„Gevoel komt na geloof”

„Geloof het Woord, dan zal de gevoeligheid volgen. Kort gezegd: Niet het gevoel verwekt het geloof, maar het geloof verwekt het gevoel.” Prof. dr. A. de Reuver bracht dit zaterdag naar voren tijdens de derde wintercursusochtend van de Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR).

De inleider sprak over de verhouding tussen geloof en gevoel bij Guiljelmus Saldenus (1627-1694), een predikant uit de Nadere Reformatie. Hij behandelde daarbij diens werk ”De droevigste staet eens christens, bestaende in de doodigheydt ofte ongevoeligheydt sijns herten omtrent geestelijke dingen”.

„Een gevoelig leven moet men nooit beschouwen als de wortel en het wezen van de genade der wedergeboorte”, benadrukte prof. De Reuver. „Ze is er, bij tijden, de vrucht van. Dodigheid is wat anders dan dood!”

Met zijn publicatie bedoelde Saldenus leiding te geven aan christenen die gebukt gaan onder geestelijke dodigheid en dorheid. „Saldenus had de gave om zijn gedachtegang telkens verrassend toe te lichten met voorbeelden uit het leven gegrepen.”

Een kardinale rol speelt de verhouding tussen geloof en gevoel. „Daarmee raken we niet alleen aan een vitaal onderdeel van Saldenus’ vroomheid, maar ook aan een zenuwcentrum van de piëtistische spiritualiteit in het algemeen. In sommige kringen, die kritisch staan tegenover deze piëtistische en reformatorische nadruk op de ervaring, is het bijna gebruikelijk om die gevoelsmatige dimensie te brandmerken als een product van subjectivisme en een vorm van sentimentaliteit.”

„Dit is een misverstand”, stelde prof. De Reuver, bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond in Utrecht. „Wat de piëtisten, Saldenus incluis, met gevoel bedoelden, is niets minder dan de geloofservaring die de Heilige Geest in het hart teweegbrengt wanneer Hij ons de belofte van het Evangelie doet toe-eigenen. Het komt tot een ontmoeting tussen God en mijn ziel. Tussen God en de mens gaat het hoogstpersoonlijk toe. Dat bedoelden de piëtisten met het woord en de zaak gevoel! Saldenus schrijft met zoveel woorden dat het er in het geloof op aankomt, Christus’ verdiensten aan het hart te drukken en de gedachtenis aan Zijn genadige beloften alle dagen te verversen. Want deze beloften vormen het testament van de Vader, waarin geboekstaafd staat dat Christus de onze is. Het is deze existentiële geloofsbetrokkenheid tussen God en de mens die de piëtisten veelszins aanduiden met de term gevoel. Dat heeft niets te maken met ziekelijke sentimentaliteit, nog minder met een romantische verheerlijking van het gevoelsleven, maar alles met het innerlijk, toe-eigenend werk van de Heilige Geest.”

Na een rubricering van de symptomen van de geestelijke dorheid gaat Saldenus over tot de behandeling van de oorzaken. Deze verdeelt hij in externe en interne oorzaken. „Twee aspecten vallen hierbij op. Allereerst dat Saldenus de interne oorzaken van de dodigheid laat uitlopen op het gebrek aan geloof. Klaarblijkelijk vormt dit voor hem de climax in de reeks van oorzaken. In de tweede plaats geeft hij ons hier een doorkijkje in zijn visie op de verhouding tussen geloof en gevoel.”

Een kwestie waarop Saldenus diep ingaat, is of de dodigheid, waardoor een mens als verlamd kan zijn, niet uitwijst dat hij vreemd is aan genade. Prof. De Reuver: „Zijn reactie is resoluut nee. Wie het aan gevoeligheid schort, is daarmee nog geen ongelovige. Maar Saldenus gaat nog een stap verder. Geloven acht hij niet alleen van het gevoel onafhankelijk, maar hij vindt ook dat het er zelfs mee in botsing zal komen. Dat wil zeggen, dat het ware geloof de strijd heeft aan te binden tegen dat soort gevoelens die de betrouwbaarheid van Gods belofte, beter gezegd: het vertrouwen daarop, ondermijnen. Het gevoel noemt Saldenus een toevoegsel, maar niet het wezen van de geschonken genade. Hij schrijft dan: Godt is niet altydt soo tot u gesint, als hy sig toont, maer altydt soo, als hy belooft heeft!”

Tijdens de wintercursus van de SSNR zullen nog de predikanten Simon Simonides, Abraham van der Velde en Wilhelmus à Brakel aan bod komen.