„Eenheidsworst door acceptatieplicht scholen”

Vrijheid van onderwijs
Dr. J. Exalto. beeld RD, Anton Dommerholt

Wie bijzondere scholen dwingt tot pluriformiteit, doet de veelvormigheid in de samenleving juist tekort. „De politiek dwingt alle scholen dan op elkaar te gaan lijken.”

Het is een van de conclusies in het boek ”De multiculturele refoschool”, dat vrijdag wordt gepresenteerd tijdens een congres in Vianen over ”100 jaar onderwijsvrijheid: een geschenk!” De bundel –deel 3 in de serie Biblebelt Studies– is de uitwerking van lezingen die op 4 november in Gouda voor het Dutch Biblebelt Network zijn gehouden.

Multicultureel dreigt de reformatorische school te moeten worden als de roep om acceptatieplicht van alle leerlingen ooit werkelijkheid wordt. Het is een van de „uitdagingen” die de auteurs in het verschiet zien liggen. „We trekken niet veel conclusies, maar stellen vooral vragen, in de hoop dat erover doorgedacht wordt”, zegt samensteller dr. John Exalto, docent historische pedagogiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „De vraag is actueel hoe reformatorische scholen in een ontzuilde maatschappij kunnen voortbestaan.”

De druk die vanuit seculiere hoek op monoreligieuze scholen wordt uitgeoefend werkt averechts doordat het onderwijs er eenvormiger door wordt, stelt Exalto. „Juist het duale stelsel –het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs– biedt variatie. Scholen moeten een eigen kleur mogen hebben. Het gelijkheidsbeginsel zet iedereen onder druk om hetzelfde te denken, maar de diversiteit in de samenleving, ook binnen het scholenaanbod, is een verworvenheid waar we zuinig op moeten zijn.”

Voor de leerlingen is die variatie ook goed, blijkt uit de bijdrage van Gerdien Bertram-Troost: het is voor hen positief als ze op jonge leeftijd op een school zitten die sterk overeenkomt met het milieu thuis en in de kerk. In het voortgezet onderwijs blijkt er wel een „uitdaging” te liggen: de leerlingen moeten leren hun levensovertuiging goed te communiceren.

Scholen met een gesloten toelatingsbeleid blijken goed in staat bij te dragen aan burgerschap, klinkt onder meer door in een bijdrage van dr. R. Toes en dr. B. J. Spruyt. Juist kinderen van orthodoxe scholen zijn zich, als gevolg van hun minderheidspositie, bewust van de waarde van tolerantie, blijkt uit een andere bijdrage.

Overigens is in Rotterdam al ervaring opgedaan met een multiculturele refoschool: op de –in 1993 opgeheven– Comrieschool was meer dan 90 procent van de leerlingen niet-reformatorisch. Daarop blijkt verschillend te worden teruggekeken: door leerkrachten positief vanwege de gelegenheid tot evangeliseren die ze kregen, door bestuursleden negatief omdat het moeilijk bleek de identiteit in het onderwijs te handhaven.

Zelf stuitte Exalto tijdens het onderzoeken van de Koninklijke Besluiten die op de vrijheid van onderwijs betrekking hebben, op een uitspraak van de Raad van State uit 1979 over de Van Lodensteinscholengemeenschap in Amersfoort. „Voor het eerst werd het Verdrag voor de Rechten van de Mens erbij betrokken. Op basis daarvan concludeerden de staatsraden dat er ruimte moest zijn voor reformatorisch onderwijs als zelfstandige richting naast de brede baaierd aan protestants-christelijke scholen.

Een „schuurpunt” dat om bezinning vraagt, is het benoemingsbeleid, volgens Niels Rijke, die gaat promoveren op het benoemingsbeleid in het orthodox-protestants onderwijs. Hij onderzocht „het ontslag van drie docenten in 2014 op het Wartburg College wegens geloofsdoop en verandering van actief kerklidmaatschap.” Conclusie: de vanzelfsprekendheid dat een docent van een reformatorische school reformatorisch denkt en handelt, is verdwenen. Ze blijven er soms werken terwijl hun binding aan de gereformeerde gezindte afneemt, vat Exalto samen. „Het plaatst reformatorische scholen voor de uitdaging goed vast te leggen waar ze voor staan.”

De multiculturele refoschool. Het reformatorisch onderwijs en de uitdaging van het pluralisme, John Exalto (red.); uitg. Labarum Academic, Apeldoorn, 2017; ISBN 9789402902730; 240 blz.; € 14,95.