Alles doen om agressie in de zorg te voorkomen

Henk-Jan Tippe, student van het Hoornbeeck College in Apeldoorn, loopt stage op de Kroonhoeve in Uddel. Hier werkt hij met Wim Henk, een van de cliënten van de activiteitenboerderij. Hij geniet van het werk: „Elke dag is verrassend.” beeld André Dorst
5

„Machteloosheid.” „Manipuleren.” „Niet weten wat je ermee aanmoet.” „Onrust op de groep.” „Bijten en schelden.” Er komt van alles boven bij de studenten van het Hoornbeeck College in Apeldoorn tijdens een les over agressie in de gehandicaptenzorg.

Het is niet verwonderlijk dat de bladen van de twee flip-overs vlot gevuld worden met ervaringen die studenten tijdens hun stages opdeden, zegt hun docent, Henny van den Brink. „Agressie komt overal voor in de gehandicaptenzorg, ongeacht de leeftijd en de mate van de verstandelijke beperking van de cliënten. Het kan gaan om bijten, slaan, schelden of bedreigen.”

In de op het Hoornbeeck gebruikte lesmethode komt agressie wel aan bod, maar daarbij gaat het voornamelijk over de manier waarop iemand zich los kan maken als een cliënt hem heeft vastgepakt. „Het voorkomen van agressie is minstens zo belangrijk”, aldus de docent (zie ook ”Niet alleen kennis vergaren”). Ze is blij dat de studenten van het derde leerjaar van de opleiding sociaal agogisch werk desgevraagd voor een verdiepingsles over dit onderwerp kozen.

„Agressie kan leiden tot een ziekmelding, langdurig thuiszitten of zelfs het nemen van ontslag”, vervolgt Van den Brink. Ze vertelt over de tijd dat ze zelf in de zorg werkte. „Een cliënt gooide tijdens het koffiezetten –een van zijn dagelijkse activiteiten– regelmatig de koffiekan kapot. De bewoner voelde haarfijn aan dat dit spanning opriep bij een van mijn collega’s, en daardoor sneuvelden steeds meer koffiekannen. Als die collega thuis koffiezette, moest hij aan die incidenten denken. Soms dronk hij thuis zelfs geen koffie omdat hij niet aan de incidenten herinnerd wilde worden. ’s Nachts droomde hij regelmatig over de voorvallen.”

Zorgmedewerkers weten niet hoe hun collega thuis is en wat hij droomt. „Praat er daarom over wat agressie met jou doet”, adviseert de docent.

Emotie

Ook de campagne die minister Schippers (VWS) enkele jaren geleden startte, komt tijdens de les aan de orde. Daarbij gaf de bewindsvrouw aan agressie tegen zorgverleners onacceptabel te vinden. Enkele studenten zijn het niet met Schippers eens: „Je kunt niet alle agressie wegnemen, want dit is voor sommige cliënten een manier om emoties te uiten.”

„Het is toch veel fijner om te werken in een leuke en gezellige omgeving? Zonder de kans om een klap te krijgen?” reageert Van den Brink. „Er is voor mij een verschil tussen elke dienst of één keer per maand geslagen worden”, zegt een student. „Agressie is geen goede manier om emoties te uiten. Je moet een cliënt leren om dit op een andere manier te doen”, meent een medestudent.

Niet begrijpen

De discussie vormt een mooie opmaat voor de stellingen die Van den Brink de studenten wil voorschotelen: ”Agressie hoort er nu eenmaal bij” en ”Agressie is onacceptabel”. „Voor ons is agressie veel makkelijker af te leren dan voor iemand met een verstandelijke beperking”, stelt een student.

Van den Brink: „Het staat of valt met het uitgangspunt dat je kiest. Vind je agressie onvermijdelijk of meen je dat er alles aan gedaan moet worden om het te voorkomen?” Een leerling vindt dat beide visies naast elkaar kunnen bestaan. Ze krijgt bijval: „Een cliënt kan toch niet alles op een positieve manier uiten?” Van den Brink: „Dat klopt. Agressie is een signaal of hulpvraag van een cliënt. Het vormt een onderdeel van het werk, maar laten we het niet accepteren en zo veel mogelijk middelen inzetten om het te verminderen of te voorkomen.”

Een student stuurt het gesprek een andere kant op. „Agressie komt pas na de fase van boos of verdrietig zijn. Het is het gevolg van het feit dat wij een cliënt niet snappen of niet goed begeleiden.”

Zondeval

De docent neemt stelling: „We leven na de zondeval. Agressie is daar een van de gevolgen van. Als wij over agressie praten, bedoelen we vaak de laatste fase, de geweldsfase. Ik ben ervan overtuigd dat we geweld niet mogen accepteren.”

Het is ingewikkeld, weet een student uit ervaring. „Bij sommige cliënten is het zó moeilijk om te zien of ze boos zijn. Soms gaat het onverwachts mis. Hoe moet ik daarmee omgaan?”

„Bij mensen die niet kunnen praten of moeilijk te begrijpen gedrag hebben, kun je agressie niet altijd zien aankomen”, erkent de docent. Een student haakt hier op in: „Het is dan extra belangrijk om na te gaan of een cliënt begrepen heeft wat je zegt.”

Pijn

De docent geeft de studenten veel ruimte om ervaringen uit te wisselen. Ze adviseert hen een incident altijd te analyseren: „Loopt de communicatie niet lekker? Heeft een cliënt pijn? Hoeveel prikkels zijn er voor hem en heeft hij zinvolle activiteiten?”

Van den Brink vervolgt: „Gisteren vertelde een stagiair mij: „Een cliënt slaat mij regelmatig, maar dat hoort bij hem. Bij één begeleider gebeurt dit niet.” Uit navraag bleek dat die zorgmedewerker duidelijker was. Daardoor wist de cliënt waar de grens lag van wat wel en niet acceptabel is. Dit gaf haar rust.”

Het is een taak van de begeleider om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk aanleidingen zijn die tot agressie leiden”, zegt de docent. „Wees alert op boosheid, verdriet, spanning en geagiteerdheid bij een cliënt. Wanneer jijzelf dan stekelig reageert, kan het sneller misgaan. Als je je begripvol of neutraal opstelt, kan dit dreiging en agressie voorkomen. En vergeet niet: Agressie is niet altijd het gevolg van jullie handelen. Het kan bijvoorbeeld ook op de dagbesteding al mis zijn gegaan.”

----

Niet alleen kennis vergaren

Wat moet een student in huis hebben wanneer hij afzwaait met het diploma sociaal agogisch werk op zak? „Hij moet niet alleen voldoende kennis bezitten, maar ook kunnen reflecteren op zichzelf. Als iemand weet wat hij nodig heeft, dan kan hij zich blijven ontwikkelen. Voor de een zal dit liggen op het vlak van het begeleiden van mensen met een beperking. Voor een ander kan de samenwerking met collega’s een leerpunt zijn”, zegt Henny van den Brink. Ze is sinds september vorig jaar docent sociaal agogische vakken op het Hoornbeeck College in Apeldoorn. Daarvoor werkte ze als leidinggevende bij De Schutse en Adullam en als docent op het Hoornbeeck College in Kampen.

„Kennis vergaren is belangrijk”, stelt de mbo-docent. „Anders schiet hij tekort in de begeleiding van cliënten, omdat hij onvoldoende op de hoogte is van de meest voorkomende beperkingen. Of hij kan zorgplannen niet goed doorgronden.”

Er is tijdens de lessen veel aandacht voor communicatieve vaardigheden. „Zorgmedewerkers hebben met cliënten, familieleden van cliënten en met collega’s te maken. Het is daarom belangrijk dat ze zich in anderen kunnen inleven.”

Waar let Van den Brink op tijdens het intakegesprek met een jongere die de opleiding sociaal agogisch werk wil gaan doen? „Ik probeer erachter te komen hoe hij zich in wil zetten voor anderen. In hoeverre is hij communicatief vaardig? Hoe flexibel is iemand? Is hij redelijk assertief? Zijn er mogelijkheden om dit te ontwikkelen als dit niet het geval blijkt te zijn? Is iemand een doorzetter?”

De noodzaak om leerlingen voldoende bagage mee te geven wordt steeds groter, zegt de docent. „De zorg verandert om deze betaalbaar te kunnen houden. Begeleiders moeten stevig in hun schoenen staan, omdat met name de intensieve zorg zal overblijven. Een paar jaar geleden had je op de dagbesteding groepen van zo’n acht mensen. Onlangs sprak ik een stagiair die samen met twee begeleiders verantwoordelijk was voor 27 cliënten. Toen ik nog werkte, was je persoonlijk begeleider van één of twee cliënten. Tegenwoordig ben je dat al snel van zes tot acht mensen. Het vraagt zelfstandigheid en creativiteit om cliënten de zorg te kunnen blijven bieden die ze nodig hebben.”

De docent geniet van haar werk. „Leerlingen leren tijdens stages hun grenzen kennen en hun eigen gevoelens ontdekken en weergeven. Feedback kunnen geven en leren ontvangen komt zowel tijdens de stages als in de lessen aan de orde. Het is een uitdaging om leerlingen daarbij te begeleiden.”

----

Handen op de rug

Wie: Hannah van den Berg (18) uit Wekerom.

Studierichting: Sociaal agogisch werk, richting gehandicaptenzorg, derde leerjaar.

Waarom de gehandicaptenzorg? „Een van de snuffelstages op de middelbare school deed ik op een zorgboerderij bij jongeren met gedragsproblematiek. Ik vond het contact met deze doelgroep heel leuk. Dit verraste mij, want werken in de gehandicaptenzorg was wel het laatste waar ik aan dacht. De stage die ik als student van het Hoornbeeck in een woonvoorziening deed, beviel ook goed. Ik genoot van de afwisseling van het bieden van zorg en het begeleiden van de bewoners.”

Wat spreekt je aan in de doelgroep? „Ik heb het gevoel echt iets voor mensen met een beperking te kunnen betekenen. Ze kijken zonder vooroordelen naar anderen. Het geeft mij een goed gevoel als cliënten hun problemen met mij durven te bespreken.”

Wat is een leerpunt? „Ik ben een doener. Bij cliënten die veel zelf kunnen, moet ik leren meer met de handen op mijn rug te begeleiden.”

Krijg je voldoende bagage mee op school? „De lessen hebben inhoud. Zo krijgen we veel informatie over de verschillende doelgroepen.”

----

Rustig blijven

Wie: Henk-Jan Tippe (18) uit Elspeet.

Studierichting: Sociaal agogisch werk, richting gehandicaptenzorg, tweede leerjaar.

Waarom de gehandicaptenzorg? „Mijn moeder is oproepkracht in de gehandicaptenzorg. Ze vond mij ook geschikt voor dit werk. Ik was het eerst niet met haar eens, maar besloot na wat denken toch een zorgopleiding te proberen. Mijn stage bevalt uitstekend en daarom ga ik door in de zorg. Ik begeleid cliënten op de activiteitenboerderij en op de dagopvang van Adullam in Uddel.”

Wat spreekt je aan in de doelgroep? „Mensen met een verstandelijke beperking zijn blij met de kleinste dingen. Ze stralen als ze ’s morgens aankomen en ik hen sta op te wachten. Het is een uitdaging om met iedere cliënt op zijn eigen niveau te communiceren. Met woorden of via gebaren. Elke dag is verrassend.”

Wat is een leerpunt? „Cliënten kunnen lang doorgaan over één onderwerp. Ik moet ervoor oppassen daardoor niet geïrriteerd te raken. Het goed omgaan met de agressie van cliënten is ook een leerpunt. Rustig blijven en een grapje maken, haalt vaak een stuk spanning bij de ander weg.”

Krijg je voldoende bagage mee op school? „Jawel, al ben ik een man van de praktijk. Daar steek ík het meeste op.”

----

Enthousiaste verhalen

Wie: Gerlise Westerink (18) uit Nunspeet.

Studierichting: Sociaal agogisch werk, richting gehandicaptenzorg, derde leerjaar.

Waarom de gehandicaptenzorg? „Mijn zus deed deze opleiding en kwam met enthousiaste verhalen thuis. Ik vond mensen met een beperking eerlijk gezegd best eng en was van plan om in de psychiatrie te gaan werken. Mijn eerste stage deed ik in de gehandicaptenzorg bij ernstig meervoudig beperkten. Ik hoopte die tien weken vol te kunnen houden. De combinatie van zorg en begeleiding sprak mij echter enorm aan. Inmiddels werk ik naast mijn studie de avonden en de weekenden in een woonvoorziening van Philadelphia in Vierhouten.”

Wat spreekt je aan in de doelgroep? „De cliënten zijn vrijwel volledig afhankelijk van mijn zorg. Dit sluit goed aan op mijn behoefte om te zorgen. Mensen zijn blij als ik kom. De één geeft me een knuffel, een ander noemt mijn naam.”

Wat is een leerpunt? „Het begeleiden van mensen met een hoger niveau.”

Krijg je voldoende bagage mee op school? „Ja. Het lijkt mij beter om sommige onderwerpen, bijvoorbeeld gedragsproblemen, eerder aan de orde te stellen. Studenten kunnen daar tijdens hun stages al snel mee te maken krijgen.”