Ds. Brandsen: Ik doopte iemand twee dagen voor zijn overlijden

Ds. H. Brandsen, verpleeghuispastor in Sonnevanck in Harderwijk, gaat eind februari met emeritaat. beeld RD, Henk Visscher

Hij gaat met pijn in zijn hart met emeritaat. Geestelijk verzorger zijn in een verpleeghuis is voor ds. H. Brandsen (64) „de mooiste baan” die er bestaat. „Ik heb ooit iemand twee dagen voor zijn overlijden gedoopt op zijn kamer. Met zijn familie vierden we na afloop het heilig avondmaal. Dat zijn onvergetelijke momenten.”

Alle 170 bewoners van verpleeghuis Sonnevanck in Harderwijk kent ds. Brandsen persoonlijk. En dat is te merken als hij door de gangen loopt. Hier een groet, daar een praatje. „Dat is mevrouw De Vos, de enige die nog achter een rollator loopt. De anderen zitten in een rolstoel”, vertelt hij bij het passeren van een frêle dame die achter een looprek voortschuifelt.

Vol trots laat hij de kerkzaal zien. Een hoge, lichte ruimte met een bordeauxrode linoleumvloer en een glazen pui die uitzicht biedt op de bosrand. „In het voorjaar zien we hier weleens een hert of een ree.”

Zondagochtend staat het hier vol met rolstoelen en bedden. Zo’n 90 procent van de bewoners bezoekt de kerkdiensten, samen met familie of vrijwilligers. In totaal zo’n 250 man. En dat aantal groeit nog steeds. „Mensen, ook van buitenaf, voelen zich hier thuis”, verklaart ds. Brandsen. „Kerkelijke afkomst en woonplaats spelen geen rol. Wij zijn een warme gemeenschap.”

Pastor of predikant noemt ds. Brandsen zichzelf niet. „Dat roept te veel associaties op met de kerk en kan mensen afstoten. Ik ben aangesteld als geestelijk verzorger en wil er voor iedereen zijn: gelovig of niet. Als er een vertrouwensband ontstaat, krijg ik vroeg of laat vanzelf de vraag naar mijn identiteit.”

De geestelijk verzorger bezoekt alle bewoners en gaat eens in de veertien dagen voor in de kerkdiensten. Ter voorbereiding houdt hij om de week een Bijbelgesprekskring met ouderen. Daarin behandelt hij het hoofdstuk uit de Bijbel waarover hij ’s zondags preekt. „Ik vraag hun welke rol het gedeelte in hun leven speelt, welke vragen ze erover hebben en welke liederen ze erbij willen zingen. Twee derde van de liturgie vul ik zo in.”

Vragen over het levenseinde, de dood en de eeuwige bestemming spelen vaak een rol in de gesprekken. „Dat geldt voor zowel gelovigen als ongelovigen. Ieder mens zit vast aan deze aarde: aan zijn familie, zijn huis, zijn spullen. Het vraagt om geloof en overgave om dat los te kunnen laten.”

Wat waren hoogtepunten voor u in de afgelopen zeventien jaar?

„Het leiden van de kerkdiensten was mijn grootste vreugde. Daar ontmoet het Woord van God de levens van mensen. Dat Woord doet, ondanks dat het 2000 jaar oud is, nog steeds kracht. Dat merk ik in het bijzonder tijdens de avondmaalsbedieningen. Bewoners die verzonken zijn in hun eigen gedachtewereld, ontvangen met blijdschap het brood en de wijn. Eén vrouw, ze is inmiddels overleden, riep altijd luidkeels: „Dank u wel, Heere Jezus!” Dan dacht ik: die heeft het werkelijk begrepen.

Ook blijft het bijzonder als je bewoners met geestelijke vragen de weg mag wijzen. Mensen die afscheid namen van het christelijke geloof, maar daarmee vastlopen en zeggen: „Ik heb alles gedaan wat verboden was. Ik kan nu niet meer bij God aankomen.” Ik vertel hun dat ze mogen opstaan en tot hun Vader gaan. Hij staat op hen te wachten.

Een jaar geleden heb ik iemand, twee dagen voor zijn overlijden, gedoopt op zijn kamer. Hij wilde zich tijdens een kerkdienst laten dopen, maar zijn gezondheid ging zo hard achteruit dat dat niet meer mogelijk was. Met zijn familie vierden we na afloop het heilig avondmaal. Onvergetelijk.”

Moet de bediening van de sacramenten niet plaatsvinden in een kerkelijke gemeente, onder ambtelijk toezicht?

„Kerkordelijk is het toegestaan om als predikant in een verpleeghuis de doop of het avondmaal te bedienen. Mits er twee ambtsdragers bij zijn. Er gaan daarom altijd een ouderling en een diaken van de hervormde Bethelkerk, waaraan ik verbonden ben, met mij mee. Ook tijdens de reguliere avondmaalszondagen is er ambtelijk toezicht vanuit een van de kerken uit de regio.”

Welke aspecten van uw werk vindt u het moeilijkst?

„Het overlijden van jonge mensen in de hospice. Met name als ze een opgroeiend gezin achterlaten. Daar zijn geen woorden voor. Soms krijg ik de vraag: „Waarom doet God dat nou?” Dat weet ik niet. Ik heb zelf een zusje verloren en heb daar ook geen antwoord op. Het is een wond die aan beide kanten uitpuilt en het voelt goedkoop om daar een pleister op te plakken. In zo’n situatie moet je vastgehouden worden.”

U hebt veel te maken met lijden, neergang, de dood. Wordt u daar niet mismoedig van?

„Het is schrijnend om de aftakeling van mensen te zien. Toch is een verpleeghuis niet alleen een plek van ellende en narigheid. Ik kom er ook veel hoop en blijdschap tegen. Hoop op een betere toekomst. Blijdschap omdat God erbij is in moeilijke tijden.

Een man, die al vijftig jaar niet naar de kerk was geweest, riep mij bij zich op zijn sterfbed. Ik had veel gesprekken over het geloof met hem gevoerd. Hij stond daar de laatste tijd niet onverschillig tegenover. Hij was erg benauwd en ik dacht: „Nu zegt hij vast: „Kijk, dit is nu jouw God.” Maar nee, hij fluisterde: „Ik kan dit nog wel even volhouden, want ik weet waar ik naartoe ga.” Op zulke momenten ervaar ik: dit is heilige grond.”

In hoeverre heeft dit werk u veranderd?

„Mijn geloof heeft zich verdiept. Het gros van de bewoners heeft een groot vertrouwen in hun Vader in de hemel. Ook al begrijpen ze God niet, toch willen ze Hem volgen. Dat kinderlijke geloof raakt me en houdt me keer op keer een spiegel voor.”

Het gros?

„Ja, dat durf ik gerust te zeggen. De meeste bewoners kennen God als een Vader Die hen genadig is in Jezus. Dat komt het meest tot uiting als ze op hun sterfbed liggen. Bewoners liggen rustig te wachten op hun einde of zingen: „Maar, blij vooruitzicht dat mij streelt.” Na hun overlijden denk ik dan: die is Thuis. Dat voel ik gewoon.”

Krijgt u weleens te maken met mensen die het leven niet meer zien zitten, die euthanasie willen?

„Sommige bewoners komen binnen met een levenseindeverklaring. Daar zit vaak angst voor benauwdheid en pijn achter. Door goede palliatieve zorg te bieden hopen wij dat iemand zijn wens intrekt. In principe werkt Sonnevanck niet mee aan euthanasie, hoewel de deur in de laatste zorgvisie wel op een kier is gezet.

Euthanasie is voor mij een brug te ver, maar ik laat bewoners daar niet om vallen. Ik investeer in het contact en blijf in hen geïnteresseerd. Hun gedachten mogen er zijn. Het ergste is als iemand over zijn diepste gevoelens wil praten, maar er niemand wil luisteren.”

Sonnevanck zet de deur op een kier voor euthanasie. Hoe protestants-christelijk is het verpleeghuis nog?

„Van de bewoners is nog zeker minstens driekwart kerkelijk meelevend. Van het personeel en het management geldt dat voor een veel kleiner percentage. Vroeger moest je lid zijn van een kerk als je in Sonnevanck wilde werken. Later was alleen het respecteren van de grondslag voldoende. Nu geldt die eis zelfs niet meer.

Dat heeft geen invloed op de liefde van de meiden voor de bewoners, maar is wel merkbaar aan hun kennis. Wat Pasen, Pinksteren en Hemelvaart betekenen, weten de meesten niet meer. Daarom geef ik daar de laatste jaren uitleg over in een bijeenkomst voor het personeel.

Ik vroeg een verzorgende eens een lijstje met namen van bewoners die het avondmaal op hun kamer wilden vieren. Kreeg ik een lijst met twintig namen. Ze dacht dat het om het avondeten ging.”

Wat was uw belangrijkste boodschap aan bewoners?

„Jezus Christus en Dien gekruisigd. Natuurlijk moeten Wet en Evangelie in balans zijn. Maar als mijn preek van twaalf minuten voor driekwart over zonde zou gaan, dan hield ik het niet vol. De zonde benoem ik, maar de reddende genade van God staat bij mij centraal. De bewoners staan allemaal met één been in het graf. Jaarlijks overlijdt de helft. Daarom benadruk ik dat ze welkom zijn bij God. Wat er ook is gebeurd in hun leven.”

Hoeveel ruimte is er voor die boodschap?

„Bewoners hebben behoefte aan het Evangelie. En blijkbaar zijn er meer die dit graag willen horen, want het bezoekersaantal van de diensten groeit. Familieleden van overleden bewoners blijven komen. Een dochter die op haar zestiende afscheid nam van de kerk, gaat hier weer naar de dienst.

Ik kan daar geen menselijke verklaring voor geven. Twee dames van de Bijbelgesprekskring zeiden: „Het is de Geest Die waait.” Zo ervaar ik dat ook.”

Wat gaat u hierna doen?

„Ik hoop pastoraat te verlenen aan verstandelijk gehandicapte bewoners van wooncentrum ’t Schild in Harderwijk. Voor de hervormde gemeente Hierden ga ik één dag per week ouderen bezoeken.

Verder hoop ik meer tijd te hebben voor uitjes met mijn vrouw en voor mijn hobby’s filosofie en hardlopen.”

---

De rubriek Kerkbreed belicht actuele gebeurtenissen in het kerkelijk leven, zoals een congres, het jubileum van een organisatie of de verschijning van een theologisch werk. Vandaag ds. H. Brandsen, predikant in verpleeghuis Sonnevanck in Harderwijk en zorgcentra Elim en De Schauw in Putten. Hij gaat deze maand met emeritaat.

---

Ds. H. Brandsen

H. (Harry) Brandsen werd op 13 mei 1953 geboren in Harderwijk. In 1973 ging hij naar de militaire academie in Breda. Nadat hij tien jaar als beroepsofficier in de krijgsmacht werkte, ging hij op 33-jarige leeftijd in Utrecht theologie studeren.

Na zijn studie, die voor een deel werd bekostigd door de Gereformeerde Bond, diende hij als parttimepredikant de hervormde gemeente in het Overijsselse Welsum. Nadat hij erop was geattendeerd dat er in Almere en Lelystad nieuwe gevangenissen werden gebouwd, solliciteerde ds. Brandsen naar de functie van geestelijk verzorger.

In 1998 werd hij predikant in verpleeghuis Sonnevanck in Harderwijk. Aanvankelijk parttime, sinds 2000 fulltime. Later kwamen daar zorgcentra Elim en De Schauw in Putten bij.

Zondag houdt ds. Brandsen een afscheidsdienst voor de bewoners van Elim en De Schauw in Putten. Volgende week zondag preekt hij afscheid in Sonnevanck in Harderwijk. Hij wordt opgevolgd door twee parttimers.

Lees ook in Digibron:

Een omarmer van de bewoners : Verpleeghuispastor ds. H. Brandsen spreekt voor hervormde emeriti (Reformatorisch Dagblad, 03-03-2016)

Voor mensen in ballingschap : Verpleeghuispredikant ds. Brandsen: Er zijn is voor mij altijd religieus geladen (Reformatorisch Dagblad, 10-08-1999)

Koffie en een preek van zeven minuten : Gevangenispredikant ds. H. Brandsen: ,,De moordenaar aan het kruis had geen naam; hij staat voor ons allen” (Reformatorisch Dagblad, 28-06-1996)

Bevestiging en intrede cand. H. Bransen tot predikant voor bijzondere werkzaamheden (geestelijk verzorger van het prot. chr. zorgcentrum ‘’Weideheem’’ part time) te Harderwijk (De Waarheidsvriend, 24-06-1993)