Commentaar: PKN, Israël en Palestijnen

De Protestante Kerk in Nederland (PKN) moet geen steun meer geven aan de organisatie Sabeel. Deze stichting, die Palestijnse christenen ondersteunt, ontvangt nu jaarlijks 120.000 euro subsidie van Kerk in Actie, de hulpverleningsorganisatie van de Protestantse Kerk. Omdat Sabeel een „eenzijdig anti-Israëlbeleid” zou voorstaan, moet de PKN die subsidie stoppen, meent een drietal organisaties, waaronder Likoed Nederland. In een soort open brief hebben ze de PKN ertoe opgeroepen de banden met Sabeel te verbreken.

Volgens de Protestantse Kerk zijn deze organisaties echter niet op de hoogte van de juiste feiten. Zo steunt de PKN niet de stichting Vrienden van Sabeel Nederland maar de organisatie Sabeel Jeruzalem, zo legt de kerk uit in een verklaring op haar website.

De Protestantse Kerk verweert zich tegen de kritiek door te stellen dat Sabeel Jeruzalem een heel andere organisatie is dan de stichting Vrienden van Sabeel Nederland. Zo zou de laatste stichting inderdaad voor een boycot van Israëlische producten zijn. Sabeel Jeruzalem stelt zich niet actief achter zo’n boycot, hoewel ze die ook niet afwijst zolang het verzet tegen –wat ze noemt– de bezettingspolitiek van de Israëlische regering maar geweldloos is.

Volgens de PKN is de oproep dus onjuist. De kerk steunt immers de Jeruzalemse tak van Sabeel en niet de Nederlandse vriendenstichting. Kerk in Actie benadrukt in de uitvoerige verklaring ook nog eens dat de Protestantse Kerk in Nederland en Sabeel Jeruzalem het niet op alle punten eens zijn. Maar dat geldt ook voor andere organisaties die toch door de kerk gesteund worden, aldus de verklaring.

Al met al heeft de oproep van de pro-Israëlorganisaties de open zenuw in de Protestantse Kerk, namelijk de verhouding van de kerk tot Israël en de Palestijnen, weer geraakt. Het is geen geheim dat het onderwerp ”Israël” in de PKN zeer gevoelig ligt. De kerk heeft in haar kerkorde uitgesproken „onopgeefbaar verbonden” te zijn met het volk Israël, hoewel ze zich niet wil identificeren met het beleid van de wisselende Israëlische regeringen. Tegelijk weet de Protestantse Kerk zich zeer betrokken bij de Palestijnse christenen.

De verdediging van de PKN om Sabeel Jeruzalem te steunen, komt echter nogal verkrampt en formeel over. Het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de organisatie Sabeel in Jeruzalem en de Vrienden van Sabeel in Nederland heeft iets kunstmatigs.

Zowel de pro-Israëlvleugel als de groep in de Protestantse Kerk die zich inzet voor de Palestijnen heeft bij tijden last van enige eenzijdigheid in zijn optreden. Het is aan de kerkleiding om daar een goed evenwicht in te vinden. Een kerk die zich onopgeefbaar verbonden noemt met het volk Israël, zal zich echter verre moeten houden van elke steun of schijnbare steun aan acties die het bestaansrecht of de veiligheid van de staat Israël ondermijnen.

En dat de besteding van kerkgeld altijd tot vele cijfers achter de komma te verantwoorden moet zijn, is vanzelfsprekend. Juist ook hier geldt het vermaan van Paulus aan de Thessalonicensen: „Onthoudt u van alle schijn des kwaads.”