Bij de GTU begint het verval

De discussie over de oprichting van een Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU) is beladen geworden. Een beetje kerkhistorisch licht kan wat ontspanning geven, betoogt prof. dr. H. J. Selderhuis.

Het debat over de GTU is mede beladen geworden omdat er karikaturen zijn ontstaan. De karikatuur bijvoorbeeld dat elke theoloog in Kampen confessioneel onbetrouwbaar is. Of de karikatuur dat de bijdrage van Apeldoorn vooral bestaat uit het vertragen van het proces. De karikatuur dat de GTU niets te maken zou hebben met wat in de verschillende kerken gebeurt, of die dat de GTU de ondergang van de kerken betekent.

tuabieb-ador_webTUA-rector prof. Selderhuis pleit voor Europese gereformeerde theologische universiteit

Natuurlijk heeft de GTU alles met de kerk te maken. Het gaat immers in Kampen en in Apeldoorn om ”de school van de kerk en voor de kerk”. Daarom tellen ook de ontwikkelingen in die kerken als het om de GTU gaat. In de GKV worstelt men met een midlifecrisis. In de afrekening met het eigen verleden sneuvelen vele vrijgemaakte standpunten. Met een welhaast angstaanjagende snelheid wordt er veel binnen gehaald wat nog niet zo lang geleden bestreden werd met het heilig vuur dat bij menigeen in en buiten de GKV heel wat brandwonden veroorzaakt heeft. In die afrekening past ook het ontembare verlangen Kampen te verlaten, want als je ”het huis uit bent”, heb je pas echt een streep onder je verleden gezet.

Dat het ook heilzaam zou kunnen zijn de TUA uit te nodigen terug te keren naar Kampen –daar komen wij ( ik spreek als CGK’er) immers vandaan– lijkt geen optie. En een verhuizing naar Apeldoorn zou als knieval gezien kunnen worden, en dat past nu juist weer niet in de vrijgemaakte traditie. Lastig allemaal. De CGK hebben ook zo hun moeiten, zoals de voorbije generale synode pijnlijk liet zien. Bovendien hebben wij een lange traditie dat we nauwelijks stappen durven te zetten. We vrijen met iedereen en trouwen met niemand. En daar kun je als partner knap zat van worden.

1517

Het jaar 2017 is het jubileumjaar van 500 jaar Reformatie, en het is van belang te zien dat die Reformatie niet in de kerk maar aan de universiteit is begonnen. Niet als monnik maar als professor zette Luther het herstel van de kerk en de terugkeer naar de boodschap van genade in gang. Vernieuwing van kerk en theologie begon aan de universiteit. En daar was ook het verval begonnen, toen er in de middeleeuwen een theologie opkwam die –om het met Luther te zeggen– het menselijke hoger schatte dan het goddelijke. Tegen die achtergrond zou je kunnen zeggen dat het verval bij de GTU zou kunnen beginnen.

Met meer recht kun je juist in 2017 zeggen dat herstel en geestelijke vernieuwing van onze kerken bij de GTU beginnen. Velen zien de GTU als gevaar, maar in het licht van 1517 kun je de GTU ook zien als teken van hoop. Dat is maar niet hoe je het bekijkt. Wel hoe je het organiseert. En hoe je ervoor bidt.

De Reformatie begon trouwens niet in de grote universiteitssteden zoals Parijs, Oxford, Leuven of Bologna, maar in het ver afgelegen Wittenberg, een onbeduidend stadje aan een rivier niet breder dan de IJssel, met een universiteit zonder geschiedenis. Dat de kerk vanuit de universiteit hervormd werd en dat die universiteit in the middle of nowhere lag, zegt iets over het belang van de universiteit voor het welzijn van de kerk, en over hoe betrekkelijk de locatie is.

Vraag

Van belang is overigens niet wat wij ervan vinden, maar wat de Heere van ons vraagt. Hij heeft ons in de universiteiten van Apeldoorn en Kampen veel geschonken, ondanks onze zonde en schuld. En ondanks alles wat er in en tussen kerken niet goed ging, heeft Hij heeft ons nog bij Zijn Woord bewaard. Bij elke verandering, en daarom ook bij een fusie, moeten we dat voor ogen houden en dus niets verliezen van wat Hij gaf. Het gaat in onze opleidingen om de verkondiging van het Evangelie, en daarmee om het behoud van zondaren, om de opbouw en het getuigenis van de kerk van Christus, en bovenal om de eer van God. Daarom willen wij zorgvuldig zijn in dit fusieproces. Het vraagt tijd om alle aspecten goed te doordenken. Daarom moet in geloof en vertrouwen ook een stap gezet worden als we via veel ”ora et labora” verwachten dat bundeling van krachten die verkondiging versterkt.

Wat dat bidden en werken betreft, wordt hier en daar gehoord dat het GTU-proces nu al lang genoeg duurt en dat de vertraging vooral door de moeiten vanuit TUA/CGK zouden komen. Dat laatste is inderdaad het geval. Maar dat het proces al wat langer duurt, heeft met name als oorzaak dat er heel veel tijd en heel veel geld besteed is aan het coöperatiemodel – dat van begin af aan onmogelijk bleek. Als vervolgens onder hoge druk het veel ingrijpender verenigingsmodel georganiseerd moet worden, kost dat natuurlijk weer extra tijd. Maar wanneer de coöperatiemaanden van het geheel afgetrokken worden, valt het qua tijdsduur allemaal nog best mee.

Voorkomen

Met name van TUA/CGK-zijde zou men graag zien dat een aantal zaken die het rapport na de fusie wil regelen, vooraf al vastgelegd worden. Een dergelijke situatie hebben we al eens eerder meegemaakt, namelijk bij de vereniging van 1892. Onder hen die bezwaar hadden tegen de wedergeboortetheologie van Abraham Kuyper, was een klein deel dat vond dat hier eerst over gesproken moest worden, terwijl een groter deel vond dat dit ook wel na de vereniging kon. Dat kleine deel ging dus niet mee en bleef christelijk gereformeerd. In 1944 werd voor een behoorlijk deel van het zojuist genoemde grotere deel die theologie van Kuyper toch een dusdanig probleem dat vrijmaking daarvan nodig was.

Het gaat mij er niet om gelijk te hebben en mijn behoefte om te zeggen dat vrijgemaakten pas in 1944 inzagen wat wij in 1892 al wisten, is niet heel groot. Toch moeten we voorkomen dat nu een deel niet meedoet en dat het andere deel later zegt: hadden we het toen vooraf maar goed geregeld. Goede afspraken vooraf kunnen veel problemen achteraf voorkomen. Trouwens, wie had gedacht dat de NGK in dit proces voorbeeldig zouden kunnen zijn? Zij waren er op de Landelijke Vergadering snel mee klaar. Zeker zij kunnen alleen maar winnen door voor het eerst een eigen universiteit te krijgen, maar ze hebben dan toch maar in korte tijd besloten voor een nadrukkelijk gereformeerde universiteit te gaan.

Het GTU-plan bindt bestuurders, ledenraadsleden en docenten aan instemming met de gereformeerde belijdenisgeschriften, en daarmee is de Landelijke Vergadering zonder discussie akkoord gegaan. Dat is ook een wezenlijke voorwaarde voor het slagen van de GTU. Als die binding wordt losgelaten, is het met de GTU snel gedaan.

”The Dying of the Light” is de onheilspellende titel van een dik boek geschreven door de rooms-katholiek James Tunstead Burtchaell. Het boek bericht hoe Amerikaanse katholieke en protestantse seminaries gaandeweg ten onder gingen toen de band met de kerk werd doorgesneden en binding aan de belijdenis van een kerk voor de bestuurders niet meer verplicht werd gesteld. De theologische instellingen gingen het eigen voortbestaan als doel zien en niet meer de dienst aan de kerk. En de kerk kon er niets meer aan doen nadat zij zelf de opleiding uit handen had gegeven. Overigens hoef je voor dit soort voorbeelden niet eens naar het buitenland te kijken.

Beetje smal

GTU is een werknaam, en dat is maar goed ook. Alleen al omdat de naam internationaal onbruikbaar is aangezien bij een Engelse vertaling de G verloren gaat. Dan zou RTU als afkorting van Reformatorische Theologische Universiteit nog beter zijn, maar dat zullen sommigen wel een beetje eng vinden. Hoe dan ook, GTU is volgens mij te Nederlands, en te on-Nederlands. Te Nederlands omdat we nu de kans hebben dé Europese universiteit voor gereformeerde theologie te stichten en daaraan wetenschappelijke instituten voor onderzoek van onder andere het puritanisme, neocalvinisme, kerkrecht en homiletiek te verbinden. Waarom zo klein gedacht en alleen een fusie van Apeldoorn en Kampen? Maak dan meteen een instelling waar ieder die normaal gereformeerd wil zijn in het Nederlands en in het Engels onderwezen kan worden. Dan kunnen we ook de aanstaande theologen in bijvoorbeeld de migrantenkerken en ICF-kerken bedienen.

On-Nederlands is het huidige GTU-plan omdat Nederlanders altijd internationaal hebben gedacht. Zo hebben we Nederlandse bedrijven successen behaald, zo is Nederlandse gereformeerde theologie over heel de wereld gekomen, en zo acteren trouwens ook onze beste Nederlandse universiteiten en dat al sinds de oprichting van Leiden in 1573. Als we nu toch gaan verbouwen, laten we dat dan grondig doen want wij en anderen hebben goede theologen nodig. En rap ook. Ontwikkelingen in de kerken, het getuigenis van de kerk naar buiten en deelname aan nationale en internationale theologische discussies, roepen om een theologische universiteit die mannen en vrouwen traint om vanuit de Schrift en met toewijding te denken. Daarom is er nu een mooie gelegenheid bijeen te brengen wat bijeen hoort. Laat ieder die gewoon gereformeerd wil zijn daaraan meedoen, en die kring is veel breder dan de leden van CGK, GKV en NGK

Tot slot

Ach, als Luther vrijgemaakt was geweest, had hij als een razende alleen maar alle tradities overboord gezet en daarbij mogelijk zelfs per ongeluk een stukje sola Scriptura weggegooid. Als hij Nederlands gereformeerd was geweest, had hij alleen de kerk van Wittenberg hersteld en geroepen dat elke plaatselijke gemeente het verder zelf maar moest uitzoeken. En als hij christelijk gereformeerd was geweest, had hij het vast niet aangedurfd die 95 stellingen te publiceren en had hij gewacht tot de zoveelste volgende synode. Maar gelukkig was Luther katholiek. En een bedelaar bij God. Als wij dat ook willen zijn, komt het met die GTU ook wel goed.

De auteur is rector van de Theologische Universiteit Apeldoorn.