Mormonen: Postume doop is laatste kans

Kandidaat Romney. Foto EPA EPA

SALT LAKE CITY – Postuum dopen komt sinds 1840 voor bij de mormonen. De geloofsgemeenschap gelooft dat de doop een voorwaarde is voor toelating tot het koninkrijk van God.

Deze week werd bekend dat een mormonenkerk in de Dominicaanse Republiek Anne Frank postuum heeft gedoopt. Dit ondanks de belofte uit 1995 om te stoppen met het postuum dopen van joden.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, zoals de gemeenschap officieel heet, houdt zich al sinds haar oprichting bezig met de vraag hoe miljoenen mensen die nog nooit van het Evangelie gehoord hebben, laat staan sacramenten zoals de doop hebben ontvangen, behouden kunnen worden.

Joseph Smith, oprichter van de mormoonse kerk, introduceerde de doop voor de doden in 1840. Wanneer iemand sterft, gaat volgens de mormonen zijn geest in afwachting van de opstanding naar een tijdelijk verblijf. Een postume doop zorgt ervoor dat, na instemming van een kerklid dat de overledene vertegenwoordigt, een ziel in de hemel komt. Door de postume doop krijgt iemand alsnog de kans lid te worden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste dagen. Door haar aanhangers wordt deze als enige ware kerk beschouwd. De postuum gedoopten worden overigens niet tot de leden gerekend.

De mormonen baseren zich bij deze traditie op Johannes 3:5, waar staat: „Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.”

Op hun website schrijven ze dat „God rechtvaardig is en alle mensen gelijke kansen geeft.” Daarom werden er volgens de mormonen al in de vroegchristelijke kerk, door plaatsvervangers, dopen voor doden verricht. „Met het terugbrengen van het volle Evangelie van Jezus Christus is deze gewijde ceremonie in ere hersteld.”

Databank

Bij de postume doop wordt een kerklid gedoopt in plaats van een overledene. Deze ceremonie is uitsluitend geldig als de overledenen deze vóór de opstanding aanvaarden. De mormonen worden geïnstrueerd ten minste vier generaties voorouders te dopen.

Voor het postuum dopen maken de mormonen gebruik van een uitgebreide genealogische databank in Salt Lake City van meer dan 2 miljard namen. Bij de databank werken ruim 700 medewerkers. Dit stamboomonderzoek heeft vooral tot doel opgespoorde voorouders postuum te dopen.

Dit plaatsvervangend dopen wordt gedaan in de zogenaamde tempels. Hiervan zijn er wereldwijd 130. In Nederland staat de enige in Zoetermeer, de zogenaamde Den Haagtempel.

De tempels worden door mormonen beschouwd als de heiligste plek op aarde. „Alle gewijde ceremonies in de tempel zijn er om de levenden tot zegen te zijn, of dienen om de zegeningen van het Evangelie van Christus aan de doden te laten aanbieden”, schrijven de mormonen op hun website.

Mitt Romney

In 1990 bleek dat 380.000 overlevenden van de Holocaust in de jaren daarvoor plaatsvervangend gedoopt waren. Anne Frank en andere slachtoffers van de Holocaust zijn in het verleden vaker gedoopt. Na ophef besloten de mormonen in 1995 om te stoppen met dat gebruik. Toch gebeurt het nog steeds. Zo werden vorige maand de ouders van nazi-jager Simon Wiesen­thal postuum gedoopt.

De aandacht voor mormoonse gebruiken als de dodendoop is volgens het ANP gegroeid doordat de mormoon Mitt Romney president van de Verenigde Staten wil worden. Onlangs bleek dat zijn familie Romneys overleden schoonvader, bij leven een overtuigde atheïst, had laten opnemen in het kerkregister.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd in 1830 gesticht door Joseph Smith jr. Zij heeft wereldwijd zo’n 13 miljoen leden, verspreid over 176 landen.

In Nederland telde de kerk in 2004 ruim 8000 leden.