Dilemma’s van een rechter met SGP-sympathie

In het boek ”Rechtspraak is mensenwerk” tonen rechters meer dan eens hun wrevel over de bemoeienis van politici met de rechtspraak. Foto: de rechtbank in de zaak van kindermisbruiker Robert M. Foto ANP ANP
2

Rechters zijn geen robots. Achter de toga gaat een mens van vlees en bloed schuil. In het onlangs verschenen boek ”Rechtspraak is mensenwerk” spreken zestien rechters over hun dilemma’s. De orthodox-christelijke rechter mr. Dirk Vergunst: „Als ik een zaak over godslastering zou krijgen, dan zou ik waarschijnlijk wel denken: misschien moet iemand anders het doen.”

De Bijbel leert dat we allemaal geneigd zijn tot het kwaad en dat denk ik ook”, zegt Vergunst in de interviewbundel ”Rechtspraak is mensenwerk” (uitg. Athenaeum–Polak & Van Gennep, ISBN 978 90 253 6874 6). „Strafrechters vragen wel eens aan mij bij een moord- of verkrachtingszaak: „Zou jij zoiets kunnen doen?” Dan zeg ik: „Ja, als ik zou hebben geleefd in de omstandigheden waarin deze dader is groot geworden, zou ik wellicht ook zoiets hebben kunnen doen.”

Kritisch staat Vergunst, lid van de Gereformeerde Gemeenten, tegenover opvattingen in SGP-kring, al breekt hij anderzijds ook een lans voor de partij, zo blijkt uit het interview. „Ik kom uit een SGP-milieu. (...) Ik ‘lees’ de Bijbel op een manier die in mijn kringen niet altijd gebruikelijk is. Velen in de behoudende protestantse kerken kiezen voor een rechts-liberale politiek, ook binnen de SGP. In de Bijbel denk ik een andere lijn te lezen, een lijn van solidariteit en bescherming van de sociaal zwakkeren. Toch geef ik uit loyaliteit voor het nest waarin ik groot geworden ben meestal mijn steun aan de SGP.

Met mijn opvattingen over de rechtsstaat vind ik dat er in Den Haag een plek moet zijn voor deze kleine, soms bizarre minderheid, die me hoe dan ook na aan het hart ligt. Ondanks de soms wat intolerante houding tegenover bepaalde zaken. Een partijprogramma waarin wordt gezegd dat we moskeeën moeten tegenhouden, verdraagt zich absoluut niet met mijn opvattingen. Als ik zeg dat er –en dat meen ik ook– in het geloof in God geluk te vinden valt, dan is dat mijn eigen standpunt. Dat mag ik wel uitdragen in de samenleving, maar nooit dwingend opleggen aan een ander. (...) Als een moslim meent dat Allah God is en Christus slechts een groot profeet, dan denk ik daar heel anders over, maar hij moet alle ruimte hebben om zijn mening uit te dragen.”

Ruimte

Opvallend is Vergunsts opvatting over het homohuwelijk. „Ik vind dat je de staatsmacht niet mag gebruiken om een moreel-ethisch principe dwingend op te leggen. De staat moet alleen zijn macht gebruiken als we het er allemaal over eens zijn dat een grens is overschreden. Ik keer me dan ook niet tegen het homohuwelijk. Maar dat kan ik, vrees ik, niet uitleggen aan de mannenbroeders van de SGP. Ik wil dat iedereen vanuit zijn eigen levensbeschouwing de ruimte heeft in onze samenleving om zijn leven naar zijn eigen inzichten te leven.”

Tegelijkertijd bepleit Vergunst ruimte voor gewetensbezwaarde ambtenaren. „Ik vind het jammer dat er zo veel ophef wordt gemaakt over een heel kleine groep trouwambtenaren, die vanwege hun geweten deze ‘dienst weigeren’. In geen enkele gemeente levert dat problemen op, voor zover ik weet. Is het dan echt nodig om een deel van de bevolking, hoe klein ook, uit te sluiten van een dergelijke functie? Geef elkaar daarin toch gewoon de ruimte!”

De orthodox-christelijke magistraat stelt in het interview dat alle rechters een levensbeschouwing hebben, ook een atheïst. „Als rechter moet je je continu bewust zijn van wat je eigen opvattingen zijn en wat voor effect ze zouden kunnen hebben op de zaak. (...) Ik geloof niet dat ik ooit om religieuze redenen ben teruggetreden. Maar als ik bijvoorbeeld een zaak over godslastering zou krijgen, dan zou ik waarschijnlijk wel denken: misschien moet iemand anders het doen, ook al gezien de beeldvorming naar buiten. Als het zo dichtbij komt dat mijn eigen religieuze waarden door een ander met voeten getreden worden, dan zou er een zekere onzuiverheid in mijn oordeel kunnen komen. Al weet ik natuurlijk dat ik nog steeds de vrijheid van meningsuiting als uitgangspunt moet nemen.”

Nieuwsgierig

Valkuil voor rechters is dat ze niet willen toegeven dat ze iets niet kunnen of niet weten, betoogt mr. Willem van Schendel, raadsheer bij de Hoge Raad, in de interviewbundel. „Als je zestien keer aan dezelfde medische deskundige gevraagd hebt hoe het zit, en je begrijpt het nog niet, dan denk je wel eens: Nou, dit kan niet meer, en doe je net alsof je het begrijpt. Dan heb je de kans dat je zijn verklaring verkeerd interpreteert. (...) De psychologische neiging bestaat om te denken: Het zou wel ontzettend dom zijn als ik hier niets van weet.”

Van cruciaal belang is dat rechters „zo nieuwsgierig mogelijk blijven”, benadrukt Van Schendel. „Je moet jezelf op de hoogte stellen van rechtspsychologische en technische ontwikkelingen. Maar ook DNA is statistiek, het is wel heel verfijnd, maar het blijft statistiek. Het feit dat mijn vingerafdruk op het mes zit, wil niet zeggen dat ik daarmee de moord heb begaan. Je kunt maximaal vaststellen dat ik dat mes in mijn handen heb gehad.”

Belediging

Als rechter word je geacht ook normen te handhaven, waar je zelf „je schouders over ophaalt”, betoogt mr. Gerritjan van Oven, raadsheer bij het gerechtshof in Den Haag en eerder Kamerlid voor de PvdA. „Als je kijkt naar het gebruik van softdrugs, dat kan mij persoonlijk echt ongelooflijk weinig schelen. Van mij mag het gebruik van softdrugs vandaag worden vrijgegeven. Toch moet ook ik coffeeshophouders die zich niet aan criteria houden vervolgen en berechten. Dan speel ik een rol, maar dat hoort erbij. Andere rechters zullen weer bij andere regels tegen persoonlijke opvattingen aanlopen. Als je dat niet tegenover jezelf kunt verantwoorden, dan moet je een ander vak kiezen.”

Je moet als rechter luisteren naar de maatschappij, stel Van Oven. „Als men vindt dat een belediging van een agent niet getolereerd moet worden, dan heb je daar rekening mee te houden. Vroeger was het in Amsterdam de regel dat een agent gewoonweg niet beledigd kón worden, niets werd als een belediging gezien.”

Andere planeet

De bejegening van een –kennelijk leugenachtige– verdachte vergt stuurmanskunst, vertelt mr. Nol van de Ven, stafrechter bij de rechtbank in Den Bosch. Zelf is hij het type rechter dat zijn mening niet altijd voor zich houdt. „Als rechter moet je volledig objectief zijn, je moet geen blijk geven van enige vooringenomenheid of zelfs de schijn daarvan. Ik ga echter bewust regelmatig op de zitting over de grens heen, bijvoorbeeld door tegen een verdachte met een onmogelijk verhaal te zeggen: „Nou, met alle respect, maar je denkt toch niet dat ik van een andere planeet kom.” Daar kun je voor gewraakt worden (dan wordt verzocht een rechter van een zaak af te halen, JV). (...) Ik zeg ook wel eens tegen een verdachte –waar zijn advocaat bij is: „Nou, en nu nog één keer opnieuw dat verhaal en dan zonder te lachen graag.” Het ligt denk ik aan de toon, aan de manier waarop je met iemand spreekt en natuurlijk aan wie je tegenover je hebt. Kennelijk kan ik me zulk gedrag permitteren.”

Het boek ”Rechtspraak is mensenwerk” biedt interessante en leerzame informatie over het werk en de opvattingen van rechters uit de diverse rechtsgebieden. Geregeld tonen rechters hun wrevel over de bemoeienis van politici met de rechtspraak. Zo is er verontwaardiging over het voornemen minimumstraffen in te voeren.

Schrijvers van de bundel zijn Michiel van Kleef (1956), hoofd­redacteur van het juristenmagazine Mr. en zijn dochter Suse (1986), journalist in opleiding.

Het boeiendst zijn de interviews waarin rechters niet alleen een (afstandelijke) beschouwing geven over hun werk, maar ook blijk geven van hun persoonlijke opvattingen en ervaringen. Foto’s van de zestien bevraagde magistraten waren welkom geweest.


„Alsof ik boven mezelf zweefde”

Uitspraken van rechters in het boek ”Rechtspraak is mensenwerk”:

- „Ik denk dat jongeren niet crimineler zijn dan vroeger. De attitude van jongeren tegenover de rechter is ook niet echt veranderd, de meesten komen toch nog steeds met de staart tussen hun benen binnen.”

(mr. Monique Janssen, jeugdrechter rechtbank Breda)

- „Ik was heel gespannen voor mijn eerste politierechterzitting (voor ‘kleinere’ zaken waarin een celstraf tot een jaar kan opgelegd worden, JV). Na een halfuur leek het net alsof ik boven mezelf zweefde en mezelf kon zien. Ik dacht alleen maar: Jongen, wie ben jij dat je dit mag doen? (...) Ik schrok echt van mijn eigen autoriteit. Tegenwoordig gebeurt me dit niet meer.”

(mr. Nol van de Ven, strafrechter rechtbank Den Bosch)

- „Vroeger kon je nog wel eens heel knappe, intelligente rechters hebben die vlekken in hun hals kregen als ze iemand ergens naar moesten vragen. Dat gebeurt niet meer. Rechters worden er nu op uitgezocht dat ze bij wijze van spreken de meest grove schuttingtaal kunnen aanhoren zonder een spier te vertrekken.”

(mr. Wil Tonkens, kortgedingrechter Amsterdam)

- „Dat rechters door politici worden beticht van wereldvreemdheid vind ik echt een gotspe. Er zijn maar weinig mensen die zo veel maatschappelijke realiteit en daarmee ellende aan zich voorbij zien trekken als rechters. Daar hebben de meeste politici geen idee van. Een strafrechter moet een behoorlijk stevige maag hebben.”

(mr. Eddy Bauw, raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof in Arnhem)

- „Ik heb wel eens meegemaakt dat iemand niet bij een kastje boven een bed kon. Toen stapte hij met zijn schoenen op het opengeslagen bed. Dus toen vroeg ik of hij dat thuis ook deed. Nou, dan vinden ze je natuurlijk een ontzettende muts. (...) Als er een arrestatieteam binnen dendert, dan zijn mensen begrijpelijkerwijs compleet van de leg af.” (Rechter-commissaris Mariëtte Moussault, rechtbank Den Haag. De onderzoeksrechter vertelt over haar toezicht bij een huiszoeking door de politie)

- „Als je met advocaten praat over de oude generatie kantonrechters, dan regent het altijd anekdotes over de legendarische eigenwijsheid van die rechters. Vroeger gebeurde het nog wel eens dat een kantonrechter echt disfunctioneerde, dat zie je nu niet meer. De jongere kantonrechters zijn veel beter opgeleid. Maar ze zijn ook wat vlakker, wat grijzer. Het zijn niet meer zulke persoonlijkheden.”

(mr. Sjef de Laat, kantonrechter rechtbank Utrecht)

- „Je kunt niet echt carrière maken in rechtspraak. Het is mogelijk om het management in te gaan, of je kunt je inhoudelijk verdiepen en een expert worden op een bepaald terrein. Meer smaken heb je eigenlijk niet, terwijl je tot je zeventigste mag doorgaan. Dan duurt zo’n carrière toch best lang.”

(mr. Dory Reiling, rechter in Amsterdam)