Geschiedenisverhalen vanuit originele invalshoek

De Beeldenstorm. Illustraties Els van Egeraat
6

Achter in de kerk klimt een vrouw op haar meegenomen trappetje. Het is 1566, het jaar van de Beeldenstorm.

Het verleden is als een grote kamer vol geheimen. Mensen van nu kunnen er niet naar binnen. Alleen via verhalen komen ze iets van de geheimen te weten. Dat hebben de makers van het boek ”Over vroeger en nu” begrepen. De verhalen in deze bundel brengen vijftig belangrijke personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis dichtbij.

Elk verhaal begint met twee pagina’s informatie, met een tijdlijn. Zo wordt de Beeldenstorm van 1566 als volgt ingeleid: „Lang was het voor veel mensen de gewoonste zaak van de wereld om te leven naar de regels van de rooms-katholieke kerk. Die vertelde hun wat ze moesten geloven. De mannen van de kerk (vrouwen speelden in die tijd in de kerk nog geen rol) golden als ‘contactpersonen’ voor God. Als je bijvoorbeeld iets had misdaan, kon de kerk ervoor zorgen dat God je vergaf. En als een dierbare stierf, kon de 
kerk helpen een plekje in de hemel te regelen. Een aflaat kopen, heette dat. Zo werd de kerk rijker en rijker, terwijl het overgrote deel van de gelovigen arm was. Dit ging de mensen steeds meer tegenstaan.”

Dan volgen in kort bestek de verwikkelingen die leidden tot de Beeldenstorm. Het verhaal maakt het gebeuren pas echt tastbaar:

„Het gezang van de mensen in de kerk is ondanks het rumoer bij de deur te horen.

„Er worden kinderen gedoopt”, roept iemand.

„Niets mee te maken”, zegt een ander. „Dit is ons moment. Kom!” Iemand houdt de zwarte houten deur open en de menigte dendert tot grote verrassing van de gelovigen de kerk binnen. Hendrick loopt erachteraan.

„HET IS GENOEG!”, raast Jacob die voorop loopt. Zijn zware stem galmt door de kerk.

De priester kijkt verschrikt op. Hij ziet een dreigende massa in zijn richting komen.”

Sjaan gilt „mijn hemel!” bij het zien van zo veel vernielingen. Dit soort uitroepen zullen inderdaad geklonken hebben. Minder waarschijnlijk lijkt het dat de orthodoxe mevrouw Bogerman dat ook zei, toen het vreselijke nieuws van de pest haar bereikte. Haar man doet Bijbelvertaalwerk in de sleutelstad. Grietje is bang, ze wil weg. Maar Bogerman sust haar: „Nee, Grietje. Nee. Heb wat meer vertrouwen. God zal ons sparen als we in hem geloven.”

De verhalen zijn vanuit originele invalshoeken gekozen.

Je trekt met Erasmus de Alpen over, van Rome naar Londen, en ziet zijn gedachten ondertussen heen en weer fladderen in zijn hersenpan. Je gaat met Podi Putaa voor het eerst mee op olifantenjacht, in de tijd dat de VOC de baas is op Ceylon. Je brengt met de groothertog van Toscane een bezoekje bij de beroemde kaartenmaker Bleau. Je hapt met Spinoza naar adem, als hij de brief van het synagogebestuur op de mat vindt waarin hij duizendvoudig wordt vervloekt. Je leert met Gerrit hoe een musketgeweer werkt, om onder Napoleon tegen de Russen te kunnen vechten, en je verdrinkt met hem in het ijskoude water van de Berezina. Je maakt met de elfjarige Louis de eerste televisie-uitzending mee.

”Over vroeger en nu” is een must voor leraren en leerkrachten, een plezier voor de historisch geïnteresseerde, en een aanrader voor ouders die hun kinderen wegwijs willen maken in de geschiedenis. Met deze kanttekening dat de verhalen soms vanuit een perspectief zijn geschreven dat de lezer misschien niet deelt. Goed om daarover in gesprek te gaan.


Boekgegevens

”Over vroeger en nu. Verhalen bij de canon, met illustraties van Els van Egeraat”, Agave Kruijssen, Martine Letterie en Janny van der Molen; uitg. Ploegsma, Amsterdam 2012; ISBN 978 90 216 7077 5; 501 blz.; € 49,95 (na 1 februari € 69,95).