Tjiftjaf en fluitenkruid

Tjiftjaf. beeld Chiel Jacobusse

Ontluikend fluitenkruid hoort bij het vroege voorjaar. Het eerste groen van het jaar roept beelden op van al het heerlijks wat ons te wachten staat: zingende lijsters, roffelende spechten en niet te vergeten al die kleine zangertjes die terugkeren van hun winterverblijf in het verre zuiden. De tjiftjaf is altijd een van de eerste.

Of moet je zeggen: was? Mijn Prisma Vogelboekje uit 1968 meldt over de tjiftjaf dat deze overwintert in Zuid- en Zuidwest-Europa en in Noord-Afrika. Als bijzonderheid wordt vermeld: „Heeft in Nederland twee keer overwinterd.” Dat is inmiddels drastisch veranderd. Al enkele jaren overwintert er een tjiftjaf in onze tuin, en verspreid over Nederland zijn er waarschijnlijk duizenden van die overwinteraars. Maar het was toch wel een heel raar gezicht toe er tussen Kerst en nieuwjaar een paartje tjiftjaffen rondscharrelde tussen het ontluikende fluitenkruid van ruim een decimeter hoog. Het zag eruit alsof ze al nestelplannen hadden. Nu zal dat zo’n vaart niet lopen, want om hun jongen groot te brengen hebben de vogeltjes dagelijks een flinke portie insecten nodig en die zijn bij ons in de winter natuurlijk uitgesproken schaars. Het is nog even wachten voordat dagen achter elkaar het aanhoudende tjif-tjaf-tjif-tjaf uit de boomtoppen klinkt.