De refo als dino

beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

Vooralsnog ontspringen orthodoxe christenen de dans. Ondanks de secularisatie vormen ze vitale kerkelijke gemeenten, zo blijkt uit het KRO-NCRV-rapport ”God in Nederland”. De RD-enquête over nieuwe refo’s toont eveneens een levendig beeld. Ze vormen echter wel de dinosaurussen van de moderne cultuur.

De tienjaarlijkse koude douche, zo noemde Stefan Paas, hoogleraar missiologie in Amsterdam en Kampen, de resultaten van het rapport ”God in Nederland”. De cijfers zijn inderdaad onthutsend. Meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking bevindt zich buiten de kerk; en binnen de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland grijpt de innerlijke secularisatie almaar verder om zich heen. Dat belooft voor een volgend rapport niet veel goeds.

Er is geen reden tot optimisme, vooral niet omdat het proces van secularisatie letterlijk Godonterend is. Hij krijgt immers niet waar Hij recht op heeft. En: wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Dit laat zich niet vangen in cijfers, maar het is wel de realiteit.

De huidige ontwrichting van de West-Europese cultuur staat niet op zichzelf. De opiniebijdrage van religiejournalist Anton de Wit, vorige week in De Volkskrant, was daarom raak: niet God, maar Nederland verdient ons medelijden. De negatieve reacties op zijn artikel onderstrepen slechts hoezeer hij gelijk heeft.

Lewis

Dat het christendom naar de marge gedrongen is, heeft daarnaast ingrijpende gevolgen voor de samenleving. Het betekent immers het wijken van een christelijke cultuur; ook al zijn de resultaten van het onderzoek mooi verpakt. De verticale transcendentie is vervangen door een horizontale variant, zo heet het. Concreet betekent dit: geen geloof in God, zelfs niet in een hogere macht, maar bewust verantwoordelijk leven in verbondenheid met elkaar. Dit is echter vooral spelen met woorden; horizontale transcendentie is een innerlijke tegenspraak, bedoeld om de ontstane leegte te maskeren. Een gedegen sociologische analyse leidt blijkbaar niet vanzelf tot een goede duiding ervan.

Het is beter om te luisteren naar de analyse van C. S. Lewis. Al in zijn inaugurele rede in 1954 betoogde hij dat West-Europa afstevende op een cultuur zonder God. Het afstervingsproces van de oude westerse cultuur is inmiddels goeddeels voltooid. De gevolgen zijn echter niet te overzien. Er bestaat in de geschiedenis immers niet zoiets als pure omkering; alsof Europa het christendom door dezelfde deur kan verlaten als waardoor het binnenkwam, terug naar af. In de woorden van Lewis: een post-christen is geen heiden, evenmin als een vrouw weer maagd wordt door te scheiden. De post-christen is van het christelijke verleden afgesneden en daarmee dubbel afgesneden van het heidense verleden. Zo is, aldus Lewis, de ontkerstening een nog ingrijpender verandering dan de kerstening. Christen en heiden hebben meer met elkaar gemeen dan met een post-christen. De kloof tussen de vereerders van verschillende goden is niet zo groot als de kloof tussen wie wel en wie geen godsverering kennen. Het verlies van Godsbesef vormt een grauwsluier over de moderne cultuur.

Normen en waarden

De koude douche van ”God in Nederland” gaf echter even een warme straal: orthodox-christelijke kerken behielden hun aanhang. Ze staan te boek als vitale gemeenten, al maken de leden ervan slechts 4 procent van de bevolking uit. Er is sprake van grote betrokkenheid; er zijn relatief veel jongeren; de Bijbel staat niet ter discussie. Er is geen reden om zulke resultaten meteen te relativeren. De ontwikkelingen in de maatschappij laten immers zien dat het heel anders kan.

Hetzelfde geldt voor de RD-enquête over de nieuwe refo’s. Ze staan niet geheel buiten de mainstream cultuur, maar de christelijke waarden en normen zijn herkenbaar. Wat betreft kerkgang, zondagsbesteding, mediagebruik, politiek, onderwijs en gezinsvorming zijn er duidelijk verschillen waarneembaar met de heersende cultuur. Met hun vitaliteit zijn ze echter wel als dinosaurussen in een moderne tijd.

Nu is dat op zichzelf geen probleem. In zijn hierboven geciteerde inaugurele rede zegt Lewis dat we liever geen onderwijs over dino’s krijgen van dinosaurussen. Maar, zo betoogt hij, daarmee is niet alles gezegd. Als op een dag een dinosaurus het laboratorium zou binnenschuifelen, zouden mensen waarschijnlijk al vluchtend wel even omkijken. Wat een kans om eindelijk te weten hoe hij werkelijk beweegt, hoe hij ruikt, hoe hij eruit ziet en wat voor geluiden hij maakt!

Zo kunnen orthodoxe christenen voor een volk zonder God tot zegen zijn. Al geldt hierbij wel de waarschuwing van Lewis: Gebruik die exemplaren zolang het nog kan. Reken niet op nog veel meer dinosaurussen.

Geloof

Het beeld dat refo’s dino’s van de moderne tijd zijn geworden, is echter niet zonder gevaar. Het roept een associatie op met lang vervlogen tijden. De vraag is of orthodoxe christenen werkelijk een boodschap hebben, als mensen van vlees en bloed die in het heden leven, maar vooral als mensen die leven voor Gods aangezicht. Een christen is immers geen overblijfsel uit een voorbije wereld, maar onderweg naar de toekomende.

Op dat punt voelt de RD-enquête ongemakkelijk. Eén vraag blijft immers onbesproken: die naar het persoonlijke geloof. De vraag is niet alleen of de Bijbels-gereformeerde prediking er nog is, maar ook of deze gehoor vindt in geloof en bekering. Gelukkig klonk dit wel door in de interviews bij de presentatie van de onderzoeksresultaten, als een teken dat de Geest Zijn werk doet. Zoals ook ambtsdragers en mensen uit het onderwijs weten van jongeren die bezig zijn met de vraag hoe ze rechtvaardig voor God zullen verschijnen.

Zo’n vraag laat zich niet zomaar in een enquête stellen; dat toont het betrekkelijke van een sociologische benadering. Hiermee dreigt echter het gevaar van een nieuwe fixatie van refo’s op vooral uiterlijke kenmerken en ethische keuzes. In dat geval zijn orthodoxe christenen toch de dino’s van de moderne cultuur, en koesteren zij dit beeld, terwijl die cultuur zich al verder van God los maakt.

De vraag naar persoonlijk geloof mag daarom niet onbesproken blijven. Een patroon van waarden en normen vraagt immers om een innerlijke overtuiging. Een enquête waarin deze wezenlijke vraag niet wordt gesteld, kan geen totaalbeeld geven van de nieuwe refo. De vraag: wat denkt u van de Christus, díe moet de doorslag geven.

Vitaliteit

Het antwoord op die vraag raakt de werkelijke vitaliteit van orthodoxe christenen. Wie voor Hem boog, zal in het concrete leven Zijn geboden liefhebben. Echte vitaliteit ontspringt aan het leven van Christus. Dat is leven uit Pasen, in een stervende wereld. Wie belijdt dat mensen dit leven niet uit zichzelf hebben, zal er des te meer bij Christus om vragen. Voor zichzelf, voor zijn kinderen, voor de kerk, maar ook voor de mensen in de straat.

Met Pasen heeft geen enquête het laatste woord, maar de lofzang en het gebed. „Wees gegroet, gij Eersteling der dagen, Morgen der verrijzenis, bij Wiens licht de macht der hel verslagen en de dood vernietigd is! Heere Jezus, Trooster aller smarten, Zon der wereld, schijn in onze harten, deel ons Zelf de voorsmaak mee, van der zaal’gen sabbatsvree!”