Recensie: Jan Groenleer over de liederen van de Reformatie

Luthers ”Ein feste Burg” in een gezangboek uit 1545. beeld Wikipedia
2

Het is goed dat er bij de herdenking van 500 jaar Reformatie ook aandacht is voor het kerklied. Wie bijvoorbeeld dicht bij Luther en zijn theologie wil komen, kan niet om diens liederen heen. Het nieuwste boekje van ds. Jan Groenleer (1949) kan goede diensten bewijzen om nader kennis te maken met deze kant van de Kerkhervorming.

In ”Zou ik niet van harte zingen...?” bespreekt de emeritus predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerken 23 liederen van Luther en „geestverwanten.” Elf gezangen zijn van Luther zelf, de overige zijn van tijdgenoten als Nikolaus Decius, Nikolaus Herman, Johannes Zwick en Huldrych Zwingli. De keuze voor precies déze liederen verantwoordt ds. Groenleer niet. Qua teksten baseert hij zich op het Liedboek uit 2013, dat hij grotendeels ook voor de volgorde aanhoudt.

De auteur biedt geen wetenschappelijke verhandelingen over de herkomst van teksten en melodieën, maar wil vooral de inhoud bij de lezer brengen. Daardoor hebben de bijdragen een meditatief karakter. Vaak zijn het eigenlijk kleine liedpreekjes geworden. Waarbij het weldadig aandoet dat de auteur de tekst en de theologie van de oorspronkelijke dichter wil begrijpen en voor vandaag de dag toegankelijk wil maken. In veel teksten wijst ds. Groenleer bijvoorbeeld de ”vrolijke ruil” van Luther aan. En als het gaat om de vraag wat wij aan moeten met middeleeuwse voorstellingen in een gezang als ”Ein feste Burg”, dan weet hij vanuit dat lied toch de brug te slaan naar het heden.

Soms geeft de emeritus predikant wel wat uitgebreidere achtergrondinformatie over de dichter, de dichtvorm of het ontstaan van een gezang. Zoals bij het enige lied van een vrouwelijke dichter: ”Herr Christ, der einig Gotts Sohn” van de gewezen non Elisabeth Kreuziger. Of het verhaal dat verteld wordt over de ‘verloren zoon’ van Nikolaus Herman, dat de aanleiding zou zijn voor het ontstaan van ”Looft God, gij christenen”. Hier en daar mis ik wel wat gegevens. Over wie Johann Gramann was, de dichter van ”Nun lob, mein Seel, den Herren”, wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept. En dat Luthers ”Wir glauben all an einen Gott”, aangevuld met een vierde strofe, al eeuwenlang in vertaling als een van de ”Eenige Gezangen” in het gereformeerde psalmboek staat, lijkt de auteur te zijn ontgaan. Soms ook gaat ds. Groenleer wat gemakkelijk om met het feit dat een lied in de vertaling wel erg van kleur verschoten is vergeleken bij de oorspronkelijke tekst, zoals bij Jaap Zijlstra’s ”Glorie zij U, Christus”. Een andere keer legt hij daar juist wel de vinger bij, bijvoorbeeld bij Luthers ”Christ unser Herr zum Jordan kam”.

Een fraai boekje, dat helpt om de Reformatieherdenking nog nauwkeuriger in te kleuren.

---

Boekgegevens

Zou ik niet van harte zingen...? Gedachten bij liederen uit de Reformatie, Jan Groenleer; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2016; ISBN 978 90 239 7129 0; 139 blz.; € 13,90.