Ex-Jehova's getuige: Ik was volkomen gehersenspoeld

OSS – Ex Jehova’s getuige Wim de Goeij: „Men spreekt bij de Jehova’s getuigen wel over Bijbelstudies, maar ik heb pas later geleerd wat dat is, namelijk Schrift met Schrift vergelijken. Als je vroeg naar Bijbelstudies, gaf men je altijd boekjes.” Foto Erik van ’t Hullenaar Erik van ’t Hullenaar

Leerstellingen die niet kloppen, grote sociale druk en een doegeloof zonder geestelijke band met God. Wim de Goeij verbrak om die reden dertien jaar geleden de band met de Jehova’s getuigen. „Als je de zaken onderzoekt, is er geen houden meer aan en ga je uiteindelijk voor de bijl.”

Wim groeide op in het genootschap van de Jehova’s getuigen. „Het is een intensieve gemeenschap. Het hele leven speelde zich af in een klein kringetje. Ik was zestien toen ik mij liet dopen. Dat deed ik uit echte overtuiging. De meesten lieten zich dopen omdat het toch zo hoorde. Als je het niet deed, kwamen de ouderlingen vragen of het niet eens tijd was. Er is zo’n sociale druk, ook vaak niet uitgesproken, dat je dat wel deed.”

Na een periode van twijfel en vragen volgde de breuk met het genootschap. Reden was het onderzoek dat De Goeij deed naar de leerstellingen van het genootschap, vooral aangaande de verschillende voorspellingen van het einde der wereld en de beweringen over de groep van 144.000 ”gezalfden”.

De Goeij: „Er is een groep van 144.000 mensen, een soort elite waar je hoog tegen opkeek. Terwijl jij als gewone getuige maar een schamele hoop had, had deze groep zekerheid van behoud. Althans, dat was voor hen vooral een kwestie van voelen. Zij hadden een hemelse hoop, maar jij een aardse hoop, op een verblijf op de nieuwe aarde na armageddon.”

Het is echter vreemd dat dat getal van 144.000 al heel wat keren vol is geweest, aldus De Goeij. „Het wonderlijke is verder dat men dat getal heeft vergeestelijkt. Hetzelfde geldt voor de voorspellingen van het einde van de wereld. Het is je reinste onzin wat hierover beweerd is, maar niemand stelt hier kritische vragen over. Het pijnlijke is dat deze voorspellingen wel tot hét fundament van de Jehova’s getuigen behoren.”

De Bijbel geldt bij de Jehova’s getuigen niet als grondslag. „Ze hebben namelijk een aangepaste Bijbel, waar heel wat zaken uit verwijderd zijn die niet passen bij de leer van het Wachttorengenootschap. Dat was een van mijn schokkendste ervaringen: je hebt geen basis om met elkaar te praten, want je hebt het nergens over! In mijn Bijbel staat dat eenieder die gelooft in Christus het eeuwige leven ontvangt. In kringen van Jehova’s getuigen moet je getuige van Jehova zijn, én in de praktijk een volgeling van het Wachttorengenootschap, wil je gered worden en in aanmerking komen voor de opstanding.

Ban
De onkunde onder de Jehova’s getuigen is bijzonder groot, zegt De Goeij. „Ik dacht dat ze veel wisten, maar feitelijk is het heel weinig. Dat weinige wordt echter zo vaak herhaald en erin gedramd, dat je denkt dat je veel weet en dat je altijd gelijk hebt. Je bent echt gehersenspoeld.”

De Goeij schat dat tussen de 70 en de 80 procent van de Jehova’s getuigen twijfelt. „De helft gelooft er gewoon niet in, denk ik, maar als je dat publiekelijk uitspreekt, ben je zwak. Als je de zaken echter onderzoekt, is er geen houden meer aan en ga je uiteindelijk voor de bijl. Vooral de jongeren weten amper wat de leer van hun genootschap is. Als je hen kritische vragen stelt over de profetische voorspelling van de eindtijd, komen ze met antwoorden uit de boekjes. Maar als je het eerste argument weghaalt, stokt de machine.”

De Jehova’s getuigen zijn rigoureus in het toepassen van de ban. „Als je hun leer aantast, dan ga je er onherroepelijk uit. Of je slikt alles of je uit kritiek, maar dan word je er snel uitgegooid. Het is ook niet geoorloofd om lectuur te lezen die kritisch is over het genootschap.”

De gevolgen van de ban zijn dramatisch, zegt De Goeij. „Ik ben er nu dertien jaar uit, maar er zijn nog steeds mensen die mij niet groeten op straat. Familieleden zien elkaar niet, behalve op een begrafenis. Er is maar één weg terug: je kritiek terugnemen en volledig instemmen met de regels van het genootschap. Veel getuigen blijven dan ook, want ze zijn bang om hun familie en hun sociale contacten te verliezen.

De Goeij en zijn gezin werden gezien als „goddelozen”, „maar wij hadden gewoon de regels van het Wachttorengenootschap overtreden. Vervolgens zocht men enkele teksten uit de Bijbel. We werden niet uit Gods genade uitgesloten, maar uit het Wachttorengenootschap, waar je overigens nooit officieel lid van was geworden. Je was er wel in gedoopt, maar we droegen ons op aan Jehova, niet aan de organisatie. We waren gedoopt, maar we hadden nooit geweten lid te zijn van een specifieke organisatie. De regels werden boven het Woord gesteld. Ik kon mij ook niet op de Bijbel beroepen.”

Doegeloof
Het geloof van Jehova’s getuigen is een doegeloof, aldus De Goeij. „Je wordt er vooral op aangekeken wat je doet. Het is ook een vormgeloof. Mensen zitten er altijd netjes bij, in pak, maar wat er werkelijk in hen omgaat, kan wel iets heel anders zijn. Het is vaak een façade.”

Het verwachtingspatroon is dat je drie avonden per week voor het genootschap bezig bent. Op zondag de dienst, bestaande uit een lezing en „het op een infantiele manier bespreken van een artikel uit het tijdschrift De Wachttoren.” Dinsdag weer veel over het Wachttorengenootschap, en oefenen in het verkondigen van de boodschap. En op donderdag opnieuw een boekstudie. „Men heeft het wel over Bijbelstudies, maar ik heb pas later geleerd wat Bijbelstudie is, namelijk Schrift met Schrift vergelijken. Als je vroeg naar Bijbelstudies, gaf men je altijd boekjes.”

Getuigen worden geacht naast de wekelijkse bijeenkomsten ook langs de deuren te gaan. „Vrijwillig verplicht”, zegt De Goeij. „Als je het niet doet, word je erop aangekeken en beschuldigd van plichtsverzuim. Wij zouden toch het goede nieuws verbreiden? Je bent zwak als je het niet doet. En dan val je buiten de boot.”

De Goeij komt nog regelmatig ex-getuigen tegen. Zijn website www.wachttorenkijker.nl geeft informatie over ex-getuigen en de leer van de Jehova’s getuigen. Zijn uitgeverij Vlichthus Bijbelinformatie Oss geeft veel Bijbelstudiemateriaal uit.

Wim de Goeij en zijn gezin hebben zich niet meer bij een kerk aangesloten. „Als je eenmaal zo’n dramatische ervaring heb meegemaakt, doe je dat niet meer. Ik ben tot geloof gekomen en lid van de gemeente van Christus. Dat is voldoende. Als je bij elkaar komt, is dat prima, maar ik heb één ding afgesproken: Ik zal nooit meer iets klakkeloos accepteren. Ik heb beloofd dat ik, als ik ergens lid van word, mijn mond niet zal houden als ik denk dat er iets niet klopt. Dat weerhoudt me ervan mij ergens bij aan te sluiten.”