„Geen belofte voor Jodendom, wel voor Israël”

De raadsvergadering van de Nederlandse Zendingsraad (NZR), vrijdag in Amersfoort, stond in het teken van Israël. Foto RD, Henk Visscher Henk Visscher

AMERSFOORT – De combinatie van de thema’s zending, politiek en Israël blijft spannend. Dat bleek vrijdag ook weer in Amersfoort, op de raads­vergadering van de Nederlandse Zendingsraad (NZR). Prof. dr. B. Reitsma: „De Bijbel bevat geen beloften voor het Jodendom of de staat, maar voor het volk Israël.”

Het landelijk platform voor protestantse en oud-katholieke kerken en organisaties op het terrein van zending en evangelisatie stelt regelmatig actuele thema’s centraal op haar vergaderingen. Sprekers waren dit keer dr. M. C. Mulder, directeur van het Centrum voor Israël Studies (CIS), en prof. Reitsma, hoogleraar kerk in de context van de islam aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam.

Dr. Mulder zette in zijn bijdrage de algemene visie van het CIS uiteen: geen vervangingstheologie en een onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël, maar politieke vraagstukken moeten benaderd worden vanuit internationaal recht en mogen niet op voorhand „met een beroep op Gods beloften” eenzijdig beantwoord worden.

Dr. Mulder: „Zending is het meegenomen worden in de beweging die bij God begint en de wereld ingaat via Abraham en sinds Pinksteren richting alle volken. Israël staat achter ons omdat het daar begon, maar ook nog altijd naast ons omdat God Zijn verkiezing niet heeft opgezegd. Dat geeft ook ons hoop op Gods trouw en het maakt dat ons spreken over Israël anders getoonzet is dan over andere volken. Als we dat loslaten, hebben we geen verweer meer tegen sluimerend antisemitisme en heidense patronen die de kerk willen binnendringen.”

Prof. Reitsma benadrukte dat zowel Joden als moslims in het Midden-Oosten vanuit een „negatief filter” naar christelijke zending kijken. Oorzaak is het christenzionisme. „De onvoorwaardelijke ideologische, economische en politieke steun van het Westen aan Israël is een fundamentele belemmering voor de verkondiging van het Evangelie. Er is weinig vertrouwen dat christenen met goede bedoelingen komen, en die onderbuikgevoelens en angsten zijn niet eenvoudig met woorden weg te nemen.”

De hoogleraar definieerde zending daarom vooral als aanwezig zijn. „Dat is de navolging van Jezus Christus in een niet-christelijke omgeving in Woord en daad. Ik hoop dat op die manier de weerstand dáár komt te liggen waar hij hoort: bij het Evangelie zelf. We moeten proberen los te komen van allerlei politieke agenda’s.”

Fundamenteel is volgens prof. Reitsma het onderscheid tussen volk en staat. „De Bijbel bevat geen beloften voor het Jodendom of de staat, maar voor het volk Israël. Net zoals er geen beloften bestaan voor het christendom, maar wel voor de gemeente van Christus.” Volk en staat worden echter zowel door veel Joden als door christen­zionisten sterk op elkaar betrokken. „Daarom staat kritiek op het zionisme volgens hen vaak gelijk aan antisemitisme.”

Over de politieke situatie in het Midden-Oosten wilde prof. Reitsma niet te veel uitspraken doen. „De situatie is zo complex dat mijn mening als theoloog daarover van dezelfde waarde zou zijn als mijn mening over Einsteins relativiteitstheorie.”

Wel moet de situatie volgens de hoogleraar principieel „op politieke wijze” worden benaderd. „De vraag is alleen of dat mogelijk is, omdat zowel Joden, christenen als moslims Gods recht hoger stellen dan het recht van de Verenigde Naties.”

Leken de sprekers het redelijk met elkaar eens te zijn, tijdens de discussie bleek dat het onderwerp Israël in de kerken nog altijd gevoelig ligt. Een aanwezige stelde de vraag hoe zendingsorganisaties zouden moeten omgaan met een Palestijns verzoek om Israëlische producten te boycotten. „De druk bij onze partners is groot. Soms vragen ze zich hardop af of ze nog wel iets met ons willen zolang we ook onze verbondenheid met Israël blijven uitspreken.”

De inleiders voelden echter weinig voor het steunen van een boycot. Prof. Reitsma: „Dat lost niets op. Maar ook ik heb het gevoel dat de situatie de afgelopen tien jaar verhard is. Mijn relatie met sommige Palestijnse christenen staat inmiddels ook op scherp. Kan ik alles nog uitleggen? Kan ik eigenlijk wel iets zeggen, omdat ik in zo’n andere, comfortabele situatie verkeer?”

Dr. Mulder: „Met dat laatste ben ik het helemaal eens. Maar we moeten de vrijheid blijven hebben om iets anders te vinden dan zij. En ik heb er moeite mee als organisaties geld krijgen om hun standpunten te verbreiden of eenzijdig de Palestijnen te beschermen.”

Prof. Reitsma: „Maar er moet wel boven tafel komen wat er aan beide kanten gebeurt.” Hij wees daarbij op het belang van evenwicht in de pers. „Er wordt wel geschreven over Palestijnse schoolboeken, maar Arabieren worden soms ook op schokkende wijze neergezet in Joodse onderwijsboekjes.” Uiteindelijk is volgens de hoogleraar vooral de „integriteit” van de zendeling „van het grootste belang.”