Smartphone als grote tijdslurper

Digitale media
beeld iStock

Een smartphone. Ik heb er ruim zeven jaar een. In die tijd heeft hij het leven stevig beïnvloed. Het is een handig apparaat, jazeker. Tegelijk slurpt het veel tijd op. Mijn afkickproces van de smartphone bleek moeizamer dan gedacht.

Op internet circuleert een video met de titel ”Mobiel bellen”, opgenomen in 1999. Daarin vraagt een verslaggever aan voorbijgangers op straat of ze een mobiele telefoon –van een smartphone had toen nog nooit iemand gehoord– nodig hebben. „Ik zie er het nut niet van in”, zegt de een.

Mobiel Bellen in 1999

„Thuis ben ik altijd bereikbaar. Om onderweg in de trein of in de auto ook nog gebeld te kunnen worden of zelf te bellen, vind ik niet nodig”, zegt de ander. „Het lijkt me niet leuk om altijd bereikbaar te zijn”, aldus een derde. Een vierde steekt wat dieper af: „Ik ben ook gelukkig zonder mobiele telefoon.” En, om een misverstand weg te nemen: het waren geen oude of ouderwetse mensen die in de video bevraagd werden.

Het was rond die tijd dat ik mijn eerste mobiele telefoon kreeg: een Nokia 3310. Een onverwoestbaar apparaat, met een donkerblauw frontje dat –heel hip destijds– te verwisselen viel voor andere kleurtjes en een batterij die na een week pas leeg was. Ik zat in de vijfde of zesde klas van de middelbare school en liep zeker niet voorop als het om nieuwe media ging. Zijn voorganger, de Nokia 3210, was een innovatie, met tekstvoorspelling en ingebouwde antenne. Beide modellen waren razend populair: honderden miljoenen exemplaren zijn er wereldwijd verkocht.

Ik herinner me nog –het zal 1995 of 1996 zijn geweest– hoe we ons in de pauze verdrongen rond de eerste klasgenoot met een mobiele telefoon. Zo’n apparaat wilden we allemaal. Een paar jaar eerder, in 1993, met de start van het gsm-netwerk, is de opkomst van de mobiele telefoon ingezet. Koelkasten waren die eerste modellen. In de loop van de jaren werden ze steeds kleiner, maar multifunctioneel waren ze niet: je kon ermee bellen en sms’en. En er stonden een paar spelletjes op, waarvan Snake op de Nokia’s misschien wel het beroemdste was: een slangetje dat in steeds hogere snelheid over je scherm kronkelde en dat blokjes moest opeten. Verder was het een saai apparaat.

Lekke band

Met de komst van de smartphone werd het mobieltje steeds minder saai. En daarmee legde het apparaat een steeds groter beslag op onze tijd. We begonnen langzaam maar zeker te denken dat het nodig was altijd en overal bereikbaar te zijn. En dat het hoognodig is om ’s avonds je binnengekomen mails te lezen en te beantwoorden. En dat je echt niet meer zonder Facebook en zeker niet zonder WhatsApp kunt. En dat kinderen van 12 jaar niet zonder smart­phone naar de middelbare school kunnen fietsen, want stel je voor dat hun band lek raakt of dat ze tien minuten vertraagd zijn.

Ik maakte me daaraan ook schuldig. Dat ik acht jaar geleden ’s middags om vijf uur mijn laptop dichtklapte en de volgende morgen om acht uur pas mijn nieuwe mails las, kan ik me nu niet meer voorstellen. Nee, met de komst van de smartphone wilde ik een binnengekomen mail lezen en direct beantwoorden. Ik wilde het laatste nieuws bijhouden via Twitter en nieuws-apps. Ik wilde ook communiceren met Jan en alleman via tal van sociale media. Waarom? Omdat het kon.

Met de komst van sneller mobiel internet werd de impact van de smartphone alleen maar groter. Gebruikte ik vroeger internet alleen als er een wifinetwerk beschikbaar was, inmiddels is de 4G-verbinding even snel en heb ik overal en altijd toegang tot snel internet – behalve misschien in sommige uithoeken van Nederland.

Het is daarom niet verwonderlijk dat de gemiddelde Nederlander veel tijd besteedt aan media. Vorige week bleek dat weer uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). In 2015 was de Nederlandse bevolking van 13 jaar en ouder op een doorsneedag gemiddeld 8 uur en 33 minuten met media bezig. Dan gaat het over allerlei soorten media: online en offline, op papier en digitaal, via vaste en mobiele media-apparaten.

Inmiddels heeft meer dan driekwart van de Nederlanders een smartphone. Onder 13- tot 34-jarigen is dat zelfs 96 procent. Of smartphone nog het goede woord is, is maar de vraag. Bellen doen jongeren niet veel. E-mailen al helemaal niet. Berichten sturen en actief zijn op sociale media, dat is waarvoor de jongste leeftijdsgroepen een smartphone hebben.

Onafgebroken stroom

Wie herkent het niet: de smartphone is een apparaat geworden waarop we van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat een onafgebroken stroom van nieuwtjes, app-berichten, likes, reacties, tweets, snaps, foto’s binnenkrijgen. Die moeten we allemaal zien te verwerken, en dan op zo’n manier dat het niet te veel kostbare tijd opslurpt.

Mijn ervaring dit jaar was dat me dat niet lukt. Mijn smartphonegebruik moest anders, het kostte me te veel tijd. Ik begon met afkicken, afgelopen voorjaar. Ik verwijderde de apps van sociale media een voor een. Facebook, Twitter, Messenger, Instagram: allemaal moesten ze eraan geloven. Net als veel nieuws-apps: die van De Telegraaf, het AD, NOS en nu.nl. Het gaf me eerst het gevoel dat ik veel miste; daarna bracht het rust. De smartphone begon langzaam maar zeker weer een saai apparaat te worden. Een smartphoneloze zaterdag was de kroon op het proces.

Inmiddels zijn we een halfjaar verder. En de praktijk blijkt weerbarstig. De apps van Facebook, Twitter en Instagram hebben allemaal weer op m’n smartphone gestaan. Omdat ik dacht dat dat nodig was. Na korte tijd verwijderde ik die van Facebook en Twitter ook weer. Die sociale media houd ik vrijwel alleen via m’n laptop in de gaten. En die heb ik gelukkig minder vaak op zak dan de smartphone.

Voor ons brein is het goed dat het rust heeft, aldus de Vlaamse hersenonderzoeker Theo Compernolle in zijn boek ”Ontketen je brein”. Tijdens loze momenten ordenen je hersenen alle prikkels die ze tot dan toe te verwerken kregen.

Niet elk loos moment op een dag moet ik opvullen met de smartphone om mijn hersenen weer een shot informatie te geven in de vorm van nieuws, appjes of likes. Die momenten –net voor het slapengaan, na het ontwaken, vlak voor het eten, bij het wachten op de trein, tijdens ritjes in de auto– zijn juist waardevol om je te bezinnen. Om stil te staan bij de dingen die het alledaagse leven overstijgen.

----

Tips tegen afleiding

De smartphone is voor velen afleiding nummer één. Vaak tegen wil en dank. Hoe zorg je ervoor dat het apparaat je leven minder beheerst? Twaalf concrete en beproefde tips.

- Zet geluiden en pushberichten van je smartphone uit, zodat je niet bij elk nieuwtje, bij elke like en elke app je scherm ziet oplichten of een bliepje hoort.

- Voer smartphoneloze dagen in. Niet alleen op zondag, maar ook op andere dagen. Het is even wennen op zo’n dag, maar het brengt veel rust met zich mee.

- Verwijder apps van sociale media van je smartphone: Twitter, Facebook, Instagram, Messenger. Check die sociale media voortaan alleen nog via je laptop.

- Verwijder ook zo veel mogelijk nieuws-apps van je smartphone. Ze kosten best veel tijd en één nieuwsbron is vaak voldoende.

- Verwijder dat kleine rode cijfertje dat bij je mail-app verschijnt om te laten hoeveel ongelezen mails je nog hebt.

- Vul de loze momenten op een dag niet door meteen naar je smartphone te grijpen. Rust is goed voor je hersenen. Juist op dergelijke momenten verwerken die alle prikkels.

- Gebruik het laatste halfuur voor je gaat slapen zo min mogelijk moderne media. Dat is goed voor je brein. Die tijd kun je inzetten voor stille tijd, Bijbellezen, overdenking en gebed.

- Leg media tijdens stille tijd apart. Prikkels en invloeden van buiten leiden ons af tijdens stille tijd. Dat geldt zeker voor prikkels van moderne media.

- Voorkom bewusteloos mediagebruik: gebruik media doelgericht en zinvol.

- Stel Facebook- of Instagramloze periodes in, zodat je niet te veel waarde gaat hechten aan likes en reacties van anderen.

- Leg smartphones buiten beeld tijdens gezinsmomenten: tijdens het eten en het koffiedrinken.

- Maak er binnen het gezin een spel van wie het langst zonder zijn smartphone kan. En beloon de winnaar.