Doop in Bijbel wel degelijk op het geloof

beeld EPA EPA

De argumenten voor de kinderdoop zijn niet steekhoudend, reageert Jildert de Boer.

In RD 16-10 houdt dr. R. van Kooten een pleidooi voor de kinderdoop, nadat eerder ook prof. Baars dat al had gedaan (RD 4-10). Hun argumentatie draait om vier argumenten: dat het verbond hetzelfde is gebleven, dat kinderen daarbij horen, dat de huisteksten veronderstellen dat ook kinderen zijn gedoopt en dat de Vroege Kerk ook de kinderdoop kende. Op elk van deze punten is echter naar mijn mening een ander verhaal te vertellen.

Vleselijk

In de eerste plaats zou dus het verbond met Abraham uit Genesis 17 eeuwig zijn. Dit verbond zet men echter louter op een vleselijk vlak voort, gebaseerd op natuurlijke afstamming. Zoals destijds de jongens werden besneden, zo dient men nu de kinderdoop toe aan natuurlijke kinderen. Zo wordt de kinderdoop zelf een van de belangrijkste draden waarmee men probeert om het nieuwe verbond te koppelen aan het oude.

De besnijdenis van de voorhuid was echter een teken dat uit dit geslacht het zaad, dat is de Christus, geboren zou worden. Ze had waarde totdat Christus zou komen, de Doorgever van het eeuwige leven. De belofte aan Abraham sprak over nakomelingschap als het stof der aarde of het zand der zee, maar ook over een geestelijk zaad als de sterren van de hemel.

In Galaten 3 wordt het verbond met Abraham dan ook naar een andere dimensie getransponeerd: het is de golflengte van het geloof (Gal. 3). Abraham wordt gezien als de vader van de gelovigen (Rom. 4). In het nieuwe verbond worden wedergeboren kinderen van God van een geestelijk volk uit Jood en heiden gedoopt. De doop is het bad der wedergeboorte (Tit. 3:5): hij beeldt aan de buitenkant uit wat de Heere aan de binnenkant heeft bewerkt.

Heeft de doop verband met de besnijdenis? Ja, maar niet met de vleselijke besnijdenis op de achtste dag, maar met de geestelijke besnijdenis van het hart of de ware besnijdenis zonder handen (Kol. 2:11-12). De waterdoop toont uiterlijk dat de Heere het hart besneden heeft. In het nieuwe verbond telt enkel of je een nieuwe schepping in Christus bent (Gal. 6:15). Natuurlijke afkomst heeft hier geen rechtsgrond (Joh. 1:12-13). De kinderdoop daarentegen besprengt baby’s die alleen nog maar op natuurlijke wijze geboren zijn.

Invloedssfeer

Jezus was Zelf als baby besneden en werd als volwassene in de rivier de Jordaan gedoopt door Johannes. Waar de discipelen kinderen wilden verhinderen, zei de Meester juist: „Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.” Hij zegende hen (Mark. 10).

In 1 Kor. 7:12-14 zien we dat de kinderen geheiligd zijn in de gelovige ouder(s). Heilig wil zeggen: afgezonderd of apart gesteld. Door de gelovige ouder(s) worden zij beschermd en bewaard tot zijzelf tot de jaren van onderscheid komen. Hun voorrecht is dat zij via het christelijke gezin in de invloedssfeer van het Evangelie komen. Deze tekst heeft niets te maken met een babydoop. De ongelovige man is immers volgens deze tekst ook geheiligd, terwijl hij niet gedoopt is. Hij komt door zijn gelovige vrouw in aanraking met de zaligheid van het Evangelie van Christus.

De woorden ”doop”, ”belofte” en ”verbond” hebben in het Nieuwe Testament geen direct verband. In Handelingen 2:38-39 is de belofte de belofte van de Heilige Geest. En in de grote opdracht van Mattheüs 28 gaat het er niet om de ”naties” te dopen, maar om hen die uit die naties discipelen worden, te dopen.

Strohalmen

In de derde plaats zijn ook de zogeheten huisteksten geen bewijs voor de kinderdoop. Wie hieruit de kinderdoop wil halen, wekt eerder de indruk dat hij zich vasthoudt aan strohalmen.

In Handelingen 8:10-12 zien wij dat in Samaria allen, „van de kleinen tot de groten”, Simon de tovenaar aanhingen. Maar vervolgens staat er: „Toen zij Filippus geloofden werden zij gedoopt, beiden mannen en vrouwen.” Vaak staat er bij huisteksten bij dat het gaat om „allen die het Woord hoorden”, niet de zuigelingen dus (Hand. 10:44-46; 11:14-17, 16:32-34). Ook andere signalen wijzen erop dat telkens de volwassenen bedoeld zijn. Omgekeerd geeft het woord ”huis” niet altijd alle huisgenoten aan. Saul en zijn drie zonen stierven en ook zijn ganse huis is volgens 1 Kronieken 10:6 gestorven, maar toch was Isboseth uitgezonderd (2 Sam. 3:14; 2 Sam. 4:8).

Allesbeslissend

Tot slot het argument vanuit de kerkgeschiedenis. De geschiedenis is mij niet onverschillig en niet onbelangrijk. Maar wat het Woord van God zegt, is de absolute norm en daarom allesbeslissend.

Aan de zijde van de kinderdoop stonden onder meer Origenes, Augustinus, Luther, Calvijn, Zwingli en Andrew Murray. Aan de kant van de volwassendoop vinden we onder anderen Tertullianus, Menno Simons, Bunyan, Philpot, Spurgeon en Martyn Lloyd-Jones.

Maar de hoofdvraag is dus: Wat zegt de Bijbel? Als je alle teksten leest over de doop in het Nieuwe Testament, dan zie je steeds de volgorde: eerst geloven en dan dopen. Of beter gezegd: eerst „één Heere”, dan „één geloof” en vervolgens „één doop” (Efeze 4:5).

De Heere is altijd de eerste in Zijn voorkomende genade: Hij heeft ons eerst liefgehad (1 Joh. 4). De doop laat symbolisch zien wat God in ons binnenste bewerkt heeft. Wij zijn met Christus begraven door de doop in de dood, opdat wij alzo met Hem mede opgewekt in nieuwigheid des levens wandelen zouden (Rom. 6:3-4).

De auteur geeft leiding aan een evangelische gemeente te Harderwijk en is auteur van het boek ”Met de doop in de knoop? Bijbels licht over een ‘blinde vlek’”.