Ontkerkelijking in Nederland sterkst

Secularisatie, kerkverlating en een nieuwe kerk

DEN HAAG – De ontkerkelijking in Nederland is al een eeuw gaande, maar gaat nergens ter wereld zo snel als hier. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS publiceerde maandag het meerjarenoverzicht ”111 jaar statistiek in tijdreeksen, 1899-2010”. Daarin staat ook de ontwikkeling van de kerkelijke gezindte en het kerkbezoek beschreven.

Rond 1900 was het kerkelijke landschap in Nederland nog overzichtelijk, stelt het CBS. „Toen ging 90 procent van de Nederlanders naar de Nederlandse Hervormde Kerk, de katholieke kerk of een gereformeerde kerk. Zes procent ging naar een andere kerk, 2 procent van de Nederlanders voelde zich niet verbonden met een kerk.”

Ruim honderd jaar later is het beeld totaal anders. „In 2008 rekenden nog geen zes op de tien Nederlanders zich tot een kerkgenootschap. De helft van hen (29 procent) was katholiek, 9 procent was hervormd, 4 procent gereformeerd, 6 procent lid van de Protestantse Kerk in Nederland.” Het bureau onderscheidt alleen deze kerkverbanden. Het aantal mensen dat bij andere gezindten zoals de islam en het hindoeïsme was aangesloten, steeg van 6 naar 10 procent. De onkerkelijkheid is in 2008 getalsmatig de belangrijkste hoofdstroming (42 procent).

Dat de secularisatie tot zo veel formele onkerkelijkheid heeft geleid, is uniek, stelt het CBS. „Nergens in de wereld was die ontwikkeling zo sterk als in ons land.” Leden díé actief zijn in een kerk zijn daarentegen veel actiever betrokken dan kerkleden in andere landen. „Het lidmaatschap van een kerk is in ons land, veel meer dan elders, een bewuste persoonlijke keuze.”

Functieverlies is de belangrijkste verklaring voor de toenemende onkerkelijkheid, schrijven de CBS-onderzoekers. „De modernisering van de samenleving bracht een grotere institutionele differentiatie en pluriformiteit op het gebied van zingeving en levensbeschouwing. Denk aan de, aanvankelijk sterk anti-kerkelijke, socialistische arbeidersbeweging. Nieuwe instituties namen de rol van kerk en godsdienst over in, bijvoorbeeld, de armenzorg en het verenigingsleven. Kerkelijke en godsdienstige waardenpatronen boetten aan betekenis in.”

De ontkerkelijking heeft ook een sociale oorzaak. „Meer welvaart, een grotere mobiliteit, een hoger opleidingsniveau en niet te vergeten: de komst van de televisie, zorgden ervoor dat kerken hun greep op hun leden begonnen te verliezen.”