Prof. Paul Wells: Luther stond in lijn van „latere” Augustinus en Paulus

Groepsfoto. beeld Gerrit van Dijk
4

Zonder Luther valt Calvijn niet te begrijpen en zonder Augustinus is Luther niet te verstaan. En om Augustinus goed te kunnen volgen, moet men de brieven van Paulus kennen. Dit betoogde dr. Paul Wells donderdag tijdens de Colloque Biblique Francophone.

Prof. Wells behandelde op de conferentie voor Franstalige protestanten in Sainte-Foy-Lès-Lyon het debat tussen Luther en Erasmus over de „vrije wil” of de „geknechte wil.” Prof. Wells is emeritus hoogleraar systematische theologie aan de Faculté Jean Calvin in het Franse Aix-en-Provence.

Volgens prof. Wells verschilden Erasmus en Luther omdat het Erasmus om wijsheid was te doen, terwijl het Luther om de heiligheid ging. De emeritus noemde het opvallend dat in de brieven van Erasmus de naam Christus ontbreekt. Zo kon Luther de Rotterdammer verwijten: „U bent niet vroom, Erasmus.”

Anders dan Luther kende Erasmus geen crises en geen angst, aldus prof. Wells. Als beschaafde humanist bedreef Erasmus de „theologie van de glorie”, terwijl Luther had bevonden dat de mens niet kan opkrabbelen tot de hemel. De gevallen mens is niet alleen beroofd van edele eigenschappen, maar heeft een zondige natuur.

Latere Augustinus

Volgens Wells wilde Luther niet alleen wat verkeerde voorstellingen corrigeren, maar het hele taalgebruik hervormen door terug te keren tot eenvoudige Bijbeltaal, van alle vreemde filosofische smetten vrij. Daarom wilde Luther de uitdrukking ”vrije wil” liever niet gebruiken. De tegenwerping dat Augustinus ook over een vrije wil spreekt, accepteerde hij niet. Luther maakte onderscheid tussen de ‘jonge’ en de ‘oudere’ Augustinus. In zijn strijd tegen Pelagius werd de ‘latere’ Augustinus veel nauwkeuriger in het gebruik van het begrip ”vrije wil”.

Luthers boek ”De geknechte wil” is volgens Wells doorspekt met Bijbelcitaten. Luther verwijt Erasmus: „Waarschijnlijk hebt u de Schrift niet met voldoende respect gelezen.”

Prof. Wells merkte op dat veel kerken met een gereformeerde belijdenis in de praktijk meer in de lijn van Erasmus staan dan in die van Luther. „Hoe vaak hoor je niet dat God de genade wil geven aan hen die willig zijn die te ontvangen?” De emeritus hoogleraar wees hier op de invloed van John Wesley en aanverwante arminiaanse, evangelische stromingen die het Luther niet nazeggen dat „geen mens van zichzelf kan geloven dat hij bij God geliefd is.”

Ds. Charles Nicolas, ziekenhuispastor in Alès, hield een lezing over ”De specifieke eigenschappen van een gereformeerd pastor”. Volgens ds. Nicolas hebben de inzichten uit de tijd van de Reformatie niets aan actualiteit ingeboet. Dat blijkt ook uit de klachten van de reformatoren. Ds. Nicolas citeerde Luther, die klaagde: „Bestraft een prediker concrete zonden, dan stuit dat op weerstand en moet de predikant rekenen op belastering en tegenspraak in de gemeente.”

Profielschets

Ds. Nicolas noemde de reformatorische opvatting dat iedere gelovige profeet is een belangrijke opvatting, die minstens zo kenmerkend is voor de Reformatie als de notie van de rechtvaardiging door het geloof. Anderzijds blijft naast dit algemene ambt het bijzondere ambt van herder en leraar bestaan. Dit publieke ambt verkrijgt bijzonder gezag omdat de ambtsdrager namens de christelijke gemeente optreedt.

De ziekenhuispastor signaleerde een spanningsveld tussen het gezag en de waardigheid van een ambtsdrager en zijn opdracht om nederig en vooral dienstbaar te zijn. Van de ambtsdrager wordt verwacht dat hij de waardigheid en het gezag van het ambt hooghoudt, in combinatie met een gestalte van nederige dienstbaarheid. Door de invloed van de verlichting werd de dominee een intellectueel en een goed gesalarieerde ”heer van stand” (”notable”). Momenteel dreigt volgens ds. Nicolas een afwijken van het Bijbelse model „als de voorganger wordt gezien als een betaalde kracht in dienst van de gemeente die moet voldoen aan vele eisen uit de profielschets.”