Anderhalve eeuw Ridderkerkse jeugdvereniging Obadja

Drie generaties Obadja: v.l.n.r. Martin Schouten (89), Erwin Hout (43) en Marlies Mijnders (20). beeld Cees van der Wal
4

De eerste is Obadja niet, mogelijk wel de oudste nog functionerende christelijke jeugdvereniging. Het uit de leden verkozen bestuur wordt gecoacht door een adviserend hoofdbestuur, zoals vastgelegd in de statuten van 1867. „De invulling van de vergaderingen is al 150 jaar vrijwel hetzelfde.”

Gedrieën zijn ze naar de eeuwenoude Singelkerk gekomen, in het hartje van Ridderkerk. Aanleiding is het 150-jarig bestaan van jeugdvereniging Obadja. In de jonge jaren van Martin Schouten (89) was het een jongelingsvereniging. De oorlog maakte het hem onmogelijk om zich daar als 16-jarige bij aan te sluiten. „Het gebouw van Obadja was in beslag genomen door de Duitsers. Ik ben pas lid geworden in het najaar van 1945, op aandringen van een oom. Die was conciërge van Obadja.”

Wat hij zich vooral herinnert, is de angst op een dag te worden gevraagd voor het maken van een inleiding. En het bezoek aan de toogdag van de Nederlands Hervormde Jongelingsverenigingen op gereformeerde grondslag, in gebouw Tivoli in Utrecht. Een ouderling ging mee om de orde te bewaren. „Op de terugweg was er een stop tussen Delft en Rotterdam, voor het nuttigen van een glas limonade in een verbouwde boerderij. Dat was het hoogtepunt van de dag.” Voorzitter in die jaren was Arie van ’t Zelfde. Van het hoofdbestuur herinnert de voormalige landmeter zich alleen Van der Waal en Van der Duyn Schouten, „bekende namen in hervormd Ridderkerk.” Een bestuursfunctie was voor Martin niet weggelegd. „Dat was iets voor de slimmeriken, die mulo hadden.”

Decennium na decennium hield Obadja vast aan de in 1867 vastgestelde statuten. Zo vergadert de vereniging nog steeds na de zondagse morgendienst. Ook de combinatie van een uit de leden verkozen bestuur, gesteund door een adviserend hoofdbestuur, houdt tot de huidige dag stand. De meeste hoofdbestuursleden waren in hun jonge jaren lid of bestuurslid van Obadja.

Liedbundel

Erwin Hout (43) belandde in 1995 in het bestuur. De nek-aan-nekrace met zijn vriend Gerard van der Waal voor het voorzitterschap, anderhalf jaar eerder, kwam onverwacht ten einde. „Door een ongelukkige val brak ik in die periode mijn nek. Na mijn revalidatie ben ik tweede voorzitter geworden.” Obadja had in die tijd 85 leden, een ongekend hoog aantal. De verhouding met het hoofdbestuur was doorgaans gemoedelijk, soms ietwat gespannen. „In mijn tijd is er een eigen liedbundel ontwikkeld. Over een aantal teksten werd stevig gediscussieerd. Intussen is de bundel vervangen door ”Op toonhoogte”, maar in overeenstemming met de statuten wordt er aan het begin van de vergadering nog altijd een psalm gezongen.”

Voor de marketingdirecteur van BIS, leverancier van audiovisuele oplossingen, had Obadja een sterk vormende betekenis. „Ik behoorde tot de groep die regelmatig een inleiding hield. Dat verplicht je tot Bijbelstudie of het bestuderen van een maatschappelijk of ethisch onderwerp. Je leerde er ook organiseren. Zo hebben we een actie opgezet voor Sami Yacoub, eigenaar van een christelijke uitgeverij in Egypte.”

De Ridderkerkse jeugdvereniging kende in die tijd een reformatorische en een wat meer evangelische vleugel. „Vooral de volwassendoop en de uitleg van Romeinen 7 en Galaten 3 leverden pittige debatten op, maar nooit in een vijandige sfeer.” De gehandicapte Ridderkerker hield aan de jeugdvereniging een aantal blijvende vrienden over. „Vier van hen maken deel uit van de mantelzorgers die me om beurten ’s avonds op bed komen leggen. Dat doen ze intussen meer dan twintig jaar.”

Levenservaring

Marlies Mijnders (20) was een jaar secretaresse en een jaar voorzitter van Obadja. „De tweede vrouwelijke voorzitter in onze historie.” Nu participeert ze weer als gewoon lid. De opzet van de vergaderingen blijft klassiek. „Alles gebeurt volgens het beroemde en beruchte statutenboekje”, lacht de pabostudente. „Na de inleiding bespreken we in groepjes de vragen. Aansluitend gebeurt dat plenair.” De meest revolutionaire verschuiving is dat de vereniging nu eens in de paar maanden na de avonddienst vergadert, een vergadering waarin er ook ruimte is voor een spel, en zo nu en dan een externe spreker vraagt.

In het huidige hoofdbestuur hebben twee ouderlingen zitting, onder wie de jeugdouderling van de Singelkerkgemeente. De oud-voorzitster ervoer de aanwezigheid van een hoofdbestuurslid tijdens de vergaderingen, naar statutair voorschrift, nimmer als storend. „Integendeel. Vooral bij de plenaire discussies is het fijn als iemand vanuit een grotere kennis en levenservaring kan spreken.”

Het unieke van Obadja ligt voor Erwin Hout in de leeftijd van de vereniging, de combinatie van een bestuur en een hoofdbestuur en de continuïteit. „De invulling van de vergaderingen is al 150 jaar vrijwel hetzelfde. In vergelijking met de begintijd werden we zelfs wat traditioneler. Opvallend is ook dat deze club heel wat predikanten heeft opgeleverd: ds. J. den Hoed, A. Belder, Piet Krijgsman, Arjan Plaisier, Leo van Rikxoort, Gerrit van Wijk, Dick de Wit, Leo de Wit, Paul Blom, Johan Sparreboom, Jan-Willem Guis… Andere jv-leden werden actief in de politiek. Leen van der Waal en Bas Belder hebben zelfs het Europees Parlement gehaald. Jan van der Graaf heeft veel voor de kerk betekend.”

„Het mooiste vind ik dat we iedereen nodig hebben, ongeacht niveau en opleiding”, vult Marlies Mijnders aan. „Voor Bijbelstudie, het bedenken van leuke activiteiten, de organisatie van het jaarlijkse jv-weekend. Met elkaar maken we de jv. Dat is onze kracht.”

Eene gepaste ontspanning

Bijna tachtig hervormde Ridderkerkers hebben zich op donderdagavond 21 februari 1867 verzameld voor de officiële oprichting van een christelijke jongelingsvereniging. Plaats van samenkomst is het lokaal van de vereniging ”Laat de kinderkens tot mij komen”. Ds. J. G. Verhoeff, een van de initiatiefnemers, leidt de bijeenkomst. De notulen van de vergadering openen met de monumentale zin: „Eenige leden der Gemeente Ridderkerk op het denkbeeld gekomen zijnde, en wenschende in deze Gemeente op te rigten eene Jongelings-Vereeniging, met het doel om aan Jongelieden van een zekeren leeftijd de gelegenheid te schenken, om een of meer avonden in de week, op eene nuttige en aangename wijze, eene gepaste ontspanning te kunnen genieten, maakten dit hun voornemen en doel aan de Gemeente bekend, onder oproeping van de jongelingen, welke tot zulk eene Vereeniging wilden medewerken, om gebruik te maken van eene gelegenheid, welke zoude worden gegeven, om zich bij bovenbedoelde Gemeenteleden aan te melden.”

Het kan bondiger, maar de bedoeling is helder. De desbetreffende leden der gemeente hebben zichzelf uitgeroepen tot hoofdbestuur, met ds. J. G. Verhoeff als voorzitter. Daaronder is een bestuur van jongelingen gevormd, dat invulling gaat geven aan de avonden. De jongelingsvereniging krijgt de naam Obadja. Dezelfde avond houden twee bestuursleden al een korte inleiding, over ”De gevaren der jeugd” en ”Beproeving en vertrouwen”. Na het zingen van gezang 98 eindigt hoofdbestuurslid J. ten Zijthoff de eerste samenkomst met gebed.

Ondanks de nauwe band met de hervormde gemeente Ridderkerk is Obadja formeel zelfstandig. De vergaderingen worden gehouden in een lokaal van de christelijke school aan de Kerkweg. Hoewel de opkomst soms miserabel is, gaan bestuur en hoofdbestuur moedig voort. Ze zoeken steun bij andere jongelingsverenigingen in de streek, zoals Theologus te Bolnes en Psalm 121 vers 2 in Zuidland. Voor de feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan worden afgevaardigden van niet minder dan 24 verenigingen uitgenodigd. Een meisje dat de jubileumbijeenkomst wil bijwonen, krijgt te horen dat ze niet welkom is.

In de begintijd houdt de jongelingsvereniging zich niet alleen bezig met bezinning op Bijbelse en maatschappelijke onderwerpen. Obadja organiseert ook een declamatieconcours en op 14 november 1912 een bioscoopavond. Het hoofdbestuur ligt meer dan eens in de clinch met het progressievere bestuur. En dan zijn er de leden, vaak van jeugdige leeftijd, die de orde verstoren. Of oudere leden die niet komen opdagen terwijl ze een inleiding zouden verzorgen. De grote meerderheid is tot verdriet van het bestuur zwijgend en durft zelfs geen vraag te stellen.

Voor de realisatie van een clubgebouw wordt het Eigen Lokaalfonds opgericht. Obadja heeft zich intussen aangesloten bij het Nederlands Jongelings Verbond, maar neemt daar in 1926 weer afstand van, wat tot heftige interne beroering leidt. Het jaar daarna verbinden de Ridderkerkse jongelingen zich aan de Nederlands Hervormde Jongelingsverenigingen op gereformeerde grondslag. In 1929 krijgt Obadja het begeerde eigen verenigingsgebouw. De kerkvoogdij neemt de hypotheek voor het ontbrekende bedrag op zich. In de oorlogsjaren is het ook voor de jongelingsvereniging improviseren, vanwege de beperkende maatregelen door de bezetter. Na de Bevrijding bloeit het verenigingsleven weer op. Het jaar 1951 gaat de annalen in als een bijzonder jaar. Dan vergadert Obadja voor het eerst met meisjesvereniging Esther. Toch zal het nog achttien jaar duren eer de fusie een feit is. Eerst leven er binnen Esther grote bezwaren, later ligt het hoofdbestuur van Obadja dwars.

Vanaf 1970 is er sprake van professionalisering. De leiding van de vergaderingen wordt strakker, de notulering zakelijker. Tegelijk nemen de inhoudelijke verschillen toe. Aanhangers en tegenstanders van de evolutietheorie bestrijden elkaar „op een vreselijke wijze.” Het behoudende kamp krijgt uiteindelijk de overhand. Op initiatief van Dick de Wit komt er zelfs een Calvijnkring, die later weer ter ziele gaat. Naast de zondagse vergaderingen gaat Obadja doordeweekse activiteiten organiseren: sportief en bezinnend. In 1974 draagt de Ridderkerkse jv, na stemming in de kerkenraad, het verouderde verenigingsgebouw voor het symbolische bedrag van een gulden over aan de kerkvoogdij. Die besluit tot sloop en nieuwbouw, symbool van een nieuwe fase in de historie van de jeugdvereniging. Het doel blijft gelijk: de vorming van christelijke jongeren. Nu onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad.

Prangende vragen uit de oude doos

Mag een jongeling deelnemen aan de politieke strijd van onze dagen?

Mag en kan een Christelijke Jongelingsvereniging zo bestaan of er geen kerk ware?

Wat kunnen we doen ter bestrijding van het drankmisbruik in onze gemeente?

Waarom worden in de Hervormde Kerk alhier geen gezangen gezongen?

Mag een lid van de vereniging tijdens het kroningsfeest meedoen met zaklopen?

Is het geoorloofd een bliksemafleider op het huis te zetten?

Jubileumbijeenkomst

Ter gelegenheid van het 150 jarig-bestaan van Obadja wordt er op 11 maart in gebouw Obadja aan de Schepenstraat 4 in Ridderkerk van 13.00 tot 19.00 uur een jubileumbijeenkomst gehouden. Van 14.30 tot 16.30 is er in de Singelkerk een jubileumdienst. Sprekers zijn de oud-leden ds. P. J. Krijgsman en dr. ir. J. van der Graaf. Een aantal jv-leden uit de jaren 60 zal een voordracht van toen herhalen. Ook zal er een glossy worden gepresenteerd. Belangstellenden voor de bijeenkomst kunnen zich aanmelden via cjv150jubileum@gmail.com, ook wanneer alleen de dienst wordt bezocht.