Ga met bahai in gesprek over concreet Bijbelverhaal

Ik heb contact met iemand die aanhanger is van het bahai. Hoe moet ik daarop reageren?

Wie denkt dat het religieuze wereldbeeld volledig in kaart is gebracht, heeft het mis. Onder de 7 miljard mensen die de aarde bewonen, ontstaan nog steeds nieuwe religieuze stromingen en bewegingen. Vaak vinden zij hun oorsprong in een van de hoofdstromingen, zoals christendom, islam of boeddhisme en hindoeïsme. Een nog jonge stroming op de religieuze wereldzee is die van het bahai. Een van onze lezers kwam hiermee laatst in aanraking.

Het bahai is een islamitische sekte. Het geloof van het bahai is gebaseerd op de leer van Mirza Husayn Ali Nuri (1817-1892) die bekend werd onder de naam Bahá’ulláh of ”heerlijkheid van God”. Deze Bahá’ulláh wordt gezien als de godsgezant, de reddersfiguur die volgens een symbolische uitleg van de Koran door sommige islamieten nog moest komen. Nuri bekende deze gezant te zijn en anderen namen dit getuigenis over, zodat de bahaibeweging kon ontstaan. Haar internationale zetel is te vinden op de berg Karmel nabij Haifa in Israël.

Leerstellingen

Wat zijn de leerstellingen van deze beweging? De wereldgodsdiensten zijn volgens het bahai in beweging. Ze zijn niet verkeerd, of achterhaald, maar in ontwikkeling. Belangrijke leermeesters, zoals Jezus en Mohammed hebben het werk van hun voorgangers voltooid, maar het zijn stadia op een tijdpad. De baháien geloven in een eenheid van alle religies. Verder leert men dat God niet kenbaar is. We hebben slechts Zijn boodschap. De beweging is van mening dat met het verschijnen van de godsgezant Bahá’ulláh een nieuw tijdperk is ingeluid, namelijk het tijdperk waarin mensen worden verenigd onder een wereldregering en allemaal gelijk zullen zijn.

Het bahai blijkt voor veel mensen een interessant geloof. Men schat het aantal volgelingen op ruim 6 miljoen. De oecumenische instelling heeft aantrekkingskracht. Naastenliefde en dienstbaarheid aan de medemens staan hoog aangeschreven. Er is in de beweging veel aandacht voor vormen van meditatie uit allerlei godsdiensten. Het toekomstperspectief is aantrekkelijk. Op hun website is te lezen: „Nationale rivaliteit, haat en intriges zullen verdwijnen. Vijandigheid en rassenvooroordelen zullen door vriendschap, begrip en samenwerking vervangen worden. De oorzaken van godsdienststrijd zullen voor altijd uit de weg geruimd worden; economische barrières en hindernissen zullen volledig verdwijnen, het mateloze klassenonderscheid zal uitgewist worden.”

Lastig

Uit diverse reacties van christenen blijkt dat het lastig is om met baháien een goed gesprek te voeren. Dat is ook begrijpelijk. Immers, christenen vallen terug op bronnen die teruggaan op de tijd van voor de Bahá’ulláh. Zij beschikken niet over de juiste kennis. Zij hebben het onderwijs nodig waarover het bahai beschikt. Een bahai zal zich verlichter en beter vinden dan een christen. Een dergelijke houding is natuurlijk geen ideaal uitgangspunt voor een gesprek.

Bovendien verschillen de uitgangspunten waarop een christen zich baseert fundamenteel van die van een volgeling van Bahá’ulláh. Een bahai accepteert de Bijbel als religieus boek, maar vindt dat christenen hem te letterlijk lezen. Men kiest voor een symbolische interpretatie. Een debat met losse verwijzingen naar de Schrift zal daarom snel uitmonden in een eindeloze cirkel van herinterpretaties, waarbij we zullen merken dat baháien door studiezin en memoriseren een goede Bijbelkennis bezitten.

Een christen staat met zijn opvattingen diametraal tegenover een bahai. God is niet onkenbaar. God laat Zich kennen in Zijn Woord door het getuigenis van de Heilige Geest. Jezus is geen manifestatie van God, Jezus ís God. Jezus’ dood is niet betekenisloos. Jezus’ sterven is een verzoenend sterven, een betalen van de schuld van Zijn volk. Er bestaat geen Bahá’ulláh die Christus in Zijn tweede komst vertegenwoordigt, maar Christus Zelf zal wederkomen ten oordeel. Christenen geloven niet in een algemene geest van waarheid, maar in het bestaan van God de Heilige Geest. Niet een waarheid in alle religies, maar het christelijk geloof als exclusieve waarheid. Geen onvolmaakte mensen, maar mensen die in zonde gevallen zijn.

Is er dan geen eenheid onder de religies? Gaat alles niet terug op één en dezelfde God die hemel en aarde geschapen heeft? Christenen belijden een universele God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Het vertrekpunt is nooit het universele maar het bijzondere werk van God, geopenbaard in de Schrift. Daarin gaat het om Christus Jezus, Die gekomen is om zondaren zalig te maken en om de Heilige Geest, Die wederbaart en vernieuwt. Het centrum voor een christen ligt niet in de universele openbaring van God in de schepping, al wordt die ook door Hem beleden, maar in de rechtvaardiging van de goddeloze.

Zonde en genade

Hoe moeten wij tegenover baháien praktisch getuigenis geven van het christelijk geloof? Het lijkt mij goed om in zo’n geval te zoeken naar eenvoudige Bijbelse voorstellingen die een verhalend karakter hebben met een diepe inhoud. Vooral in de evangeliën zijn hiervoor goede aanknopingspunten te vinden. Omdat de baháien de nadruk leggen op de goedheid van de mens, zijn vooral die gedeelten het meest bruikbaar waarin het thema van zonde en genade uitdrukkelijk naar voren komt. Een geschiedenis als de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw bijvoorbeeld, of anders de opwekking van Lazarus.

Vervolgens zoek je naar mogelijkheden om dit Bijbelgedeelte met de persoon met wie je in aanraking bent gekomen rustig te lezen en te bespreken. Hoe lees je dit verhaal? Wat wordt hier gezegd? Hoe moeten we dit begrijpen? Blijf in het gesprek op de ‘begane grond’ van het verhaal en probeer te voorkomen dat je verzandt in een discussie over de leer op de ‘bovenverdieping’ of een gesprek waarbij je dwars door de Bijbel heen bladert.

Voer zo’n gesprek over het gedeelte en wat uit de tekst opkomt met een stil gebed of de Heilige Geest Zelf onderwijs wil geven. Bedenk dat de Geest vlak onder de letter zit. Op deze wijze proberen we, naarmate de belangstelling aanwakkert, het Evangelie dichterbij te brengen door het laten spreken van het Woord, de levende stem van God Zelf.

Drs. J. H. van Doleweerd, docent godsdienst, cultuur en zendingswetenschappen aan de CGO-hbo en missioloog en toeruster bij Zending Gereformeerde Gemeenten. Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl
Verder lezen over dit onderwerp

N. Smart, Godsdiensten van de wereld. Kampen: Kok 1998

www.bahai.nl

J. Broekhuis, Oriëntatie in de godsdienstwetenschap. Zoetermeer: Boekencentrum1994.