Bas Peter Harvey zingt de Hohe Messe met een glimlach

Peter Harvey. beeld Sjaak Verboom

Hij staat dezer dagen negen keer ergens in Nederland met de Hohe Messe op het podium. Toch wordt een uitvoering van Bachs meesterwerk nooit routine, zegt de internationaal vermaarde bas Peter Harvey (57). „Iedere keer ben ik weer volledig toegewijd aan de muziek.” Bepaalde stukken zijn zo vreugdevol dat de Engelsman met een glimlach staat te zingen.

Volgens sommige recensenten komen de stem en stijl van zingen van Peter Harvey heel dicht bij de manier waarop Bach deze muziek bedoeld heeft. De bas uit Oxford heeft zich in zijn solocarrière dan ook toegelegd op de barok, met name de muziek van Bach. Maar, vertelt hij in Utrecht, zijn eerste liefde was de 16e-eeuwse Engelse kerkmuziek van componisten als Gibbons en Byrd. Die oude muziek voert hij nog steeds uit met zijn eigen Magdalena Consort, een klein ensemble van zangers en instrumentalisten.

Dezer dagen maakt Harvey met de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven een tour door Nederland met Bachs Hohe Mese. Dinsdag 13 december startten de musici in TivoliVredenburg in Utrecht. Woensdag en donderdag waren ze in Naarden. De komende dagen zijn ze te horen in Tilburg, Rotterdam, Maastricht, Kampen, Amsterdam en Haarlem. Zaterdag ging Harvey als tussendoortje nog naar het Duitse Essen, om als solist op te treden in een uitvoering van Bachs Weihnachts-Oratorium.

1. Ik kom graag in Nederland.

„Zeker. Het leuke is: de eerste keer dat ik serieus muziek van Bach zong, was hier. Als 19-jarige zong ik in het Collegium Vocale Gent van Philippe Herreweghe. We werkten mee aan een uitvoering van de Matthaüs Passion in het Concertgebouw, onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Sindsdien ben ik heel vaak in Nederland geweest, later vooral als solist. Ik vind dat hier een goede muziekcultuur is. Er is in Nederland bijvoorbeeld altijd veel tijd om te repeteren. Ik houd van die manier van werken. En het publiek? Dat is hier extreem enthousiast. Er leeft in Nederland een diepe liefde voor de muziek van Bach.”

2. Zingen met de Nederlandse Bach­vereniging is een feest.

„Klopt. Mijn meeste optredens in Nederland zijn met de Nederlandse Bachvereniging. De eerste keer was achttien jaar geleden. Dit gezelschap doet zo veel met Bach en weet daardoor zo’n diepte te bereiken. Hoe ik dirigent Jos van Veldhoven vind? Heerlijk! Hij heeft zo’n enorme kennis van de muziek. En hij is heel bescheiden. Het gaat hem om de muziek, niet om zichzelf. Dat ben ik meer en meer gaan waarderen.”

3. De Hohe Messe is het mooiste stuk uit Bachs oeuvre.

„Natuurlijk kan de Hohe Messe gezien worden als het hoogtepunt van Bachs oeuvre. Maar er zijn delen uit de cantates of de passionen die ik minstens zo mooi vind. Zoals de sopraanaria ”Die Seele ruht in Jesu Händen” uit cantate BWV 127: zo mooi. Of de meest opzienbarende basaria, uit cantate BWV 159: ”Es ist vollbracht”. Die is van een andere wereld. Op emotioneel niveau raakt dat stuk me heel diep. Voor mij geldt dat ik altijd verliefd wordt op het werk dat ik op dat moment uitvoer. Momenteel zing ik de Hohe Messe, dus is dat nu mijn favoriete Bachwerk. Volgende week doe ik het Weihnachts-Oratorium, en daarvan houd ik evenveel. Binnen de Hohe Messe vind ik de koorstukken, waarin ik ook meezing, het mooist. Het onderdeel ”Et in terra pax” bijvoorbeeld: zo’n vreugde, zo mee­slepend. Dan sta ik te glimlachen tijdens het zingen.”

4. Negen keer de Hohe Messe in elf dagen: geen probleem.

„Nee, behalve als ik ziek ben of keelpijn krijg. Als je iets moet doen wat veel van je vraagt, of vreemde dingen waarvan je moet herstellen, zou het anders zijn. Dit is gezonde inspanning. Na een concert ’s avonds ben ik de volgende dag weer fris, ook mentaal. Het wordt niet mechanisch. Iedere keer ben ik weer volledig toegewijd aan de muziek. Sinds m’n 23e zing ik als solist in de Hohe Messe, dus al zo’n 35 jaar. Maar ik voel me jong. Ik ben heel gelukkig en geniet meer dan ooit van het zingen.”

5. Bach, Händel, Haydn, Monteverdi: ik zing ze allen graag, maar Bach het liefst.

„Ook als het om componisten gaat, zeg ik: Mijn favoriet is degene wiens muziek ik op dit moment zing. De ”Schöpfung” van Haydn bijvoorbeeld: ik houd van dat stuk. Het raakt weer andere snaren dan de muziek van Bach. Maar als ik één componist moet kiezen, wordt het Bach. Hij is voor mij het hoogtepunt. Het is ook muziek waar ik sterke affiniteit mee heb. Recensenten zeggen dat ik Bach zing zoals hij het bedoeld heeft. Daar ben ik trots op, ja. Zijn muziek is enorm expressief. Ik denk dat ik daarop reageer. De kleur van mijn stem past ook goed bij deze muziek: helder en duidelijk. En het bereik eveneens: Bach kan soms vreselijk hoog of juist erg laag schrijven. Een bas kan in deze muziek snel te zwaar klinken. Mijn stem heeft iets lenigs en levendigs.”

6. In het liedrepertoire staat Schuberts ”Winterreise” boven aan mijn lijstje.

„Ja, het is een prachtig stuk. Tekst en muziek zijn geschreven door twee jonge mannen, Wilhelm Müller en Franz Schubert, die allebei jong stierven. Het werk gaat over een naïeve jongeman die, teleurgesteld in de liefde, alles verlaat en zichzelf wil verliezen. Geweldig! Wat deze jongemannen schreven over liefde en geluk lijkt waar te zijn voor de hele mensheid. Zo diepzinnig. Het is heel andere muziek dan Bach, die ik dus ook heel anders uitvoer. Ik ben gespecialiseerd in de barok omdat ik dat veel gedaan heb en er veel van weet. Maar als ik Schubert zing, is die romantische muziek weer het mooist. Ik pas mijn muzikaliteit toe op de muziek en de stijl waar ik mee bezig ben.”

7. Ik ben altijd weer zenuwachtig als ik op het podium sta.

„Nee. Natuurlijk ben je weleens nerveus. Als je een stuk niet helemaal uit je hoofd kent, of wanneer er niet genoeg tijd was om te repeteren. Dus als ik het gevoel heb dat er iets fout kan gaan. Maar nu met de Hohe Messe, waarbij ik ook de koorstukken meezing, heb ik geen tijd om zenuwachtig te worden. Het is veel erger om te moeten zitten wachten tot je je aria mag zingen. De Hohe Messe ken ik goed. Ook bij een eerste concert in een tour, zoals dinsdag, ben ik niet nerveus. Of ik zenuwachtig word van een volle zaal? Dat is juist alleen maar stimulerend.”

8. Mijn zangcarrière heeft één schaduwzijde: ik ben bijna nooit thuis.

„Daar moet je niet te moeilijk over doen, het hoort bij deze baan. Mijn vriendin is vaak in de gelegenheid om mee te reizen. Dan komt ze een paar dagen. Erg fijn. Ik werk ook mee aan operaproducties. Als je daarvoor op pad bent, ben je soms tien dagen of twee weken weg. Maar dat gebeurt niet vaak. Hier in Nederland is het mooi compact: alles valt goed aan te reizen. Nu tijdens de tour met de Nederlandse Bachvereniging verblijf ik bijvoorbeeld 
de hele tijd in Utrecht. Als je ’s morgens 
om zes uur weg moet om op tijd bij de 
repetitie te zijn, dat is afmattend. Maar ik houd van reizen. Een maand in Californië is heel leuk, twee maanden in Kopenhagen ook.”

9. Ik kan me geen Kerst voorstellen zonder muziek.

„Muziek was er altijd met Kerst: op school, op de universiteit. Vorig jaar was ik vroeg klaar met de optredens en was ik op 21 december, mijn verjaardag, al thuis in Oxford. Toen had ik drie of vier dagen rond Kerst zonder uitvoeringen. Heel vreemd. Meestal ben ik in die tijd bezig met het Weihnachts-Oratorium of Händels Messiah.”

10. Het christelijk geloof is voor mij wezen­lijk in mijn zangcarrière.

Lachend: „Hoelang hebben we? Nee, ik ben geen gelovige. Nooit geweest, ook niet toen ik 10 was. Als ik kijk naar de mens, naar de schepping, de schoonheid, dan ervaar ik een diep gevoel van ontzag en kleinheid; we zijn maar klein en onbeduidend. Dat is hetzelfde als wat gelovigen ervaren, maar zij zeggen: dat is Gods schepping. Het vertelt me dat er in de mens iets is dat wil geloven. Dat verlangen, om antwoord te vinden in iets dat groter is dan onszelf, daar geloof ik in. Dat verlangen is waar en belangrijk. Het is inderdaad een paradox: een niet-gelovige die de teksten van Bach, een lutherse gelovige, zingt. Maar ik ervaar dat niet als een probleem. Als ik de geestelijke teksten van Bach zing, voelt het alsof ik ieder woord geloof. Sterker, het raakt me alsof ik een gelovige ben. En daarom zing ik die muziek gloedvol. Je kunt dat toneelspel noemen. Maar dan wel een vorm van acteren die iets doet vanbinnen, die ik heel sterk voel. Inderdaad, vreemd.”

----

Levensloop Peter Harvey

Peter Harvey (1958) studeerde in Oxford aanvankelijk Frans en Duits. Hij switchte echter naar muziek en vervolgde zijn opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.

De bas legde zich toe op de uitvoering van barokmuziek, met name de werken van Bach. Zo werkte hij mee aan het project van het Monte­verdi Choir van Sir John Eliot Gardiner waarbij alle geestelijke cantates van Bach in meer dan zestig kerken in Europa werden uitgevoerd en opgenomen.

Over de hele wereld trad Harvey met dirigenten als Philippe Herreweghe, Gustav Leonhardt, Paul

McCreesh en Jos van Veldhoven op in uitvoeringen van onder andere Bachs passionen, Haydns ”Schöpfung”, Mendelssohns ”Elias”, het Requiem van Mozart en de vespers van Monteverdi. De bas vertolkt ook renaissancemuziek van componisten als Thomas Tallis en Orlando di Lasso en romantische muziek van onder anderen Schubert en Fauré. De Engelsman, die in Oxford woont, werkte mee aan zo’n honderd opnamen.

In 2008 richtte hij het Magdalena Consort op, dat zich vooral richt op de uitvoering van oude Engelse muziek van componisten als Gibbons en Byrd. Het kleine ensemble maakte echter ook naam met de uitvoering –in kleine bezetting– van andere muziek, van Monteverdi tot Bach.

Meer informatie: www.peterharvey.com

---

In Staccato reageren musici op tien stellingen. Volgende aflevering: zaterdag 14 januari.