Lokaal kopen

Je kunt je euro’s maar één keer uitgeven. Dat is een feit. Een feit dat tot keuzestress kan leiden.

Geef je je geld uit aan dure merkproducten, of interesseren die je niet en koop je merkloze kleding, budgetpindakaas, schoenen bij de schoenendiscounter en shampoo bij de voordeeldrogist?

Geef je je geld uit aan kant-en-klaarvoedsel, of ben je ervan overtuigd dat dat vol e-nummers zit en er bovendien stiekem dingen in zitten die niet op het etiket staan? Dan maak je je eten vast graag zelf klaar en koop je zo veel mogelijk onbewerkt voedsel.

Geef je je geld uit aan nieuwe spullen, of schaf je van alles en nog wat tweedehands aan op Marktplaats, in de kringloopwinkel of op de rommelmarkt?

Geef je je geld uit zonder na te denken over mogelijke uitbuiting of dierenleed, of koop je fairtrade en dierproefvrij?

De laatste tijd hoor je steeds vaker van nog weer een nieuwe keuzemogelijkheid: koop je bij grote, anonieme grootwinkelbedrijven, of koop je lokaal?

De oproep om lokaal te kopen, geldt met name voor dorpsmensen, die zo aangespoord worden om kleine(re) midden­standers te steunen. Of, als het om voedsel gaat: levensmiddelen te kopen die in de buurt –lokaal dus– zijn geproduceerd.

Lokaal kopen betekent soms iets meer betalen. Daarentegen heeft het zo zijn voordelen. De lokale ondernemer biedt vaak meer service. Dat is ook wel logisch, want je kent hem en hij kent jou.

Een ander voordeel is de gemoedelijkheid die je vaak tegenkomt. Het praatje bijvoorbeeld. Maar ook als het je overkomt dat je met het schaamrood op de kaken met een lege portemonnee bij de kassa staat, of als bij het pinnen de limiet bereikt blijkt. Je loopt de kans dat de winkelier gul aanbiedt dat je morgen kunt komen betalen. Dat zal in een groot warenhuis in de stad onmogelijk zijn. Lokaal kopen betekent ook: de lokale economie steunen en zelfs meehelpen aan het creëren van banen in je dorp.

Lokaal kopen is ook milieu­vrien­delijk(er) kopen. Het scheelt je auto­kilometers en vaak scheelt het ook in verpakkingsmateriaal en transport­kosten. Dat is vooral zo als het om lokaal geproduceerd voedsel gaat.

Als laatste wil ik noemen dat de lokale ondernemer zich vaak onderscheidt door speciale producten. Je koopt bijvoorbeeld biologische groenten bij degene die ze zelf geteeld heeft. Of vlees rechtstreeks bij de boer die de koeien verzorgde. Of honing van de plaatselijke imker. En de allerlekkerste, ambachtelijk gemaakte kaas van de kaasboerderij. Het spreekwoord zegt: Wat je ver haalt is lekker. Maar ik houd het op: Wat je lokaal haalt is veel specialer.

Iedere euro kun je inderdaad maar één keer uitgeven. Maar daarom is het ook een verantwoordelijkheid hóé we die uitgeven. Lokaal kopen is zo gek nog niet.

Lokale ondernemers hebben het zwaar. Zéker nu je door internetshoppen met één muisklik net zo gemakkelijk iets koopt in Amerika als om de hoek. Laten we hen steunen.

Teunie Luijk is echtgenote en moeder en houdt de weblog eenvoudigleven.blogspot.com bij.