Intrigerende roman over strenge orthodox-Joodse gemeenschap

2

Een oude vrouw, zittend in een stoel bij het raam. Ze kijkt naar buiten en zoekt tussen de orthodoxe mannen in zwarte jassen de witte ezel van de messias. Als die komt, zal alles weer goed worden.

Zo eindigt ”Ik ben verboden” van de in Frankrijk geboren schrijfster Anouk Markovits. Maar waar wordt ze zo door gepijnigd?

Met haar debuutroman voert de nu in New York woonachtige Markovits de lezer naar het milieu waarin ze zelf is opgegroeid: de Satmarer chassidiem. De naam ”Satmar” roept in Joodse kring ongeveer dezelfde beelden op als Staphorst in de Nederlandse samenleving. De Satmarer chassidiem staan bekend als een van de strengste orthodox-Joodse gemeenschappen, die in isolement in de Amerikaanse en Israëlische samenleving probeert te leven. In de buitenwereld zijn ze vooral bekend vanwege hun verzet tegen het zionisme en de staat Israël, die ze als ongeoorloofd vooruitgrijpen op de komst van de messias zien.

Het is deze in zichzelf teruggetrokken gemeenschap die Markovits met haar roman openlegt. Zelf is zij op 19-jarige leeftijd bij de Satmarer chassidiem weggegaan om aan een gearrangeerd huwelijk te ontkomen. Die stap, van ”binnen” naar ”buiten”, heeft ook in het boek zijn sporen getrokken. Het past zonder meer in het genre van boeken die het oproeien in een orthodox milieu –Joods dan wel protestants– verwerken.

Dat is ook de reden dat ik aanvankelijk wat sceptisch was: wéér een roman waarin de breuk met een religieuze gemeenschap als bevrijding wordt uitgelegd, wéér die stereotiepe strenge vader, wéér dat kind dat naar de bibliotheek gaat om seculiere boeken te lezen, wéér dat geworstel met seksualiteit. En inderdaad wordt het verhaal aanvankelijk in brede streken en met de nodige clichés geschilderd, maar intussen word je wel de wereld van de Satmarer ingetrokken.

Het is een typische familieroman en omvat daarmee tevens een groot deel van de geschiedenis van de Satmarer chassidiem. Het begint even voor de Tweede Wereldoorlog in Transsylvanië en verhaalt hoe een familie deze oorlog overleeft en met de opkomst van het communisme naar Parijs emigreert, om uiteindelijk grotendeels in de chassidische enclave Williamsburg in Brooklyn te eindigen.

Twee meisjes uit deze familie staan centraal. De ene breekt met de traditie, de andere voegt zich ernaar. Toch zijn dat geen gemakkelijke en statische keuzes. Precies dat maakt het boek in de tweede helft ook zo sterk: wie breekt blijft toch verbonden met de traditie, wie zich voegt naar de traditie kan zich toch niet onttrekken aan de moderne wereld. Door die opzet worden de aanvankelijk opgeroepen clichés weer omvergeworpen.

Maar de echte urgentie van het boek ligt in twee thema’s. Het eerste is de manier waarop de Satmarer rebbe, de geestelijk leidsman van de gemeenschap, de oorlog heeft overleefd dankzij hulp van zionisten. Indringend loopt deze geschiedenis (in de gemeenschap deels verzwegen, deels veranderd in een heldenverhaal) door het boek. Want hoe geloofwaardig is een rebbe die voor het zionisme waarschuwt, maar zich wel door zionisten laat redden? En heeft de rebbe niet zijn gemeenschap herderloos achtergelaten, die vervolgens grotendeels is uitgemoord?

Het tweede thema is ”mamzeroet” – het probleem van kinderen uit relaties die volgens de halacha, het Joods recht, niet zijn toegestaan. Deze ”bastaarden” moeten aan de rand van de gemeenschap leven, mogen niet met ”toegestane” jongeren trouwen. Het is een schande die ze tot in tien generaties moeten meedragen. Het is op dit thema dat Markovits werkelijk indringend wordt en de dilemma’s van de Satmarer chassidiem van binnenuit schetst. Het boek voert tot een onthutsende climax.

Markovits heeft een prettige, wat ingetogen stijl. Jammer is wel dat er in de Nederlandse vertaling heel wat fouten in het Hebreeuws en Jiddisch zijn geslopen en er ook on-Joodse uitdrukkingen zijn gebruikt, zoals ”naar het altaar brengen” voor een huwelijk. Dat doet overigens niet af aan de bijzondere leeservaring die het boek oplevert.


Boekgegevens

”Ik ben verboden”, Anouk Markovits; uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2012; ISBN 978 90 2347 406 7; 301 blz.; € 19,90.