Jonathan Israel: Spinoza verklaarde de oorlog aan theologen

AMSTERDAM – Spinoza verklaarde de oorlog aan de theologie en veroorzaakte zo een gezagscrisis die uiteindelijk uitmondde in de Franse Revolutie. Dat betoogde de Amerikaanse historicus Jonathan Israel vrijdagavond tijdens een lezing over Spinoza’s Bijbelkritiek.

AMSTERDAM – Spinoza verklaarde de theologie de oorlog en veroorzaakte zo een gezagscrisis die uiteindelijk uitmondde in de Franse Revolutie. Dat betoogde de Amerikaanse historicus Jonathan Israel vrijdagavond tijdens een lezing over Spinoza’s Bijbelkritiek.

Het optreden van Israel maakte deel uit van een driedaagse conferentie over Bijbelkritiek in de gouden eeuw, georganiseerd door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen) en het Descartes Centrum (van de Universiteit Utrecht).

De publiekslezingen op vrijdagavond –behalve Jonathan Israel kwam ook de al even befaamde Amerikaanse historicus Anthony Grafton aan het woord– stonden beide in het teken van Spinoza en de rol die hij speelde in een steeds verder voortschrijdend proces van ondermijning van het gezag van de Schrift.

De belangstelling was groot: vergrijsde hoogleraren naast aankomende onderzoekers, vertegenwoordigers van joodse en christelijke instellingen naast eigentijdse religiecritici. De zaal bleek zelfs te klein voor de talrijke geïnteresseerden, die daarom de lezingen via internet moesten volgen. Religie, gezag, godsdienst- en gewetensvrijheid, kerk en theologie, het zijn thema’s die in de wetenschappelijke wereld kennelijk op grote belangstelling kunnen rekenen.

Israel, die bekendstaat als bewonderaar van Spinoza en diens ideeën, vertelde het verhaal dat hij al jaren vertelt: Spinoza was een uitzonderlijk groot filosoof, die helemaal alleen de strijd aanbond tegen de macht van de kerk en de theologen. Zijn ideeën vormden een volledige breuk met voorgaande tijden, hij legde als eerste een wereldbeschouwing neer die volledig loskwam van kerkelijk en goddelijk gezag en daarmee startte een nieuw tijdperk van verlichting.

Opmerkelijk was het directe verband dat Israel tussen Spinoza’s ideeën en de Franse Revolutie wist te leggen: „Het is

het omverwerpen van alle

autoriteit, van alle instituties, structuren en systemen, dat de Franse Revolutie anders maakt dan alle andere revoluties. Zoiets kan alleen als er een revolutionaire filosofische verschuiving aan voorafgegaan is.”

Volgens Israel is Spinoza verantwoordelijk voor deze totale verandering in levensbeschouwing, doordat hij de goddelijke voorzienigheid wist te verwijderen uit het gangbare wereldbeeld. „Pas als je het idee hebt dat er geen goddelijke bedoeling is, geen goddelijke orde, geen goddelijke straf – dan wordt de totale revolutie mogelijk. Dan ga je denken: waarom zijn gewone mensen minder dan aristocraten, waarom bestaat er slavernij, waarom hebben mannen meer te zeggen dan vrouwen?

De achttiende-eeuwse christelijke apologeten hadden zéker gelijk toen ze Spinoza als voornaamste tegenstander uitkozen, als degene die het hele proces van de omverwerping van autoriteit op gang bracht. De vraag is of religieuze autoriteit, dankzij Gods voorzienigheid, bestaat. Dat is de cruciale sprong in het denken van de zeventiende en de achttiende eeuw.”

Traditie en vernieuwing

Niet alle toehoorders konden die sprong helemaal meemaken. Volgens de Utrechtse hoogleraar Herman Philipse verwierp Spinoza geenszins alle religieuze autoriteit: „Hij verving de Bijbelse theologie alleen maar door de natuurlijke theologie.” Theo Verbeek, emeritus hoogleraar uit Utrecht, was er evenmin van overtuigd dat Spinoza álle autoriteit wilde omverwerpen: „In de context van de Nederlandse Republiek, waar Spinoza leefde, zou het afbreken van religieuze autoriteit juist leiden tot het versterken van politieke autoriteit.”

Waar Israel Spinoza presenteerde als iemand met totaal nieuwe ideeën die de hele maatschappij vernieuwt, dankzij zijn historische manier van Bijbellezen, benadrukte Anthony Grafton juist hoezeer Spinoza slechts een schakel vormt in een veel bredere ontwikkeling. Joodse, christelijke en humanistische wetenschappers hadden al veel eerder de sporen uitgezet waarin Spinoza verder ging – Grafton gaf er diverse voorbeelden van. „Spinoza gebruikt die hele traditie met veel flair, maar ook met grote willekeur. Hij is zelf geen expert op dit terrein, hij is er vooral opuit om de experts woedend te maken.”

Grafton ontdekte bovendien, anders dan Israel, een zwak punt in Spinoza’s redeneringen. Spinoza wilde de Bijbel even ‘wetenschappelijk’ onderzoeken als de natuur, wat onder meer betekende: de geschiedenis van de tekst en het hele proces van overlevering zo goed mogelijk reconstrueren. „Maar als je teksten op dezelfde manier wilt onderzoeken als de natuur, kun je je eigenlijk helemaal niet met geschiedenis bezighouden.”

Tijdens de driedaagse conferentie kwamen overigens meer perspectieven aan bod dan dat alleen van Spinoza: humanisme, jodendom, gereformeerde orthodoxie, remonstrantisme, libertinisme. Er waren niet alleen sessies over Erasmus, Scaliger, Grotius en Episcopius, maar ook over bijvoorbeeld Voetius en Coccejus.

Voetius

Zo vroeg dr. Aza Goudriaan, kerkhistoricus aan de Vrije Universiteit, aandacht voor Voetius’ uitleg van het eerste gebod: dat verklaart zowel zijn hoge waardering van kennis (bijvoorbeeld van de Bijbeltalen), als zijn gehoorzaam buigen onder het gezag van de Schrift: niet de menselijke rede op de troon, oordelend over de Schrift.

„Voetius verzette zich krachtig tegen een Bijbelkritiek die afbreuk deed aan de betrouwbaarheid van de overgeleverde Bijbeltekst. Maar hij had geen bezwaar tegen filologisch onderzoek naar tekstoverlevering, stijl, idioom, en oude vertalingen. Volgens Voetius en vele anderen zijn diverse vormen van onwetendheid een overtreding van het eerste gebod. Zo bezien kan het eerste gebod ook Voetius’ hoge waardering van kennis en zijn kritiek op onwetendheid verklaren.”

bit.ly/spinoza2012