Moslimpartij Hizb ut-Tahrir rust pas als de kalief de scepter zwaait

Beeld RD, Corné van der Horst Corné van der Horst

De radicaalislamitische organisatie Hizb ut-Tahrir rust pas als haar doel werkelijkheid is: één alomvattend wereld­kalifaat volgens de regels van de sharia. De huidige onrust in het Midden-Oosten is een stap op weg in die richting, denkt de Nederlandse voorman Okay Pala. „De mensen in de islamitische wereld snakken naar islam.”

In Amsterdam moet het gebeuren, zondag. Congres- en partycentrum Rhône in Sloterdijk, bekend van de vele Turkse en Marokkaanse trouwpartijen, is vanaf 12.00 uur het toneel van de eerste Nederlandse kalifaatconferentie.

De sprekers komen allen uit de boezem van Hizb ut-Tahrir, ofwel de Bevrijdingspartij. Dat is een islamitische splinterpartij die in veel landen actief is om haar doel te promoten. Dit doel komt neer op de realisatie van één staat voor alle moslims –het kalifaat– onder één heerser –de kalief– en met één wet: de sharia. Voorbeeld voor zo’n islamitische superstaat is de politieke constellatie na de dood van Mohammed, toen de snel uitdijende islamitische wereld werd geregeerd door de „vier rechtgeleide kaliefen.”

Zondag zal er in Amsterdam vurig gebeden worden om zo’n alomvattend en het gehele leven bepalend kalifaat. De Turks-Nederlandse „lidvertegenwoordiger” Okay Pala, grote man van Hizb ut-Tahrir in Neder­land, is de organisator van de conferentie. Hij verwacht zo’n 300 à 400 bezoekers. Mannen én vrouwen, die strikt gescheiden zullen zijn. Maar vragen daarover zijn overbodig, vindt Pala. „Dat mannen en vrouwen gescheiden zijn, is totaal vanzelfsprekend.”

Daar denken veel mensen in Nederland anders over.

„Dat kan zijn, maar vanuit de islam is dit de gewoonste zaak van de wereld.”

Wat heeft Nederland te duchten als het gedachtegoed van Hizb ut-Tahrir wordt ingevoerd?

„Of Nederland iets te duchten heeft, is niet mijn zorg. Het gaat ons niet om Nederland, het gaat ons om de islamitische wereld. Moslims zijn in hun eigen landen jarenlang onderdrukt. Nu willen zij verandering. Die verandering is vanzelfsprekend islam, omdat ze moslim zijn. Dat is wat ze willen, ze willen gewoon de islam belijden.”

Maar uit de recente opstanden blijkt dat veel jongeren in deze landen juist democratie willen zoals in het Westen.

„Sommigen willen democratie, maar dat is een kleine minderheid die gepromoot wordt door het Westen en door de media. De meeste mensen daar willen helemaal geen democratie, ze willen islam. De bevolking in de islamitische landen heeft alles geprobeerd, van communisme tot dictatuur. Maar niets heeft gewerkt. De mensen snakken nu naar islam en naar de alomvattende levenswijze die de islam biedt.”

U beperkt uzelf tot het spreken over het Midden-Oosten. Maar wat moet er met het Westen, met Nederland gebeuren als het aan u ligt?

„Ik spreek namens Hizb ut-Tahrir, niet namens mezelf. En het doel Hizb ut-Tahrir is een kalifaat, een ”khilafah”, te realiseren. Dat heeft niets met het Westen te maken.”

Toch werkt u onder meer vanuit Nederland.

„Wat wij hier doen, is de oproep tot een khilafah ondersteunen. Daarnaast bieden we de islam aan als alternatieve levenswijze, want wat dat betreft maakt het niet uit of je in het Westen of in het Oosten leeft. Er wordt op dit moment helaas nergens ter wereld echt volgens de islam geregeerd. En wat niet door de sharia geregeerd wordt, klopt niet.”

Uw strategie bestaat uit drie stappen. De derde is die van machtsovername. Komt dat laatste al ergens in zicht?

„Daar wordt aan gewerkt. Er is een aantal landen waar onze prioriteit heengaat, onder meer vanwege de economische, politieke en geografische ligging. Dat zijn bijvoorbeeld Turkije, Pakistan, Syrië en Egypte. Daar is potentie van moslims, van infrastructuur, van economische middelen. Ik weet niet of ik die veranderingen zelf nog zal meemaken, maar één ding weet ik wel: die omwenteling zal zeker komen.”

Waar baseert u dat op?

„Op de Koran en de soenna (de overlevering van de profeet Mohammed, JH), maar ook op de politieke situatie in de wereld. Kijk naar wat externe instituten zeggen, zoals verschillende denktanks in Amerika: 70 tot 80 procent van de mensen in islamitische landen geeft aan dat ze geregeerd willen worden door de islam.”

Vanuit zo’n islamitisch kalifaat moet de rest van de wereld overtuigd worden via onder meer jihad, zegt uw partij. Dat klinkt zorgwekkend.

„Het uitroepen van jihad, het verklaren van de oorlog, is een taak van de islamitische staat, niet van onze partij. Wij leveren alleen politieke strijd.”

Uw grote voorbeeld is Mohammed, en tot nog toe vooral zijn optreden in de relatief vreedzame Mekkaanse periode. Wanneer moet ook zijn latere voorbeeld uit Medina worden nagevolgd, toen hij geweld toestond en gebruikte?

„In Medina richtte de profeet Mohammed de islamitische staat op. Op dat moment kon hij bepalen of hij oorlog ging voeren of niet. Dat is nu helemaal niet aan de orde. Om een kalifaat te kunnen stichten, moet eerst de samenleving veranderd worden. Dat kan uitsluitend door intellectueel politiek werk, niet door middel van fysiek geweld. Maar ik begrijp niet waarom u hier herhaaldelijk naar vraagt. Wat wilt u eigenlijk van me horen?”

Nou, wat uw advies aan zo’n staatshoofd zou zijn. Is het zijn plicht de oorlog te verklaren aan de ongelovige landen?

„Wij zijn geen adviesraad. Het is een kwestie die alleen met de staat te maken heeft, net zoals Amerika het besluit heeft genomen om Irak of Afghanistan aan te vallen, of nu Libië.”

Kunnen christenen in islamitische landen nog rustig ademhalen als uw partij het voor het zeggen krijgt?

„Ik kan u verzekeren dat zij zich geen zorgen hoeven maken. Kijk maar naar het verleden; de islamitische staat ging goed met zijn onderdanen om. Kijk maar naar hoe het nu is in Egypte en Libanon, waar veel christenen leven. Ze krijgen veel vrijheid, omdat het geloof te maken heeft met het hart.”

Toch staan onder anderen ex-moslims die christen zijn geworden de ergste bedreigingen te wachten. Voor hen heeft het geloof blijkbaar niet met het hart te maken?

„Voor moslims geldt een specifiek oordeel dat ze niet van geloof mogen veranderen. Maar u vroeg toch naar de positie van christenen in de khilafahstaat? Nu krijgt dit vraaggesprek een vervelende wending die ik al vaker heb meegemaakt, doordat u het opeens over een andere boeg gooit.”

Helemaal niet. Zijn christenen die vroeger moslim waren soms geen christenen?

„Nee. Zij zijn moslims die christen zijn geworden.”

Dus zij verdienen de doodstraf?

„De islam heeft daar duidelijk antwoord op gegeven.”

De doodstraf dus.

„Geen enkele geleerde binnen de islam heeft daar een andere mening over, omdat niet alleen de Koran maar ook de Hadith hier eensluidend over is. Maar dat is niet specifiek voor Hizb ut-Tahrir; dat is algemeen islamitisch.”

Het is niet voor het eerst dat Okay Pala een conferentie probeert te organiseren. In 2004 was een bijeenkomst gepland in het Feyenoordstadion in Rotterdam. De directie van het stadion zegde de bijeenkomst eenzijdig af toen duidelijk werd welk vlees ze in de kuip had.

Ook nu is er onrust ontstaan over de conferentie. Op internet circuleren oproepen om zondag vlak voor aanvang van de bijeenkomst te demonstreren bij partycentrum Rhône.

Dinsdag nog riep SGP-fractievoorzitter Van der Staaij minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) naar de Kamer om hem te vragen of er geen stokje gestoken kan worden voor de voor zondag geplande kalifaatconferentie.

Volgens minister Opstelten is een verbod echter niet mogelijk, omdat de aanleiding daarvoor moet liggen in verboden activiteiten die de partij ontplooit. „Voorshands is er geen constatering dat de openbare orde wordt bedreigd of dat er strafbare feiten worden gepleegd”, aldus Opstelten.

Hij voegde daaraan toe dat burgemeester Van der Laan van Amsterdam nauwlettend in de gaten houdt of er zondag niet toch strafbare activiteiten plaatshebben. „Als er een mogelijkheid zou zijn, zouden we niet nalaten om in te grijpen vanwege de naar onze mening verwerpelijke doelstellingen van deze organisatie.”

Okay Pala is er niet van onder de indruk. Hij gaat ervan uit dat zijn conferentie ditmaal gewoon doorgaat. „En als mensen het er niet mee eens zijn of willen demonstreren, moeten ze dat zelf weten. Wij zijn niet bang.”


De islam als alomvattend systeem

De ideologie van Hizb ut-Tahrir heeft sterk totalitaire trekken, wat blijkt uit materiaal dat de partij zelf verspreidt. Exemplarisch voor het gedachtegoed van de partij is het boekje ”De methode ter verandering”, een verhandeling uit 1989 van de afdeling in de Verenigde Staten.

Volgens dat boekje moet de gedroomde islamitische samen­leving gestalte krijgen door ervoor te zorgen dat de mensen alleen nog islamitisch kunnen denken „zodat dit de algemeen geldende opvatting wordt onder het volk en het ingeburgerde denkbeelden worden, als gevolg waarvan men wel gedwongen wordt ze in de praktijk te brengen en dienovereenkomstig te handelen.”

Het is geen optie dat maar een deel van de sharia wordt ingevoerd. Als de praktijk weerbarstig blijkt, is dat jammer voor de praktijk – niet voor de regels, want daarmee mag nooit de hand gelicht worden. „In plaats daarvan is het onze plicht de werkelijkheid zodanig te veranderen dat de werkelijkheid zich aan de Islam aanpast.”

Probleem voor Hizb ut-Tahrir is echter dat er, in haar interpretatie, op dit moment wereldwijd niet één land is dat volgens de regels van de sharia wordt bestuurd. Ook Saudi-Arabië of Iran voldoen bij lange na niet aan de strenge wetten die Hizb ut-Tahrir aan Koran en soenna ontleent. Op dit moment is er geen enkele staat met een ”khalifah” –een kalief– aan het hoofd – er is hoe dan ook geen enkele islamitische staat in de optiek van Hizb ut-Tahrir.

Is die er wel en regeert de kalief toch niet volgens de regels, dan mogen moslims niet aarzelen: ze moeten de wapens tegen hem opnemen. Het is een verplichting voor moslims „om de oorlog te verklaren aan de regering als er niet op basis van de wetten van Allah wordt geregeerd”, schrijft de partij in ”De methode ter verandering”. „Bovendien heeft de Profeet opdracht ge­geven ieder land dat zich niet aan de soeltaan (gezag) van moslims heeft onderworpen binnen te vallen, en hij ging de strijd met hen aan, of de inwoners nu moslim of niet-moslim waren.”

De plicht om de wapens op te nemen tegen de niet-islamitische heerser geldt voor elke moslim, maar de oorlog hoeft pas ontketend te worden „als het zeer waarschijnlijk is dat de heerser kan worden afgezet.” Tot die tijd mag het streven naar verandering ook met de tong gebeuren, zegt een overlevering van Mohammed.

Dat is precies wat Hizb ut-Tahrir voorstaat. ”De methode ter verandering” is er glashelder over. Kan de machthebber niet meteen worden afgezet, „dan is het beter om voorbereidingen te treffen voor het moment dat de macht wordt overgenomen en is het beter dat men zich verzekert van de hulp van degenen die aan de macht zijn. En als dit dan eenmaal is geregeld moeten de wapens tegen de heerser worden opgenomen en moet de strijd met hem worden aangegaan.”

Onder meer vanwege dit soort taal is Hizb ut-Tahrir in veel landen verboden – met name in islamitische landen die het eerste doelwit zijn van de partij staan er stevige straffen op het lidmaatschap. Ook in sommige westerse landen zoals Duitsland zijn de activiteiten van de partij niet toegestaan omdat Hizb ut-Tahrir Israël niet erkent.

In Nederland is er geen verbod; wel houdt de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) de partij nauwlettend in de gaten.