Hoofdredacteuren Trouw en NRC: Krant blijft sterk merk

RD op tabloid
Hoofdredacteur Willem Schoonen (l.) van Trouw en Peter Vandermeersch van NRC Handelsblad: „We brengen steeds meer eigen nieuws en achtergrondartikelen.” Foto Rufus de Vries Rufus de Vries

Somber zijn ze niet over de toekomst van hun krant. De hoofdredacteuren Willem Schoonen van Trouw en Peter Vandermeersch van NRC Handelsblad verwachten dat ook de papieren versie nog lang zal bestaan. „Belangrijk daarvoor is dat we een echt kwaliteitsproduct bieden. We zijn ervan overtuigd dat de lezers daarvoor zullen willen betalen.”

Vrijdagochtend halfnegen aan het Rokin, hartje Amsterdam. In het volledig gerenoveerde gebouw van de voormalige Optiebeurs huist sinds vier maanden NRC Handelsblad. De redactie zit letterlijk in een glazen huis. Zelfs een deel van de vloerpanelen is doorzichtig.

Vanuit een vergaderkamertje met glazen wanden, dat lijkt te zweven in de ruimte, hebben Schoonen en Vandermeersch een goed uitzicht. Op de NRC-redactie wordt stevig doorgewerkt. Over ruim drie uur moet de laatste pagina van de middagkrant naar de drukker. Bij Trouw is het ’s morgens vroeg rustiger. Daar werken de journalisten in een ander ritme, omdat de ochtendkrant rond middernacht op de drukpers moet liggen.

Beide hoofdredacteuren hebben ervaring met de overschakeling op tabloid. Trouw was in 2005 na Het Parool de tweede grote Nederlandse krant die de overstap naar het compacte formaat maakte. NRC Handelsblad volgde in 2011. Maar de uit België afkomstige Vandermeersch had eenzelfde overgang al meegemaakt in 2003, toen hij hoofdredacteur van De Standaard was.

Hoe lastig was de overstap naar het tabloidformaat?

Schoonen: „In ieder geval was het een veel grotere verandering dan we aanvankelijk dachten. Onze redactie had in het begin de neiging om een broadsheet te maken op tabloidformaat. We hadden even tijd nodig om te wennen. Op het grote broadsheetformaat passen veel artikelen. Dan kun je een scala aan onderwerpen een plek geven. Bij tabloid heb je die ruimte niet. Je moet dan scherpe keuzes maken.”

VanderMeersch: „Dat speelt nog het sterkst op de voorpagina van een tabloidkrant. Daar kunnen slechts een paar onderwerpen op. Als redactie moet je dan nog sterker afwegen wat je het belangrijkst vindt. De kunst is vervolgens om de lezer mee te nemen en duidelijk te maken dat al die andere thema’s die de voorpagina wegens ruimtegebrek niet hebben gehaald, elders in de krant staan. Sommige abonnees vroegen zich bij de overstap af of het een bezuiniging was. Zij vergeleken het aantal pagina’s van de broadsheet met de tabloid.” Glimlachend: „Er waren er zelfs die het aantal woorden op een pagina telden. Maar de lezer kreeg niet minder.”

Het is, volgens de NRC-hoofdredacteur, moeilijker een goede tabloid dan een goede broad­sheetkrant te maken. „In het algemeen kun je zeggen dat de goede artikelen in een tabloid er meer uitspringen. De slechte stukken daarentegen lijken nog slechter. Want dan zie je als lezer plotseling een pagina met één groot, slecht stuk. Vroeger stond zo’n artikel onder aan de pagina, een beetje weggestopt. Nu kan het zomaar de opening van een tabloidpagina zijn.”

In een krant komen grofweg twee soorten artikelen voor: nieuws en achtergrond. Hoe verhouden die zich tot elkaar in NRC en Trouw?

Vandermeersch: „Als je het beste overzicht van alle nieuwtjes wilt hebben, moet je naar nu.nl. Dus waarom zouden wij dat op dezelfde manier doen? Wij willen onderscheidend zijn en zetten dus flink in op eigen nieuwsgaring. In ieder geval geven wij zo min mogelijk een overzicht van zaken die gisteren al op het tv-journaal zijn geweest. De nadruk verschuift bij ons steeds meer naar het brengen van eigen nieuws en achtergrondartikelen.”

Schoonen: „Dat is bij Trouw ook zo. Door de komst van radio, televisie, internet en sociale media is de functie van de krant voortdurend veranderd. Wij zijn in de loop van de tijd steeds meer achtergrondverhalen gaan brengen. Dat heeft dus niet alleen te maken met de komst van tabloid, al is dat formaat wel heel geschikt om achtergrondartikelen te publiceren.”

De Australische trendwatcher Ross Dawson voorspelde in 2010 dat de Verenigde Staten in 2017 het eerste krantloze land zullen worden. Nederland zal volgens hem tien jaar later volgen.

Schoonen: „De krant als sterk merk heeft nog een heel lang leven. Dat geldt misschien ook voor papier. Ik denk nog wel tientallen jaren. Bij Trouw blijven we ons zo lang mogelijk inzetten voor een zesdaags abonnement. We verdienen daar ook het meest aan.

Onder met name jongeren zien we de ontwikkeling dat ze in het weekend een gedrukte krant willen, maar door de week iets digitaals. En dat werkt natuurlijk prima. De krant die ’s avonds wordt gemaakt, staat binnen tien seconden op je iPad of telefoon. En het zijn letterlijk dezelfde pagina’s. Je krijgt dan een hybride abonnementsvorm.”

Vandermeersch verwacht ook dat de papieren krant nog vele jaren zal bestaan. „Maar eigenlijk is dat mijn zorg niet. Ik heb nooit voor dit vak gekozen om papier te bedrukken. Ik wil aan journalistiek doen. Toen wij journalist werden, was papier het beste medium om dat te doen. Als we er nu in slagen om diezelfde waardevolle content op bijvoorbeeld een digitale drager te zetten, waarom niet? Dan ga je toch niet treuren om het verdwijnen van een papieren krant? Belangrijk is dat de inhoud blijft. De krant heeft echt toekomst.”

Iedereen is inmiddels gewend aan gratis nieuws op internet. Gaan lezers ooit weer betalen?

Schoonen: „Als kranten hebben we de zaak zelf een beetje verknald door een tijd lang al onze artikelen op internet te zetten zonder daarvoor iets te vragen. Mijn visie is dat mensen het helemaal niet erg vinden om te betalen. Als ze iets de moeite waard vinden, hebben ze daar echt wel geld voor over. Daarover ben ik niet pessimistisch. Wel moet je ervoor zorgen dat je iets biedt wat waardevol is. En dat kunnen wij wel.”

Vandermeersch: „Snel nieuws brengen we op het web. Maar de goede krantenstukken geven we niet weg. Die proberen we te verkopen. Natuurlijk moet je soms zo’n stuk op de website zetten om te tonen hoe geweldig de krant wel is. In dat geval geef je dus iets weg. Jarenlang hebben uitgevers wereldwijd van alles op internet gezet in de hoop dat er ooit een verdienmodel zou komen. Dat beleid wordt nu gaandeweg bijgesteld. Cruciaal is de vraag: hoe slagen we erin om mensen te laten betalen voor onze artikelen, voor content? Al honderden jaren is het de gewoonte dat mensen voor een krant betalen. Maar dat geldt niet meer voor jongeren. Zij denken dat nieuws gratis is. Tegelijkertijd zien we dat jongeren heel goed geïnformeerd willen zijn. Wij moeten daarom bij toekomstige generaties tussen de oren krijgen dat het nieuws dat wij maken van waarde is. Dat het wel 1 of 2 euro per dag mag kosten.”

Welke rol speelt jullie website?

Schoonen: „Bij Trouw worden geen pogingen gedaan om geld te verdienen op internet. Onze uitgever, De Persgroep van de Belg Van Thillo, vindt dat wij ons moeten richten op het maken van een goede krant en dat we moeten stoppen met video’s, weblogs en dergelijke. Wil je een goede algemene nieuwssite zijn, dan moet je tot de top drie van Nederland behoren. Dat worden wij als Trouw nooit. Wij zetten daarom steeds minder artikelen op de site. Dit moet voor ons alleen een plek zijn om te debatteren of reuring te maken. Het is een marketinginstrument, zodat jongeren op die manier Trouw leren kennen en later hopelijk een abonnement op ons nemen.”

Vandermeersch: „Wij zetten wel meer in op digitaal. Maar dat doet een clubje zogenaamde jonge honden. Dat zijn internetjournalisten pur sang. Jonge mensen die bij wijze van spreken de papieren krant eigenlijk maar niks vinden. Die maken een site en proberen handig gebruik te maken van de kennis van ervaren journalisten. Als er nieuwe ontwikkelingen zijn in Syrië, gaat zo’n collega van de internetkrant naar een van onze ervaren buitenlandredacteuren om te vragen wat de reikwijdte daarvan is. En vervolgens zet die internetcollega het nieuws snel op het web.”

Hoe kan het RD als relatief kleine krant in de toekomst relevant blijven?

Schoonen: „Met ruim 50.000 abonnees als basis staat het 
RD behoorlijk stevig. Zouden jullie je willen losmaken van jullie achterban –ik heb die signalen trouwens nooit gekregen– dan word je daarop afgerekend. Jullie bedienen 
een zuil. De keuze om eruit 
te breken, zou een heel risicovolle zijn. Maar binnen die zuil krijg je meer en meer de situatie dat kinderen niet meer de krant van hun ouders willen lezen. Heb daarom aandacht voor de weekendkrant. Daarmee heb je een haak om de jongere groep lezers binnen te halen.”

Vandermeersch: „Klopt. Al is er het gevaar dat veel kranten op termijn weekbladen worden. Maar hoe langer je dagblad kunt blijven, hoe beter het is. Blijf verder zo goed mogelijk jullie groep bedienen. Houd ook voor ogen dat jullie oplage van 50.000 niet niks is. Dagblad De Morgen in Vlaanderen, met ongeveer dezelfde oplage als het RD, wordt daar beschouwd als een grote krant. Ik ga er maar even van uit dat gemiddeld zo’n drie mensen jullie krant zien; misschien zijn het er in jullie geval zelfs wel meer. Dan praten we dus over een groep van minimaal 150.000 mensen. Als die hier op het Rokin staan, dan praat je over héél veel volk. Belangrijk is wel dat de RD-journalisten met hun hart en groot enthousiasme blijven werken voor hun doelgroep. Dat is ongelooflijk cruciaal.”


Trouw

Dagblad Trouw is in 1943 opgericht als illegale krant door protestantse verzetsmensen. De krant was in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog een blad voor de zuil van de Gereformeerde Kerken in Nederland. In de jaren zestig maakte Trouw zich steeds losser van zijn protestantse wortels.

Het is een krant die alle vormen van religie als een belangrijk onderdeel van de samenleving beschouwt. In Trouw, dat een brede kwaliteitskrant wil zijn, staat een aantal onderwerpen centraal: religie, filosofie, duurzaamheid en natuur, gezondheidszorg, onderwijs en wetenschap. De krant werd eind vorig jaar uitgeroepen tot European Newspaper of the Year 2012. De jury roemde de opmaak, de dagelijkse achtergrondbijlage De Verdieping en de wekelijkse bijlagen Letter&Geest en Tijd.

Trouw was onderdeel van het PCM-uitgeversconcern. Dit werd in 2009 overgenomen door De Persgroep van de Belg Christian van Thillo. De achterliggende jaren is door bezuinigingen de redactie met 30 redacteuren ingekrompen tot 97 personen.

In 2000 was de oplage 105.000 exemplaren. Na een daling is deze de laatste jaren gestabiliseerd rond de 91.000. Politiek gezien stemmen de meeste lezers van Trouw CDA en GroenLinks. De grootste groep nieuwe abonnees zijn jongere ChristenUniestemmers.

Sinds 2007 is Willem Schoonen (1958) hoofdredacteur. Hij is van huis uit rooms-katholiek en studeerde milieuhygiëne aan de Wageningen Universiteit. Schoonen was korte tijd redacteur van de communistische krant De Waarheid. Hij begon in 1985 bij Trouw als wetenschapsredacteur en was daarna correspondent in Brussel, coördinator van de nieuwe bijlage De Verdieping en chef van de redactie economie.


NRC Handelsblad

NRC Handelsblad is in 1970 ontstaan uit een fusie van het Algemeen Handelsblad (1828) uit Amsterdam en de Nieuwe Rotterdamse Courant (1843). Het motto van de liberale krant is Lux et Libertas (Licht en Vrijheid), waarbij het eerste woord verwijst naar de verlichting en het laatste naar de liberale staatsman Thorbecke. Het hoofdkantoor verhuisde eind vorig jaar van Rotterdam naar Amsterdam.

In het profiel van de krant staan vier zaken centraal: het brengen van eigen nieuws, de beste zijn in analyse en duiding, dé plek zijn voor het intellectuele debat en een uitstekende wegwijzer zijn voor cultuur, media en boeken.

De krant was onderdeel van PCM Uitgevers. Nadat De Persgroep in 2009 PCM overnam, werd NRC Media afgestoten. Na een veiling werden Egeria, de investeringsmaatschappij van de familie Brenninkmeijer, en Lux Media van Derk Sauer de nieuwe eigenaren. De oplage groeit nog licht door vooral een stijging van het aantal digitale abonnees tot een totaal van 206.000 exemplaren.

In 2010 werd de Vlaming Peter Vandermeersch hoofdredacteur. Hij is historicus en was eerder hoofdredacteur van de Vlaamse kranten De Standaard, Het Nieuwsblad en De Gentenaar. Hij voerde verschillende veranderingen door op het gebied van de indeling van de krant, rubrieken en columnisten. Vanwege bezuinigingen werd de redactie teruggebracht van 240 naar 200 personen. De aanpassingen leidden tot stevige kritiek op Vandermeersch.

In 2006 begon NRC Handelsblad met de uitgave van nrc.next. Deze is bedoeld voor lezers van 20 tot 35 jaar. Deze uitgave telt 77.000 abonnees.