

Toch is er een andere kant aan de medaille. Veel lidmaten beseffen niet dat er een enorme kloof is gegroeid tussen academische theologie en de plaatselijke kerk. Een voorbeeld daarvan is de ”zoektocht naar de historische Jezus”. Uitgangspunt daarbij is dat wat de Bijbel over Jezus zegt grotendeels uitgedacht is door vrome christenen. Via ingewikkelde theorieën probeert men door te dringen tot de feitelijke Jezus. Vaak blijven er niet veel echte Jezuswoorden over.

Een voorbeeld uit eigen ervaring. Al vroeg in de theologiestudie werd ons voorgehouden dat het verhaal over de blindgeboren man die uit de synagoge geworpen werd (Joh. 9) een bedenksel was uit veel later tijd. Het diende om Joodse christenen troost te geven. Je mocht niet vragen of het ook echt gebeurd was. Wie dat wel durfde, maakte zich schuldig aan „fundamentalistische vraagstelling”, en dat was iets heel ergs.

Is het vreemd dat zo’n student dan later zegt: die bedenksels over Jezus moeten toch ergens vandaan komen? Misschien heeft de kerk van die tijd het wel uit de Egyptische mythologie gehaald. Was Gods Zoon niet uit Egypte geroepen? Waarom trouwens gestopt bij de mythe van de uitgeworpen blindgeborene? Als de universiteit mij leert dat de Bijbel geen betrouwbare Godsopenbaring is, is er dan een objectieve grens? Misschien hadden de oude Griekse bestrijders van het christendom gelijk en zijn grote delen van het Nieuwe Testament uitgedacht door vrome mensen met pastorale redenen. De maagdelijke geboorte treft men slechts in een van de evangeliën aan, en valt dus historisch nauwelijks serieus te nemen. Aangezien Lukas de meest Griekse evangelieschrijver is, zal het wel van Zeus afgeleid zijn, een manier om te zeggen dat Jezus een goddelijk geïnspireerde missie had. De opstandingsmythe was een psychologische reactie op de ontgoocheling over het tragische einde van de Meester.

NEE

Toch komt het Nieuwe Testament met duidelijke claims wat historische betrouwbaarheid en waarheid betreft. Juist Lukas, de evangelist die de maagdelijke geboorte beschrijft, maakt er aanspraak op dat hij echte gebeurtenissen beschrijft (Luk. 1:1-4). Dat het bij de wederopstanding niet om een geestelijke maar om een lichamelijke herrijzenis gaat, „waarlijk opgestaan”, is duidelijk uit de evangeliën. Ook wist men in die tijd heel goed wat mythen waren. Het Nieuwe Testament neemt daar echter duidelijk afstand van. De apostolische kerk volgde geen inspirerende fabels, maar beleed een historisch ingrijpen van God in deze wereld door de persoon van Jezus (2 Petr. 1:16-21).

De patristiek maakt duidelijk dat de leer van de apostelen niet op zichzelf staat, maar is overgeleverd binnen een kerkelijke context die het Woord van God zag als feitelijk waar. Uit de oude belijdenisgeschriften blijkt dat men Jezus beleed als historisch persoon die leed onder Pontius Pilatus. Gemeenten die een belangrijke rol speelden bij de trouwe overlevering van de apostolische leer kregen een speciale positie binnen het christendom. De vroege kerkvader Theofilus van Antiochië verwijst letterlijk naar de Timotheüsbrief als „Woord van God” en betrekt daarbij ook de Romeinenbrief, Mattheüs en Jesaja. Alles wat bij hem onder die categorie valt, is historisch betrouwbaar. Daarom verdedigt hij Mozes en een wereldwijde zondvloed tegen Grieken die uitgingen van een plaatselijke overstroming. Theofilus verwerpt Griekse en Egyptische mythologie. Heidense aantijgingen dat de woorden en daden van Jezus door volgelingen uitgedacht waren, zijn met kracht bestreden door kerkvaders zoals Origenes.

DUS

Het christelijk geloof berust niet op mythen. Wie in het voetspoor van de Kerk van alle tijden wil gaan, kan daar niet omheen. De Jezus van de Bijbel heeft echt bestaan.

Toch is een historische Jezus niet voldoende, zelfs niet die van het Apostolicum. Het gaat evenzeer om het belijden en beleven dat Zijn Goddelijke kracht ons alles schenkt wat tot het leven en de godzaligheid behoort (1 Petr. 1:3). Wie de Schrift opneemt en dat gelooft, is niet ver van het Koninkrijk van God.

Prof. dr. B. A. Zuiddam, nieuwtestamenticus en classicus