Christelijke dalits bleven tweederangs

Dalits zijn nog altijd het uitschot van de Indiase samenleving, en in veel Indiase kerken is de positie van christelijke dalits, tegen alle verwachtingen in, niet veel beter te noemen. Foto EPA EPA

APELDOORN – Outcasts, dalits. Met diverse namen staan ze in en buiten India bekend, de nog altijd zwaar gediscrimineerde bevolkingsgroep in India. Hoe gaan Indiase christenen met hen om?

Zelf noemen de bijna 200 miljoen zielen tellende groep Indiërs zich het liefst ”dalits”, dat zoiets als ”gebroken” betekent. De naam symboliseert uitbuiting, kinderarbeid, armoede. Volgens gegevens van de Indiase overheid zijn 1 miljoen dalits dagelijks werkzaam als ”scavenger”, ofwel toilet- en rioolreinigers, die met hun handen menselijke ontlasting opruimen. Waarschijnlijk zijn het er heel wat meer.

Hoe zit dat met de kerk van India? Worden dalits door de 24 miljoen christenen die India telt, even zwaar gediscrimineerd als door hun landgenoten buiten de kerk? Je zou het niet verwachten, vanwege het simpele feit dat zo’n 70 procent van de Indiase christenen dalits zijn. Omdat het kastesysteem zijn oorsprong in het hindoeïsme heeft, en dus ook de lage status van dalits van oorsprong een hindoeaangelegenheid was, verwachten veel dalits veel van hun bekering tot het christelijk geloof, de islam of het boeddhisme. Dan zouden ze immers ook bevrijd zijn van hun minderwaardige imago.

De kerkelijke praktijk bleek weerbarstiger, en met name radicale hindoes willen dat graag rondbazuinen. Zo zijn er op de website van hun organisatie, Sangh Parivar, gemakkelijk tal van voor christenen „belastende” artikelen te vinden.

Overtuigender, maar niet minder schokkend is wat de woordvoerder van de christelijke dalits in India, Benjamin Chinnappan, vanuit India laat weten. Zijn toon is bitter, de inhoud van zijn woorden scherp. „De gelijkheid en menselijke waardigheid die het christelijk geloof beloofde, is voor de miljoenen christelijke dalits een droom gebleven.”

Vorig jaar zomer publiceerde de Nederlandse Elze Sietzema-Riemer in opdracht van de christelijke hulporganisaties ICCO en KerkinActie de studie ”Christian Dalits, a research on Christian Dalits in India”. Voor de Indiase staat bestaan christelijke dalits eigenlijk niet, stelt Sietzema. Als christenen kunnen ze immers niet meer tot een sociale hindoecategorie behoren, en, luidt de vervolgredenering, hoeven ze ook niet meer van staatswege uit de misère worden geholpen. Geen wonder dat veel christen-dalits hun christen-zijn geheim houden om zo toch te kunnen profiteren van overheidsbeleid.

Dat ze in de kerk altijd en overal als gelijkwaardige broeders en zusters worden ontvangen, kan ook Sietzema niet bevestigen – integendeel. Ook haar bevindingen zijn op dit punt ronduit negatief. „Dalits blijven dalits, ook in de kerk.”

De eerste zendelingen in India zijn mede schuldig aan die situatie: zij pakten het denken in kasten nauwelijks aan. Vandaag de dag wensen veel christenen dat niet te veranderen, omdat dit hun eigen positie in gevaar brengt. De leiding van de kerk in India ligt immers bij hogere kasteleden, terwijl het merendeel van de kerkgangers tot de dalits behoort. Nog altijd komt het voor: christenen uit hogere kasten die dalits uit hun huis weren, en al helemaal geen huwelijk met een dalit toestaan. Over de mate waarin deze en andere praktijken voorkomen, heeft Sietzema overigens geen concrete gegevens.

Discriminatie is wel evident in het onderwijs. De kerken runnen tal van scholen, maar dalitkinderen hebben geen schijn van kans om er überhaupt naartoe te kunnen. In de kerk zelf zijn maar weinig dalits die een ambt uitoefenen, en in sommige delen van India zitten dalits nog altijd apart in de kerk; tijdens de viering van het heilig avondmaal mogen ze pas na de hogere kasteleden drinken uit de beker wijn.

Is het een wonder dat er speciale dalitkerken in India zijn verrezen? En dat er zelfs een aparte dalittheologie is ontstaan? Wat daarin opvalt is dat het christelijk geloof eigenlijk alleen vanwege de menselijke waardigheid en sociale erkenning van belang is. Van verlossing van zondeschuld door het offer van Jezus Christus wordt nauwelijks gerept. Jezus is belangrijk als lotgenoot en bondgenoot in het lijden. Het maakt de breuk met hun elitaire broeders en zusters alleen maar groter: zelfs hun (theologische) taal is verschillend geworden.

Dit is het vierde artikel in een serie over christenen en discriminatie in het buitenland.


„Cruciaal jaar in de relatie tussen India en de EU”

Niet alle christenen in India zitten vast aan diepgewortelde discriminatie van dalits. Zo zijn er diverse kerken, gemeenten, zendingsorganisaties en andere christelijke instellingen verenigd in de All India Christian Council (AICC), dat geleid wordt door de predikant Joseph D’souza.

Deze alliantie werd in 1999 opgericht om tegenstand te bieden aan de groeiende vijandschap vanuit radicaal-hindoeïstische hoek tegen christenen. Onder de bezielende leiding van D’souza ontstond een organisatie die gediscrimineerde of zelfs mishandelde christenen rechtsbijstand verleent, die onderzoek doet naar schendingen van mensenrechten en daarover rapporteert en die tijdens natuurrampen hulp verleent. Dat laatste is zeker geen luxe, zo bleek tijdens de tsunami in 2004. Toen werden dalits en andere gediscrimineerde groepen in India (zoals de adivasi, de inheemse volken) ernstig benadeeld door lokale autoriteiten bij de hulpverlening.

CU-Europarlementariër Peter van Dalen zegt grote waardering te hebben voor het werk van D’souza, met wie hij vorig jaar tijdens een werkbezoek kennis maakte. Van Dalen, die bij zijn bezoek aan een aantal kerken in India weinig heeft gemerkt van discriminerende praktijken jegens dalits, laat weten dat als het gaat om de relatie tussen India en de Europese Unie 2010 „een cruciaal jaar” is. De twee staan namelijk op het punt voor het eerst een handelsverdrag te sluiten. Punt van conflict met India is echter dat het Europees Parlement daarbij nadrukkelijk de naleving van mensenrechten, en dus ook de verbetering van de positie van dalits, wil betrekken. Ook de benarder wordende positie van christenen in India, vanwege toenemend hindoeradicalisme, kan dan kritischer worden gevolgd. De Indiase regering wil al deze zaken juist buiten zo’n verdrag houden.

Delhi zegt zijn zaken op dit punt op orde te hebben, maar Van Dalen heeft daar zo zijn twijfels over. „Qua wetgeving is alles wel geregeld, maar het probleem zit hem in het daadwerkelijk doorvoeren van wat wettelijk is geregeld.”