„Van Lodenstein eigenzinnig in melodiekeuze dichtbundel”

Prof. dr. A. de Reuver (r.). beeld RD
3

De nadere reformator Jodocus van Lodenstein was niet bekrompen bij het overnemen van melodieën voor zijn dichtbundel ”Uytspanningen”. De muziek die hij zelf componeerde, is echter alleen maar in eigen kring overgenomen.

Dat concludeerde prof. dr. E. Stronks zaterdag tijdens het najaarscongres van de Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR). De bijeenkomst in de Jakobikerk in Utrecht stond in het teken van Van Lodenstein (1620-1677).

Deze nadere reformator stond vanaf 1653 in Utrecht en heeft heel wat keren in de Jacobikerk gepreekt. Hij staat bekend als iemand die een van de wereld afgezonderd leven leidde en zich naast het preken bezighield met dichten. De bundel ”Uytspanningen” beleefde vele drukken, voor het laatst in 2005.

Prof. Stronks, hoogleraar vroegmoderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht, ging zaterdag in op die bundel. Ze concludeerde dat Van Lodenstein in de melodieën bij zijn gedichten niet wereldvreemd was. Integendeel, hij was op de hoogte van de muziek om hem heen en gebruikte zowel religieuze als wereldse melodieën. Hij wilde echter geen melodieën van soldatenliedjes of mythologische en erotische verzen overnemen. De nadere reformator koos bijvoorbeeld wel melodieën van redelijk onbekende Franse en Engelse componisten.

„Het bleek dat Van Lodenstein op de hoogte was van wat er aan muziek bestond en dat hij eigenzinnig in zijn keuze was”, aldus prof. Stronks. „Daarmee was de liedcultuur van Van Lodenstein rijker en internationaler dan de orgeldiscussie die in die tijd speelde.”

Prof. Stronks concludeerde ook dat de melodieën die Van Lodenstein zelf componeerde, alleen hergebruikt werden door geloofsgenoten als Jacob Groenewegen. „Misschien heeft Van Lodenstein toen muziek gecomponeerd die nog niet bestond”, veronderstelde ze. Er loopt nog een onderzoek, met behulp van data-invoer in computers, naar de melodieën uit de ”Uytspanningen”.

Prof. dr. M. A. Schenkeveld-van der Dussen vergeleek de muzikale prestaties van Van Lodenstein met die van de remonstrantse dichter Dirck Raphaelsz. Camphuysen (1586-1627). Deze schreef ”Stichtelijke Rijmen”, een bundel die in de zeventiende eeuw veertig drukken beleefde. Beide predikers dichtten over het belang van het christelijke leven. Voor Camphuysen was dat leven een middel om dichter bij God te komen, voor Van Lodenstein was het een uiting van dankbaarheid.

De emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht concludeerde dat het dichterlijk palet van Van Lodenstein veelzijdiger was dan dat van Camphuysen. De ”Uytspanningen” vertonen literaire vondsten met soms krasse beeldspraak, stelde ze. De ”Stichtelijke Rijmen” zijn eenvoudiger en waren vooral bedoeld om te onderwijzen.

Naast dichten had Van Lodenstein nog iets karakteristieks. In zijn openingswoord merkte prof. dr. W. J. op ’t Hof, voorzitter van de SSNR, op dat de Utrechtenaar zich van andere nadere reformatoren onderscheidde door zijn nadruk op de verborgen omgang met God.

Hier ging prof. dr. A. de Reuver in zijn toespraak ”Van Lodensteins mystieke theologie” verder op in. De emeritus hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland noemde Van Lodenstein een mystieke theoloog, die het ging om een diepere relatie met Christus. „De vereniging met Christus is bij hem de essentie van het geloof en niet een topervaring.”

De gerichtheid op Christus is volgens prof. De Reuver kenmerkend voor de mystiek van Van Lodenstein. „Aan Christus heeft Hij genoeg zonder ooit genoeg van Hem te krijgen. De mystiek van Van Lodenstein is geloofsmystiek die uit het Woord afkomstig én erop gericht is. Hij verlangde naar Gods gemeenschap. Het gaat om een heimwee dat kan omslaan in vreugde. Het hart zingt om wat ophanden is en zucht om wat nog voorhanden blijft. Er is sprake van een grote verwondering over God en een verloochening van zichzelf.”

Tweede deel Encyclopedie Nadere Reformatie

Tijdens het congres van de Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR) werden twee boeken gepresenteerd.

Het eerste was het tweede deel van de Encyclopedie Nadere Reformatie. Hiermee zijn de biografieën van nadere reformatoren voltooid. Later komen er nog twee thematisch geordende delen.

Prof. dr. W. J. op ’t Hof, voorzitter van de SSNR, bood prof. dr. A. de Reuver het eerste exemplaar aan. Hij noemde de emeritus hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland iemand die zich „zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor het onderzoek van de Nadere Reformatie, vooral op het gebied van de verborgen omgang met God.” Ook noemde hij met ere prof. dr. W. van ’t Spijker, „de nestor van het onderzoek van de Nadere Reformatie”, die niet aanwezig kon zijn in verband met de viering van zijn negentigste verjaardag.

Het tweede boek dat zaterdag werd gepresenteerd, is een studie over Hendrik Versteeg, uitgever van de boeken van Van Lodenstein. Het is geschreven door prof. Op ’t Hof en drs. F. W. Huisman. Prof. Op ’t Hof reikte het eerste exemplaar uit aan dr. W. Heijting, de vroegere conservator Oude Drukken van de Vrije Universiteit (VU in Amsterdam). Dr. Heijting heeft, aldus prof. Op ’t Hof, een grote bijdrage geleverd aan het naar de VU halen van oude drukken van stichtelijke boeken van nadere reformatoren. „De bibliotheek van de VU is nu de beste bron voor het onderzoek van de Nadere Reformatie.”

---

Lees ook in Digibron

Camphuysens liedboek - interview met prof. dr. Riet Schenkeveld-van der Dussen (Reformatorisch Dagblad, 26-11-2013)

Jodocus van Lodenstein - door ds. C. Vogelaar (De Saambinder, 22-05-2008)

Heruitgave Van Lodensteins ‘Uyt-spanningen’ : Geslaagdproject SSNR-werkgroep ‘Reformatie en literatuur’ (Protestants Nederland, 01-08-2005)

Lodenstein mag wereldmijdend zijn : Wetenschappelijke editie van de “Uyt-spanningen” vraagt bloemlezing als vervolg (Reformatorisch Dagblad, 13-05-2005)

Jodocus van Lodenstein : Een gereformeerde mysticus - door ds. J. Harteman (Terdege, 15-09-1999)

Een vrome ketter, Dirck Rafaelsz Camphuysen : De weg van het lijden voor een christen-dissident (Reformatorisch Dagblad, 17-01-1986)