Groene vingers

Foto RD
4

Heb je groene vingers? Dan heb je mazzel. Met wat geduld en toewijding heb je je huis vol staan met zelfopgekweekte planten. Geen groene vingers? Lees gerust verder. Wat ik ga schrijven is zó simpel dat ook mensen zonder groene vingers er prima raad mee weten.

Als kind al vond ik het leuk: planten opkweken van stekjes. Het was volgens mij toen mode. Ik herinner me ten­minste dat je speciale stekjes-opkweeksetjes kon kopen. Zo’n setje bestond uit een houdertje waarin een stuk of vijf glazen vaasjes konden staan. Die vaasjes hadden een bol buikje, zodat er plaats was voor de worteltjes die aan de stekjes gingen groeien.

Het principe van stekken is heel eenvoudig. Je scheurt een mooie loot van een moederplant en zet die in een vaasje met water of in een potje met stekgrond. De stekjes die je in stekgrond zet, kun je eerst nog dopen in speciaal stekpoeder om het wortelen te vergemakkelijken. Dat heb ik zelf echter nooit gedaan. Na verloop van tijd zie je aan de stekjes in het water worteltjes groeien. Als het wortelstelsel er stevig genoeg uitziet, pot je het stekje op in een potje met bemeste potgrond. Bij stekjes die je meteen in stekaarde hebt gestoken, zie je de worteltjes niet aan het stekje komen. Maar als je geduld hebt, merk je het vanzelf wanneer het stekje wortelt. Je ziet dan dat het stekje aanslaat en gaat groeien. Ik heb daar nooit geduld voor en graaf na verloop van tijd het stekje voorzichtig uit om te kijken of er al worteltjes groeien.

Als je wilt weten van welke planten je een stekje kunt scheuren en of dat stekje het best in water of in stekaarde gezet kan worden, kijk dan eens in een kamerplantenboek. Zo’n boek kun je lenen bij de bibliotheek, maar het is fijn om er een in de kast te hebben staan. Ik heb zelf een stokoud tweedehands exemplaar, en dat voldoet prima. Het grappige is dat je in kamerplanten modes hebt. Soms zie je planten jarenlang niet in de winkels en ineens zijn ze terug. Een voorbeeld dat me te binnenschiet, is de hertshoornvaren. Wij hadden vroeger thuis een heel grote. Jarenlang is die plant uit geweest en ineens was hij er weer. Geroemd om z’n mooie, grijs­groene blad. Maar mode of niet, in een goed kamerplantenboek staan ze allemaal!

Er zijn planten die heel gemakkelijk zijn te stekken. Ik denk bijvoorbeeld aan de lidcactus, de ananas, het kindje-op-moeders-schoot, of –mijn lievelingsplant– het Kaaps viooltje. Als je er aardig­heid in krijgt, kom je vanzelf andere liefhebbers tegen en dan kun je natuurlijk fijn ruilen.

Ik houd er niet van om alle soorten en maten stekjes en plantjes in mijn vensterbank te hebben staan. Dat ziet er al snel rommelig uit. Daarom zet ik alleen volwassen planten in de vensterbank. De stekjes, jonge plantjes of planten in rust (uitgebloeid en wachtend op een volgende bloei­periode) hebben een plaatsje op een vensterbank in de slaapkamer.

Teunie Luijk is echtgenote en moeder en houdt een eigen weblog bij over consuminderen.