De andere realiteit van Maarten ’t Hart

Stilleven met mispels. beeld Annelies 't Hart.
7

Op een warme dag een oud kerkgebouw binnenstappen kan een verademing zijn. De koele lucht in de kerk is iets waaraan geen airco kan tippen. Deze verkoelende sfeer brengt kunstenaar Maarten ’t Hart heel trefzeker over in zijn schilderijen.

Een selectie uit het werk van Maarten ’t Hart, overigens niet te verwarren met de gelijknamige auteur, is te bezichtigen in het stadsmuseum van Harderwijk. In de tentoonstelling, met als titel ”Maarten ’t Hart en de kunst van het kijken”, is een overzichtelijk indeling gemaakt. De kerkinterieurs hangen bij elkaar, evenals de landschappen. Aparte onderdelen vormen ook de vroege werken, de tekeningen in rood krijt en die in gewassen inkt.

Afgebakende vlakken op de muur, elk in een andere kleur, versterken de samenhang binnen de groepen schilderijen en tekeningen. De gedempte kleuren die voor de muren gebruikt zijn, sluiten mooi aan bij de hoofdkleuren van de schilderijen. Zo hangen de landschappen tegen een olijfgroene achtergrond, terwijl de kerkinterieurs tegen een grijsblauwe achtergrond gegroepeerd zijn. Bijzonder is dat Maarten ’t Hart zelf de lijsten van de kunstwerken in bijpassende kleuren heeft geschilderd. Het typeert het perfectionisme van de kunstenaar.

Behalve met olieverf werkt ’t Hart ter afwisseling met gewassen inkt en rood krijt. Het gebruik van deze materialen vereist bijzondere kennis en vakmanschap, juist omdat deze technieken tegenwoordig bijna niet meer worden toegepast.

Bekende kunstenaars als Leonardo da Vinci en Rembrandt werkten met rood krijt. In de 18e eeuw beleefde deze techniek haar hoogtepunt. Tegenwoordig is rood krijt een stuk minder gangbaar: Maarten ’t Hart is een van de weinige Nederlandse kunstenaars die het nog gebruiken.

Mislukken

Ook met gewassen inkt wordt tegenwoordig bijna niet meer gewerkt. Dat is een tijdrovend en ingewikkeld procedé waarbij alle witte vlakken uitgespaard moeten worden en de voorstelling laag voor laag wordt opgebouwd. Het risico op mislukken is hierdoor erg groot.

Kunstenaars zoals Rembrandt en Dürer gebruikten deze techniek meestal om een eerste schets voor een schilderij te maken. Bij Maarten ’t Hart vormen de tekeningen in gewassen inkt echter zelfstandige kunstwerken. Zijn gedetailleerde manier van werken dwingt des te meer bewondering af. Terecht merkt een van de bezoekers op dat de tekeningen in gewassen inkt wel foto’s lijken.

Geen mensen

Hoewel de kunstwerken van ’t Hart op het eerste gezicht heel realistisch lijken, valt bij nadere beschouwing op dat er nergens een levend wezen te bekennen is. De nadruk ligt volledig op de architectuur. Slechts hier en daar herinnert een achtergelaten aktetas op een station of een lege handkar aan menselijke aanwezigheid. Maar juist dat versterkt het vervreemdende effect van de kunstwerken.

Bij de kerkinterieurs zorgt de precieze weergave van de lichtval en de bijbehorende reflectie op de stenen vloeren voor een serene sfeer, die de kijker uittilt boven de chaos van het alledaagse leven.

In de tentoonstelling heeft ook een aantal tekeningen van ’t Harts vrouw Annelies een plekje gekregen. Haar eveneens fotorealistische werk bestaat voornamelijk uit stillevens en bloemcomposities. Inspiratie haalt zij met name uit de eigen tuin.

Maarten ’t Hart

Maarten ’t Hart (1950) werd in Amersfoort geboren. Zijn vader had een tent- en zeilmakerij, waar Maarten na zijn middelbareschooltijd een aantal jaren werkte. Zijn hart lag echter bij de kunst. Hij besloot daarom naar de kunstacademie te gaan. Daar leerde hij al snel dat abstracte kunst niet de kant was die hij op wilde gaan. ’t Hart wilde dingen op een fotorealistische manier weergeven.

Zijn passie voor kerkinterieurs ontwikkelde hij tijdens reizen met zijn broer Gerrit, die organist was. In de kerken die ze bezochten speelde Gerrit op het orgel terwijl Maarten het interieur tekende. Met technische precisie geeft de kunstenaar in zijn kerkinterieurs elk barstje in de tegels en elke verkleuring op de pilaren weer.

Om kerkinterieurs te kunnen schilderen zoekt ’t Hart naar het tijdstip met de mooiste lichtval. Omdat dat gouden moment maar heel kort duurt, noteert de kunstenaar op zijn potloodschets de verschillende lichtsterktes en -kleuren. In zijn atelier werkt hij deze schets vervolgens uit.

Veel aandacht besteedt ’t Hart aan de compositie van zijn kunstwerken. Hij zoekt naar een plek die zicht geeft op een spannend contrast of een mooie doorkijk. Als hij dat nodig vindt, voegt hij gerust elementen toe of laat hij dingen weg.

Deze gecontroleerde werkwijze lijkt bij Maarten ’t Hart te overheersen. Hij is de baas over zijn werk, de baas over de materialen.

’t Hart woont en werkt al ruim dertig jaar samen met zijn vrouw Annelies in Avereest (Overijssel), op een boerderij midden in de natuur. Zij is ook kunstenaar.

Annelies ’t Hart